De Schilderswijk is bang voor de politie

Een maand na de rellen in de Schilderswijk wantrouwen bewoners de politie. „Alsof ze altijd op zoek zijn naar iets.”

Politie op straat in de Schilderswijk – vorig jaar, en daarom nog in het oude uniform. Ook toen al waren er klachten in de wijk over het optreden van de politie. Foto’s Olaf Kraak en Boudewijn Bollmann

Mannen roken sigaretten en drinken Turkse thee op het terras van bakker Simit Sarayi op het Hobbemaplein. De zon schijnt. In de Haagse Schilderswijk wordt vakantie gevierd.

Alleen als je wéét dat op en rondom dit plein een maand geleden 245 mensen werden gearresteerd, dat er bushokjes sneuvelden en er met stukken baksteen werd gegooid, kun je de bewijzen daarvoor vinden. Recht voor het terras, naast bloembakken vol begonia’s die verrassend ongeschonden zijn gebleven, stond een prullenbak. Die werd op woensdagavond, toen de rellen het ergst waren, uit zijn standaard getrokken en is niet vervangen.

De protesten werden aangejaagd door het overlijden van Mitch Henriquez, die bij een festivalbezoek in het weekend hardhandig werd gearresteerd in het Zuiderpark. Daarop volgde maandag een demonstratie met spandoeken, toespraken en leuzen. Mensen spraken zich uit tegen politiegeweld. Later op de avond liep het uit de hand, de volgende drie avonden en nachten ook. Op donderdagavond werd het samenscholingsverbod gehanteerd en werden er heel veel mensen opgepakt – het overgrote deel van alle arrestanten. Waarom is het sindsdien zo rustig gebleven?

Door de zerotoleranceaanpak van de politie zijn mensen bang geworden, zegt Santosh Jagesser (21), die opgroeide in Schilderswijk. „Angst houdt mensen rustig.” Hij zit op de omheining van een groenperk om de hoek van het Hobbemaplein. Toen hij jonger was zat hij veel met vrienden op pleintjes blikjes Red Bull, te drinken en sigaretten te roken. Tijdens de rellen ging hij de straat op, dat vond hij spannend, hij was nieuwsgierig. Als hij geen vrouw had gehad om zich voor te gedragen, of jonger was geweest, had hij misschien ook wel een steen gegooid. Die relavonden voelden als een festival, zegt hij: „Het was alsof we allemaal één waren, strijdend tegen onrechtvaardigheid.” Maar er reed ook een camerawagen rond. En de politie is nog steeds op zoek naar mensen, zegt Jagesser. Hij is bang dat hij als medeplichtige wordt gezien op camerabeelden. Volgens het Openbaar Ministerie worden er sinds de rellen nog bijna iedere dag mensen aangehouden. Dit weekend zaten nog acht mensen vast.

‘De politie is je vriend’

De gemeente zegt dat ze de afgelopen weken veel heeft gepraat met mensen in de Schilderswijk. Er was een diner voor mensen van jongerenverenigingen en moskees die tijden de rellen gele hesjes droegen en relschoppers aanspraken op hun gedrag. Volgens Jagesser heeft dat er mede voor gezorgd dat het na die laatste relavond afgelopen was. Begin september spreekt de burgemeester met een groot aantal vertegenwoordigers van de wijk.

De zussen Hayat en Nouzha Boulahoual zitten op het terras van de Turkse bakker. Ze zijn in deze wijk opgegroeid. Nouzha (25), is dj op Marokkaanse feestjes, opgeleid tot opticien en heeft een zoontje van anderhalf. Hayat (36) is moeder van drie en werkt in de zorg. Politie te paard sloot Hayats straat af tijdens één van de relnachten. Zien zij dat er de afgelopen maand iets is veranderd in hun wijk? „Er zijn meer agenten op straat”, zegt Hayat. „Ze lopen winkels in gaan en gaan met mensen in gesprek. Dat begon toen de rellen bezig waren, en is zo gebleven.” De politie zelf wil niet zeggen of ze een andere werkwijze hebben, maar het is een verhaal dat je van meer bewoners hoort.

Hayat en Nouzha zagen laatst ook een nieuw reclamebord in een tramhok, waar een tekst op stond, zoiets als: ‘de politie is je vriend’. Iemand had er een snor op getekend. De zussen moeten een beetje lachen, want Schilderswijkers zijn agenten in de afgelopen jaren juist steeds meer als vijand gaan zien. Dat kwam al eerder aan de oppervlakte, toen toen de 17-jarige Rishi Chandrikasing in 2012 op station Holland Spoor werd neergeschoten omdat agenten dachten dat hij een wapen had – dat bleek niet zo te zijn.

Nog steeds veel wantrouwen

Santosh chillde vaak met Rishi. Hij kon merken dat mensen banger werden voor de politie en ze tegelijkertijd minder respecteerden. Santosh en zijn vrienden werden serieuzer na de dood van hun vriend. Ze gingen minder op straat hangen.

Bureau de Heemstraat, waar de demonstraties die eerste avond begonnen, heeft eigenlijk niets te maken met de dood van Henriquez. De agenten die hem arresteerden werkten zelfs op een ander bureau. Maar de Heemstraat is in de loop der jaren symbool geworden voor politiegeweld. Eind 2013 zeiden drie oud-agenten tegen Omroep West dat er een sfeer van „discriminatie, intimidatie en mishandeling” heerste. Veel bewoners verwijzen naar die documentaire.

De bewoners van Schilderswijk lijken wel in afwachting van wat er nog meer komen gaat, het wantrouwen in de politie is overal aanwezig. Het probleem is volgens veel bewoners tweeledig: een aantal agenten van bureau De Heemstraat misbruikt zijn macht: ‘de rotte appels’ worden zij genoemd in de wijk. En ze denken dat de politie in Schilderswijk intoleranter is omdat er veel mensen wonen met een buitenlandse achtergrond. Rond de 90 procent van de bewoners heeft een niet-westerse achtergrond.

De zussen Hayat en Nouzha Boulahoual spreken bijna dagelijks over het politiegeweld in de wijk, dat deden ze vóór de rellen ook al. Elke donderdag gaat Hayat naar de ‘koffiedag’ op de school van haar kinderen, een bijeenkomst met andere moeders. Een vast onderwerp is het onrecht dat hen door politieagenten wordt aangedaan en de angst die het creëert. Als iemand erover begint, buitelen ze daarna over elkaar heen met verhalen: „Laatst reed ik van Scheveningen naar de Schilderswijk en werd ik drie keer aangehouden. Twee blaascontroles, en een algemene controle.” Om te checken of er nog onbetaalde boetes of rekeningen openstaan, denkt ze. „Alsof ze altijd op zoek zijn naar iets. Je wordt gecriminaliseerd.”

Dat mensen uit de Schilderswijk worden gecriminaliseerd, zag Omar Ibrahimi (44) in de jaren negentig al, toen hij zelf nog op pleintjes hing. Ibrahimi is geboren en getogen in de Schilderswijk. Hij is 1,80 meter lang, weegt 100 kilo. Ibrahimi komt uit een gezin van 15 kinderen. In de jaren negentig was hij Nederlands kampioen boksen, zegt hij. Nu is hij jongerenwerker. In de wijk noemen ze hem Omar Kaas, omdat hij goed overweg kan met „de Hollanders”. Sinds 9/11 is het wij-zijgevoel duidelijk sterker geworden, zegt hij.

Ibrahimi schrok toen hij bij de rellen ging kijken. Hij zag geen wederzijds vertrouwen, alleen haat. „Een undercoveragent werd herkend tussen de demonstranten. Hij moest voor z’n leven rennen.” Die haat zie je aan beide kanten, zegt Omar. „Agenten zien een groepje jongens met een Marokkaanse achtergrond hangen op straat en benaderen ze vaak meteen agressief: ‘Hé oprotten hier!’ Het escaleert snel.”

Het zat eraan te komen

Voor Hayat en Nouzha Boulahoual, Santosh Jagesser en Omar Ibrahimi kwamen de rellen helemaal niet onverwacht, in hun wijk. En het was volgens hen misschien zelfs nodig om de politiek te laten merken dat er echt iets mis is met de relatie tussen agenten en burgers in de Schilderswijk. Dat er heel veel frustraties zijn. Ibrahimi: „Als er nu niets verandert, krijgen we hier straks Parijse taferelen.” Hij verwijst naar de heftige rellen in de randgemeenten van Parijs, tien jaar geleden.

Maar wat moet er dan veranderen? Er is te weinig begrip voor de armoede en de uitzichtloosheid van veel jongeren in onze wijk, zegt Ibrahimi. „Kijk, autochtone Nederlandse kinderen worden tot hun achttiende gesteund door hun ouders en gaan dan pas voor zichzelf zorgen. De jongens die hier op straat komen uit grote gezinnen. Ze moeten, net als ik, al vanaf hun elfde voor zichzelf zorgen, hun eigen schoenen kopen en ook die van hun ouders. Ze kunnen niet altijd investeren in hun droombaan, of studie, terwijl ze wel genoeg potentie hebben. De gemeente, de politie, de media moeten veel meer de wijk in en zien wat hier gebeurt.”

Dat de politie nu met meer mensen lijkt te praten, vindt Hayat een goed begin. Want dan kunnen ze een elkaar kwijt wat hen dwarszit. Als je elkaar begrijpt, kun je verder komen. „De eerste generatie heeft altijd op zijn tenen gelopen. Wij zijn niet zo.” Nouzha geeft een voorbeeld: „Onze vader was heel verdrietig over de minder, minder, minder-uitspraak van Wilders. Mijn zus en ik hebben aangifte gedaan, maar onze moeder was heel bang. Straks komen ze ons nog ophalen, zei ze. Diezelfde angst voelde ze na de dood van Henriquez. Toen belde ze vrienden en familie op om ze te waarschuwen voor de politie: ‘Kijk uit dat ze niet op je gaan zitten.’ Wij hebben die mentaliteit niet. Wij voelen ons geen buitenlanders meer.”