Chemische bedrijven nemen veiligheid niet serieus genoeg

De recente aanslag op een Franse gasfabriek leidt tot zorg over security in de hoogrisicosector, merkt Genserik Reniers op.

Nederland heeft veel hoogrisicobedrijven met producten die horen tot de chemische industrie, de procesindustrie en de olie- en gasindustrie. Zulke bedrijven kunnen wegens de bevolkingsdichtheid aanleiding geven tot grootschalige rampen. Het is daarom belangrijk dat ze goed worden beschermd tegen terroristische aanslagen. De veiligheid van veel van zulke ondernemingen is echter ondermaats en kan en moet beter.

De veiligheid in individuele bedrijven en in bedrijvenparken in bijvoorbeeld Botlek, Pernis, Moerdijk en Chemelot in Geleen is geen prioriteit. Security wordt vaak beschouwd als een noodzakelijk kwaad dat veel kost en niets opbrengt. De kans wordt als zeer klein ingeschat dat er daadwerkelijk een aanslag wordt gepleegd of vermeden. Het hangt eigenlijk enkel van de bedrijfsleiding af of security serieus genomen wordt of niet.

De veiligheidswetgeving is versnipperd en de wettelijke eisen zijn afhankelijk van bedrijf tot bedrijf. Ze zijn niet te vergelijken met de strenge geharmoniseerde veiligheidseisen die door de Europese Seveso-wetgeving (BRZO in Nederland) worden opgelegd. Chemische bedrijven zijn zelf verantwoordelijk voor hun veiligheidsmaatregelen. De wetgever hanteert een bottom up-benadering die de ernst waarmee security wordt beheerd, in handen van de bedrijven legt. Security is overigens veel meer dan een omheininkje rond de bedrijfsactiviteiten, een portier die naar de identiteitskaart vraagt en camera’s in en rond de gebouwen. Dit is – spijtig genoeg – hoe veel chemische bedrijven veiligheidsmaatregelen bekijken.

Er zou een intelligente ontwerp-gebaseerde aanpak van security moeten zijn in individuele bedrijven en bedrijvenparken; er zou veel meer moeten worden samengewerkt tussen bedrijven onderling; risicoanalyses zouden kwantitatiever moeten zijn en er zouden in ieder bedrijf regelmatig zogeheten security risk assessments moeten worden uitgevoerd. Er kan een ‘clusterraad’ worden opgericht die op een hoger niveau dan individuele bedrijven informatie verzamelt en verwerkt, en die beslissingen neemt op basis van ‘bedrijfsgeclusterde’ veiligheidsanalyses.

We kunnen verwachten dat er ook steeds meer hoogtechnologische oplossingen moeten worden gebruikt om hoogtechnologische dreigingen (bijv. aanvallen met drones) adequater te kunnen aanpakken. Te denken valt bovendien aan inspectie en handhaving die specifiek gericht is op security in alle chemische bedrijven, hetgeen nu niet het geval is.

De tijd is daar dat veiligheid een volwassen domein wordt in hoogrisicobedrijven, zeker na de mislukte aanslag, eind juni, op een gasfabriek nabij Lyon. De bedrijfstak dient security veel serieuzer te nemen. Liefst zonder daarvoor de prijs van een geslaagde terroristische aanslag te moeten betalen.