Bibberend de zomer door

Vrouwen hebben het ‘s zomers vaker koud op kantoor, blijkt uit nieuw onderzoek. Dat komt doordat de airco automatisch is afgestemd op de voorkeuren van de man.

illustratie tomas schats

Is het je op kantoor weleens opgevallen dat vrouwen het vaker koud hebben dan mannen? Dat kan kloppen. De airco houdt er daar, en in openbare gebouwen, te weinig rekening met vrouwen en ouderen. De normen stammen uit de jaren zestig en zijn afgestemd op mannen. De binnentemperatuur mag omhoog.

„Hoeveel, dat hangt dan weer van het soort werk en de kleding af”, zegt onderzoeker Boris Kingma van de Universiteit Maastricht. Hij publiceerde maandag een artikel over het energieverbruik van gebouwen en de ‘thermische behoefte’ van vrouwen in tijdschrift Nature Climate Change.

In het algemeen hebben vrouwen graag een binnentemperatuur die drie graden hoger is dan wat mannen lekker vinden, concludeert dat artikel.

In een experiment in Maastricht droegen jonge vrouwen die licht kantoorwerk deden een T-shirt met korte mouwen, een joggingbroek en sokken en schoenen. Zij voelden zich het lekkerst bij een binnentemperatuur van 23,2 tot 26,1 graden Celsius.

Mannen vinden dat al snel te warm. „Zij kunnen dan wat dunnere of minder kleren aantrekken, en in moderne gebouwen kan er ook lokaal worden gekoeld. Of verwarmd. Maar dat is mijn specialisme niet”, zegt Kingma die zich op de afdeling humane biologie bezighoudt met de warmtevraag van mensen.

Voor dit onderzoek keek hij wat dat voor het energieverbruik van gebouwen betekent. Dat is commercieel belangrijk. „Bij de renovatie van een gebouw wordt bij het ontwerp bijvoorbeeld doorberekend hoeveel energie het gebouw gaat verbruiken. Als de voorspelling en het werkelijke verbruik te veel uiteenlopen krijgen de aannemer en de opdrachtgever ruzie. Daarom is het belangrijk om goede modellen te hebben. Wij zeggen: begin met de reële waarden van het energieverbruik van mensen.”

Dat is niet wat er op het moment gebeurt. Architecten hebben tabellen om de verwarmings- en aircocapaciteit te berekenen, maar de basisgegevens daarvoor stammen uit de jaren zestig. Het zijn modellen waarin de omgevingstemperatuur, de isolatie, luchtvochtigheid en ook de warmteproductie door de mensen in het gebouw zijn meegenomen.

Kingma: „Die oude Amerikaanse normen worden nu wereldwijd gebruikt. Maar er werken nu veel meer vrouwen en bovendien zijn de mensen veranderd Er zijn bijvoorbeeld veel meer mensen met overgewicht, die raken hun warmte minder goed kwijt.”