Iran strijdt tegen de wereld, en Syrië is het ‘voorste front’

Iran voelt zich altijd belaagd door de buitenwereld. Als Syrië valt, volgen meer nederlagen, vreest het.

Rouwbeklag in Teheran bij de begrafenis van een hoge Iraanse militaire adviseur die in januari in Syrië omkwam bij een Israëlische luchtaanval. Foto Atta Kenare/AFP

Leidt het nucleaire akkoord met Iran ook naar een oplossing van de oorlog in Syrië? Of hebben de tegenstanders gelijk, en investeert het Iraanse regime de miljarden dollars die vrijkomen door het opheffen van sancties vooral in nieuwe steun voor Bashar al-Assad en in verdere avonturen in de Arabische wereld?

Iraanse economen gaan ervan uit dat de „catastrofale” staat van de Iraanse economie naar de onderhandelingen hebben geleid, omdat het overleven van het islamitische systeem in gevaar kwam. Dan is ook waarschijnlijk dat een belangrijk deel van de tientallen miljarden dollars aan bevroren tegoeden die in eerste instantie vrijkomen, in de economie worden gepompt. Maar buitenlandexperts in Teheran zien tegelijk geen enkel teken dat het bondgenootschap met Syrië wankelt.

„We zullen niet tolereren dat Bashar al-Assad ten val wordt gebracht”, zegt Hamid Reza Taraghi, hoofd internationale zaken van de Islamitische Coalitiepartij, de grootste Iraanse conservatieve organisatie, in een vraaggesprek in Teheran. „Syrië is de voorste frontlinie tegen Israël. Als Syrië valt, volgen verdere nederlagen.”

Het gaat al maanden niet goed met Assad. Zijn regionale tegenstanders Turkije, Qatar en Saoedi-Arabië hebben rebellengroepen samengebracht en bewapend die in het noorden en zuiden van Syrië terreinwinst hebben geboekt. Zijn eigen gemeenschap, de (shi’itische) alawieten, heeft steeds minder zin haar zoons te offeren. De shi’itische hulptroepen uit Libanon, Irak en Afghanistan die Iran naast de eigen militaire adviseurs en naast miljarden dollars aan economische hulp levert, schieten tekort. In Teheran gaan geruchten dat Iran nu overweegt eigen troepen te sturen.

„Ja, er circuleren dergelijke voorstellen”, bevestigt Taraghi, die nauwe banden met opperste leider ayatollah Khamenei onderhoudt. „In ons land is er veel enthousiasme om in Syrië te gaan vechten. Maar er is nog niet besloten om eigen troepen te sturen. We denken nog steeds dat het Syrische leger in staat is de rebellen te verslaan.”

De aanhangers van ayatollah Khomeiny’s islamitische revolutie (1979) voelen zich permanent belaagd door de buitenwereld, met voorop ‘grote satan’ Amerika en ‘kleine satan’ Israël. Daar doet het nucleaire akkoord met alle grote mogendheden niets aan af. Zoals de sunnitische rivaal Saoedi-Arabië overal Iraanse complotten ziet om „regionale hegemonie” te verwerven, zo ontwaren de machthebbers in Teheran Amerikaanse en andere samenzweringen om het islamitische systeem in Teheran ten val te brengen. In dat kader geldt Syrië als „voorste front”, of „strategische diepte”.

Het nieuwe, reusachtige Museum van Heilige Defensie in Teheran is het in steen gegoten symbool van het verzet van de islamitische republiek tegen de vele vijanden die haar belagen. „Bevordering van de Cultuur van Verzet”, luidt ook het tweede deel van zijn naam. Centraal staat de oorlog tegen Irak (1980-1988), die er in al zijn gruwelijke aspecten is vereeuwigd in foto’s, films en maquettes. De oorlog werd niet alleen gevoerd tegen het buurland, betoogt Iran, maar tegen bijna de hele wereld, inclusief het Westen, dat de kans schoon zag om Khomeiny’s revolutionaire regime ten val te brengen. De „wereldarrogantie” steunde Irak met alle middelen – en werd verslagen, zoals Iran er bij zijn burgers instampt. De honderdduizenden martelaren die stierven, worden nog steeds jaarlijks herdacht, opdat niemand vergeet waarvoor zij hun leven gaven: de islamitische republiek.

Alleen Syrië, toen nog onder Hafez al-Assad, Bashars vader, hielp Iran. Volgens Midden-Oostenkenner Ala Gharavi is die „unieke steun” in een oorlog waarin alle andere Arabische landen aan de andere kant stonden, een belangrijke reden waarom Iran nu zijn zoon blijft steunen. „We kunnen het verleden niet vergeten.”

Er zijn natuurlijk meer redenen, zegt hij. Zoals Taraghi ook al zei: Israël. Syrië is het enige Arabische land dat zich blijft verzetten tegen Israël. En Syrië grenst aan Libanon, en het is dus de route voor hulp aan de shi’itische minderheid daar. Hezbollah, met zijn rakettenarsenaal de dominante macht in Libanon, werd in 1982 door Iran opgericht om de shi’ieten te verenigen tegen de Israëlische invasie. Zonder bevriend regime in Damascus komt Hezbollah in grote problemen.

„De andere Arabische landen willen een regering in Damascus die trouw is aan hen, en daarom blijft ook onder president Rohani Teheran Assads bewind steunen”, zegt Gharavi.

Ondanks alle oorlogsmisdrijven. Gharavi zegt dat Iran soms wel degelijk achter de schermen druk uitoefent op Assad. Het was Iran, niet Rusland zoals wordt aangenomen, dat Assad dwong zijn chemische wapens in te leveren, zegt hij. „Als u dat niet doet, zeiden we, sorry, dan kunnen wij u niet steunen.” Iran is zelf getraumatiseerd doordat Saddam Hussein tijdens de Iran-Irakoorlog veelvuldig chemische wapens inzette.

Volgens hem is Iran in principe voorstander van een politieke oplossing in Syrië. Assad zelf zou niet hoeven te blijven. Mits er maar een bevriende regering aan de macht blijft. „Verlies van Syrië is onaanvaardbaar.”