Hijsen op water: een ingewikkeld krachtenspel

Hijskranen zijn ijzersterk en slaan alarm bij gevaar. Maar wind en water maken de bouw van bruggen zeer ingewikkeld.

In de nasleep van de maandag omgevallen hijskranen in Alphen aan den Rijn was er gisteren onder meer eeninformatiebijeenkomst voor bewoners en betrokkenen. Foto’s David van Dam

Zware brugdelen kan een hijskraan moeiteloos tillen. Zolang-ie maar sterk genoeg is, met voldoende contragewicht, en voldoende stabiel staat. Ook de afstand van kraan tot het brugdeel speelt een rol: hoe groter de afstand, hoe minder gewicht de kraan kan tillen. Moderne kranen hebben een computer aan boord die in elke positie opnieuw berekent of de kraan sterk genoeg is. Neem een technisch goedgekeurde kraan en een gecertificeerd machinist: en klaar.

Toch, zegt Jos Schouten, veiligheidsdeskundige bij arbo-instituut Aboma, is het niet zo simpel als het lijkt. Bij een hijskraan in beweging verandert het zwaartepunt. Zou je er een weegschaal onder zetten, dan verandert de kraan voortdurend van gewicht. „Bij elke draaibeweging, bij elk moment dat de giek in- of uitschuift, komt een enorm krachtenspel in beweging.”

Het is al snel onoverzichtelijk

Bij één kraan is het krachtenspel goed te overzien. Bij gebruik van twee kranen is dat al veel moeilijker. Hoe is de krachtenverdeling tussen kraan één en kraan twee? Waar zitten de hijspunten van de last? Hoe wordt de last gedraaid? Hoe wordt de last gedraaid ten opzichte van kraan één? En van kraan twee? Zie dan het zwaartepunt nog maar eens te volgen.

Een kraan kan rupsbanden hebben, of vier stempelpoten, zoals in Alphen aan den Rijn. Maar dan nog kan een instabiel grondoppervlak, zoals een ponton op het water, het krachtenveld onoverzichtelijker maken. Schouten: „Het is als een bootje. Sta je iets buiten het midden dan gaan er krachten werken. De boot reageert. Dat zijn de natuurwetten.”

Een harde ondergrond maakt hijsen overzichtelijker. Maar bij bruggenbouw is die luxe er niet altijd. Er moet op de kade maar net ruimte zijn voor zo’n grote kraan. Bevestiging van het ponton met palen in de bodem biedt stabiliteit, „mits de bodem stevig is”. Ook hebben pontons compartimenten om te vullen met water, voor contragewicht. „Het liefst zou je het hele ponton vullen met water. Hoe groter de massa, des te trager zal het op krachten reageren. Maar dan zinkt het.”

Afhankelijk van de situatie kan het ponton met een hulpconstructie worden bevestigd aan de kade. In Alphen aan den Rijn zat het ponton alleen met kabels vast. Ook dat is best gebruikelijk in de bruggenbouw. Toch had een balkenconstructie voor de hand gelegen, zegt Schouten. Er zaten al meerdere pontons aan elkaar waardoor de afstand tot de kade nihil was. Aanbrengen van balken was niet veel moeite geweest. „Kennelijk is hier ingeschat dat dit niet nodig was.”

Is te lichtzinnig over het brugtransport gedacht? Dat moet het onderzoek uitwijzen. Over het algemeen bereiden aannemers zo’n klus goed voor. „Niemand is gebaat bij zulke schade.”

Aan complexe verrichtingen als deze gaan weken van brainstormen vooraf. Er zijn geen computerprogramma’s waarin je „even een pontonnetje en twee hijskranen invoert” waarna er een berekening van de risico’s uitrolt. Schouten: „Dat is menselijk denkwerk. En dan nog kan een technisch mankement, metaalmoeheid, de kraan net uit balans brengen.”