‘Mijn muziek verandert je leven’

De Britse grime-scene lijkt eindelijk klaar voor de langverwachte internationale opmars. De ogen zijn daarbij vooral gericht op Skepta, zaterdag op festival Appelsap in het Amsterdamse Flevopark.

Skepta , vorige maand op Lovebox in Victoria Park, Londen. Foto Joseph Okpako/Redferns

Toen Kanye West dit jaar iets speciaals wilde doen op de Brit Awards, belde hij Skepta. Die trommelde een groep vrienden op die achter West op het podium ging staan, in het zwart met capuchons, terwijl twee mannen vlammenwerpers afvuurden.

Het was een krachtig beeld. Hier stonden boegbeelden van een van de spannendste Europese muziekstromingen van de eenentwintigste eeuw – de grime-scene die in Londen ontstond – op uitnodiging van de grootste Amerikaanse hiphopster van het moment, fier op het centrale podium van de Britse muziekindustrie.

Skepta stopte een sample van een reactie in zijn single Shutdown, een stampende kraker die breed werd opgepikt. Een vrouw voelde zich geïntimideerd omdat „op primetimetelevisie [...] een zooi jonge mannen in het zwart extreem agressief aan het dansen was”.

De Londense grime-scene lijkt zich eindelijk op te maken voor een langverwachte internationale opmars. Megasterren als Drake en West flirten nadrukkelijk met de minimalistische muziek. Skepta werkt met ze in de studio, vertelt hij, onder meer aan zijn vierde album Konnichiwa. „Ze vinden me inspirerend. We praten over hoe we kunnen samenwerken en groeien door buiten de lijntjes te denken. Ze willen wat van de vrijheid van hier. Van ons geluid.”

Het kan verkeren. Joseph Junior ‘Skepta’ Adenuga (32) woonde in een Londense buurt waar het leven „smerig, rauw en snel was en alles draaide om geld”. Vroeger luisterde hij naar Amerikaanse hiphop, maar hij piekerde er niet over zelf de microfoon op te pakken. Hij dacht dat hij niet kon rappen. „Ik had dat accent niet.”

Dat veranderde begin dit millennium met de opkomst van de grime-muziek (van grimy – vies), met jongens die net zo praatten als hij, op urgente beats die putten uit Britse elektronische muziek, Jamaicaanse dancehall, hiphop en dance. Na een tijdje als dj verlegde hij zijn aandacht naar de microfoon. „Dit klonk wél als iets wat ik kon. Dit had mijn accent, dit was mijn geluid.”

Grime is muziek met daarin besloten „rauwheid, armoede, het straatleven, pistolen, drugs”, zegt Skepta. „Het is hier nu nog erger dan toen onze scene ontstond. Er zijn nog meer baby’s die zelf baby’s krijgen. Kinderen lopen op hun tiende over straat met drugs en pistolen. Het is overal ter wereld hetzelfde. Daarom kunnen mensen zich ermee identificeren.”

Londense piratenzenders draaiden het voortdurend en op de scholen was de scene het gesprek van de dag. Toch bleef het genre lange tijd lokaal en ondergronds. Dat heeft hem als artiest sterker gemaakt, denkt Skepta. „Iedereen zegt dat er nu een opleving is van grime”, zegt Skepta. „Maar ik denk dat het alleen voor ons geldt. Voor mij, voor (broer) JME, Novelist, Stormzy en Giggs. Wij hebben hard gewerkt.”

Zijn inspiratie haalt Skepta uit Jamaica, de bakermat van dj- en remixcultuur waar reggae- en dancehall nog steeds drijven op een eindeloze stroom aan onofficiële releases. „Alles wat wij hier doen, komt van daar. Wij zijn feitelijk Londense dancehall-artiesten met een iets andere sound. Net zoals hiphop eigenlijk Amerikaanse dancehall is.”

Skepta accepteert dat zijn muziek geen mainstream is. „Ik treed op voor mensen die mijn muziek van voor tot achteren kennen. Ze kiezen zelf om naar mij te luisteren, en niet omdat ik op de radio ben of in een tijdschrift sta. Dat geeft heel de zaal een waanzinnige energie.” Geschikt voor iedereen zal zijn muziek nooit worden. „Je houdt ervan of je haat het. Je vindt het te lawaaierig of het verandert heel je leven. Ik maak dit omdat ik het wil maken. Ik ben een vrij man.”