Agent uit Ferguson heeft geen spijt van dood zwarte tiener

Ex-politieagent in Ferguson

Een jaar na het incident en de rellen in Missouri weerspreekt de schietende agent racisme.

Hij kreeg duizenden steunbrieven, vaak van politieagenten, soms van kinderen. Hij heeft bijna alle afzenders persoonlijk bedankt. Bij de politie komt Darren Wilson, die vorig jaar als agent de zwarte tiener Michael Brown doodschoot in Ferguson, niet meer aan het werk – dat vinden ze een te groot risico. Mocht hij zijn baan toch terug kunnen krijgen, dan zou zijn vrouw Barbara, zelf ook ex-agent, hem verbieden die aan te nemen. Toch zou Wilson zijn werk nog één dag willen doen: om te laten zien dat hij niet „verslagen” is.

Tijdschrift The New Yorker publiceerde deze week een uitgebreid profiel van Wilson. De oud-agent werd daarvoor meerdere keren geïnterviewd. Het stuk verschijnt bijna een jaar na het incident, dat de aandacht van de hele wereld vestigde op het probleem van politiegeweld in de VS, vooral van blanke agenten jegens Afro-Amerikanen.

Een jaar later is het leven van Wilson verre van normaal. Tot twee keer toe besloot een rechtbank hem niet te vervolgen, maar veel mensen willen nog steeds dat hij de gevangenis in gaat. In Ferguson, een voorstad van St. Louis in Missouri, is het niet beter. In de VS is de discussie over racisme, onder meer vanwege de aandacht voor het politiegeweld, opgelaaid.

Wilson heeft nog steeds geen spijt van zijn handelwijze op die bewuste dag in augustus. Hij zegt tegenover The New Yorker ook maar weinig over Brown. Of die wel echt een slechte jongen was, wordt hem gevraagd. „Ik ken hem alleen van de 45 seconden waarin hij mij probeerde te vermoorden. Dus ik weet het niet.”

Over de gebeurtenis zelf zegt hij Wilson niets. Hij is bang dat eventuele opmerkingen daarover door de familie van Brown „gespind” worden. De nabestaanden willen een civiele rechtszaak tegen de oud-agent aanspannen.

Het portret bevat wel enkele opvallende uitspraken van Wilson over mogelijk racisme bij politiekorpsen, en dan specifiek over dat van Ferguson. Het Amerikaanse ministerie van Justitie schreef eerder dit jaar in een vernietigend rapport dat bij de politie in Ferguson sprake was van diepgeworteld racisme.

Volgens Wilson is echter geen sprake van een rassenkwestie, maar woedt er een richtingenstrijd tussen degenen die vinden dat de politie te veel en degenen die vinden dat de politie te weinig macht heeft.

Wilson wijst de conclusie van het ministerie van de hand. Hij noemt de cijfers in het rapport misleidend en zegt dat je die „kunt interpreteren zoals je wilt”. Hij heeft het rapport zelf overigens niet gelezen, want hij wil niet „blijven hangen in het verleden”.

Hij laat zich wel uit over de problematiek in Ferguson. Op de suggestie dat het grootste probleem daar het gebrek aan het werk is, reageert hij door te zeggen dat er „overal weinig werk is”, maar dat er in Ferguson ook een „gebrek aan initiatief” is om te gaan werken. Zwarte jongeren zijn bovendien „verstrikt in een andere cultuur” en krijgen niet altijd de goede normen en waarden mee van hun ouders.

Wilson probeert zelf zo goed mogelijk de draad van zijn leven weer op te pakken. Hij zegt, desgevraagd, bijvoorbeeld nog gewoon buiten de deur te eten. Maar wel in specifieke restaurants. „We proberen ergens heen te gaan – hoe zeg ik dat netjes? – met gelijkgestemden. Je weet wel, waar het geen mengelmoes is.”