Blijf rustig, bied warmte, toon begrip

Dankzij de dementievriendelijke samenleving zal het er in ons land een stuk relaxter op worden. Of niet? Maxim Februari ziet een paar piepkleine wolkjes aan de horizon.

Foto ANP/Roos Koole

Zonder dat ik iets doorhad, is de winkel waar ik boodschappen doe dementievriendelijk geworden. Daarmee is hij officieel de eerste dementievriendelijke winkel in het land. De staatssecretaris is komen kijken. Er is een raamsticker. Zo weten alle dementerenden dat ze met een gerust hart naar binnen kunnen. ‘Zij treffen goed opgeleide en zeer behulpzame en vriendelijke medewerkers die rustig blijven, en hen op hun gemak stellen en helpen waar nodig.’

Het is nog een hele race tegen de klok geweest om de eerste te zijn, begrijp ik uit de berichten. De Jumbo in Hoogezand zat ons op de hielen. En de Albert Heijn in Zwolle rukte op. Die is uiteindelijk niet de eerste in Nederland geworden, maar wel mooi de eerste in Overijssel. Het streven is een dementievriendelijk Nederland.

Geloof me, je zou haast zin krijgen in de dementievriendelijke samenleving als je leest wat ons daar te wachten staat. Niets dan respect, inclusie, diversiteit, begrip en waardigheid. ‘Een samenleving waarin mensen ontspannen met elkaar omgaan.’

En aangezien volgens Alzheimer Nederland ‘1 op de 5 mensen’ en ‘1 op de 3 vrouwen’ te maken krijgen met dementie, kan de stemming in ons land er binnenkort alleen maar relaxter op worden. Ik zie slechts een paar piepkleine wolkjes aan de horizon.

Ten eerste gaan mensen die lijden aan dementie niet vanzelfsprekend ontspannen met hun medemens om. Als organisaties jubelen dat een samenleving met 260.000 dementerenden een mensvriendelijke samenleving is, wordt de ontspannenheid vooral verwacht van de mensen die niet dementeren. Blijf rustig, is het devies. Wordt de dementerende agressief? Toon begrip. Banjert de dementerende je winkel uit zonder te betalen? Bied warmte. Gaat de dementerende zich op straat te buiten aan seksueel grensoverschrijdend gedrag? Laat in waarde.

Overgevoelig voor geluid

Dat zou allemaal goed en aardig zijn, als de overige bevolking tenminste bestond uit zorgrobots en niet uit 649.500 mensen met stemmingsstoornissen, 91.100 volwassenen met een bipolaire stoornis, 100.000 kinderen onder de zestien met ADHD, 55.000 kinderen met een gedragsstoornis, 92.600 mensen met een geregistreerde burn-out en anderhalf miljoen uitgeputte mantelzorgers. Om van de criminelen en de asocialen nog maar te zwijgen.

Dit voorjaar las ik over een project voor autismevriendelijkheid. Een moeder mopperde dat ze haar autistische zoontje moeilijk kon meenemen naar een restaurant, omdat hij overgevoelig was voor geluid. Daardoor raakte hij snel in paniek en begon dan te schreeuwen. De andere mensen in zo’n restaurant toonden voor dat geschreeuw bar weinig begrip, bromde de moeder. Maar, bromde ik in gedachten terug, wie zegt dat die omstanders niet ook overgevoelig waren voor geluid? Dat ze niet zelf behoorden tot de 90.000 Nederlanders met een vorm van autisme? Of tot de 1,1 miljoen mensen met angststoornissen? Of gewoon tot de hoogsensitieven?

De wereld van dementerenden wordt niet bevolkt door heiligen, maar door autistische kinderen. En de wereld van autistische kinderen wordt niet bevolkt door machines, maar door mensen met een depressie. Natuurlijk kunnen we verordonneren dat iedereen vriendelijk tegen iedereen moet zijn. Dat je lief moet zijn als iemand je fiets steelt. Dat je vrolijk moet lachen als iemand je uitscheldt. Maar die aanpak is de laatste tweeduizend jaar nooit goed tot ontwikkeling gekomen en dat zou weleens kunnen komen doordat de gemiddelde mens daarvoor te druk, te angstig, te moe of te stemmingsgestoord is.

Altijd vriendelijk zijn is te hoog gegrepen

Mijn advies aan de samenleving is daarom minder veeleisend. Altijd vriendelijk zijn onderling is te hoog gegrepen. Maar zodra overheden en bedrijven richtlijnen opstellen, moeten ze zich wel afvragen tegen wie ze vriendelijk gaan doen en tegen wie niet. En waarom. En die vragen moeten ze niet alleen stellen, maar ook beantwoorden.

Als agenten de opdracht krijgen iedereen te bekeuren die hen beledigt, geldt die plicht dan niet als de beledigende partij dementerend is? En wel als de partij zestien is en last heeft van een oppositioneel-opstandige gedragsstoornis? Waarom wel, waarom niet? En als de dementievriendelijke lokale economie soepel omgaat met alzheimerpatiënten die stelen, waarom krijg je dan uit rechtbankverslagen de indruk dat we zwakzinnigen en masse in de gevangenis stoppen?

Dit kan de winst zijn van de dementievriendelijke beweging. Niet alleen de quickscans, de toolkits, de solidariteitsstickers en het rollenspel. Maar vooral – om in het jargon te blijven – de benchmark. Dementievriendelijkheid als ijkpunt voor al onze vriendelijkheid. Vanaf nu bejegenen gemeentes, winkels en banken ieder mens als ware hij dement. Tenzij ze dat juist niet doen natuurlijk. Maar dan hebben ze een reden.