‘Wij Grieken wijzen altijd naar een ander. We zijn nog niet rijp’

Voor luxeproblemen gaan Grieken niet bij de psychiater op de bank liggen. De crisis legt nu de echte pijn bloot: depressies, radeloosheid.

Naakte demonstrant bij een bezoek van de Duitse bondskanselier Merkel aan Athene in oktober 2012. Foto John Kolesidis/Reuters

Angstaanvallen. Depressies. Verwarring. Radeloosheid. Zelfmoorden. De nu al bijna zes jaar durende crisis doet een enorme aanslag op het incasseringsvermogen van de Grieken, en het aantal mensen met psychische problemen is sterk gestegen.

„Mijn werk is de afgelopen jaren duidelijk veranderd”, zegt psychiater Yannis Gkiastas in Athene. „De mensen die zichzelf aan het verkennen waren hebben de divan verlaten, want dat werd een luxe die te prijzig werd. Nu zijn het mensen die door de economische en sociale crisis persoonlijke problemen hebben gekregen. Wier zelfbeeld bijvoorbeeld verandert omdat ze geen geld meer hebben.”

Ook zijn collega Lily Peppou wordt dagelijks met de effecten van de crisis geconfronteerd. „Iedereen klaagt over angstaanvallen. Mensen slapen niet, volgen obsessief het nieuws, eten nauwelijks, durven de straat niet meer op. Iedereen lijdt onder de crisis. Mensen die hun werk kwijtraken. Die harder moeten werken voor hetzelfde geld. Die ineens veel minder gaan verdienen.”

Peppou brengt met een aantal collega’s de tendensen in kaart. Het aantal depressieve mensen is duidelijk gestegen, van 3,3 procent in 2008 tot 12,3 procent in 2013 – ze heeft de wetenschappelijke cijfers alleen tot 2013, maar merkt in de praktijk dat die stijging blijft doorgaan. Het aantal zelfmoorden was in Griekenland relatief laag, maar is nu gestegen tot een meer Europees niveau, constateert ze wrang; verschillende studies hebben vastgesteld dat in 2011-2012 het aantal zelfmoorden 35 procent hoger lag dan in de jaren daarvoor. Haar indruk is dat ook het aantal mensen met een gokverslaving stijgt, op zoek naar een magische uitweg uit de misère.

„Een paar jaar geleden waren het subgroepen die psychische problemen kregen door de economische problemen en de werkloosheid”, zegt Peppou. „Mensen in de grote steden, getrouwde mannen die kostwinnaar zijn voor hun gezin. Nu zie je dat niet meer zo. Iedereen heeft er last van. Volgens de recentste studies verspreiden de depressies zich ook naar het platteland: boeren dreigen hun belastingvoordelen kwijt te raken. Het is duidelijk dat het derde akkoord strenger is dan de eerste twee. Daarom denk ik dat we in 2016 een duidelijk verslechterend effect zullen zien op de psychische gezondheid van mensen.”

Niet zo bang zijn

In een cafeetje niet ver van zijn praktijk vertelt Gkiastas dat hij vooral problemen tegenkomt bij wat oudere mensen, vaak de tweede generatie van de grote groep die na de oorlog is verhuisd van het platteland naar Athene en omgeving – waar nu ongeveer eenderde van alle Grieken woont. „Geld was belangrijk voor die groep, als compensatie voor de armoede van daarvoor. Die tweede generatie heeft veel offers gebracht voor een beter huis, een auto, en is bang die zakenkwijt te raken. De derde generatie, die steeds in welstand heeft geleefd, is daar eigenlijk minder bang voor. Die verwijten hun ouders meegaandheid met een corrupt systeem en roepen nu: geld is niet het belangrijkste, niet zo bang zijn.”

Hij onderstreept dat ieder mens anders is en dat generalisaties iets willekeurigs hebben. Maar toch, na jaren in Frankrijk te hebben gewerkt, ziet hij wel een aantal gemeenschappelijk karakteristieken van de Grieken. Zoals een gebrek aan vertrouwen en daaraan gekoppeld een gebrek aan planning.

„In Frankrijk heb ik voor het eerst gezien hoe mensen en bedrijven investeren in de toekomst. Hier niet, want hier verandert toch altijd alles weer. Voor bedrijven gaat het erom dat je nu, meteen, je investering terugverdient, want je weet maar nooit. Voor mensen geldt dat de meesten niet ver vooruitdenken. Neem het referendum, waarbij zo veel mensen besloten nee te stemmen. Grieken houden wel van een revolte, maar bereiden zich niet voor op wat er na zo’n revolutie moet gebeuren. Er is geen plan. Het is altijd tégen de ander. Door al de oorlogen uit het verleden, door al het verraad, zijn mensen erg defensief. Hoe kun je er nu als land uit komen als je steeds met jezelf in conflict bent?”

In de onderzoeken die Peppou doet en die ze toelicht in een kliniek voor psychische gezondheidszorg, ziet ze hoe het vertrouwen tussen mensen onderling niet zo veel veranderd is door de crisis (ook al blijft dat laag in vergelijking met Noord-Europa), maar dat het wantrouwen tegen instellingen als de regering of Europa enorm is gestegen. „De vijand, dat is de regering of de Duitsers. Er is veel paranoia, veel scepsis. Het enige wat we hebben is het toerisme, zeggen veel mensen. Hoe kan het dan dat we van Europa juist daarop de belasting moeten verhogen?”

Emotioneel

Met hetzelfde voorbehoud als Gkiastas ziet Peppou ook een aantal gemeenschappelijke Griekse trekken. „Als je mij vraagt naar een psychologisch profiel van Griekenland, antwoord ik: het land is niet rijp. We lijken soms wel een groep adolescenten. In Griekenland geven we bijna altijd de schuld aan anderen, in plaats van zelf een oplossing te verzinnen. Het is natuurlijk zo dat Europa ons geld heeft gegeven om daarmee zijn eigen banken heeft willen redden, maar toch: als we zelf onze financiën op orde hadden kunnen brengen, hadden we geen probleem gehad.”

Een andere karakteristiek, volgens Peppou: „We zijn hulpeloos en hopeloos, en dan word je emotioneel. We zijn impulsief. We willen tegenstrijdige dingen, zoals in de eurozone blijven zonder door te gaan met bezuinigen. We hebben niet het vermogen door te denken, en kennen weinig zelfkritiek.”

De geestelijke gezondheid van de Grieken is niet geholpen met de opstelling van premier Tsipras, vindt Peppou. „De regering zegt A en doet B en zegt dan dat dit nu eenmaal bij democratie hoort. Al die gemengde signalen, die tegenstrijdige boodschappen vergroten de angst en de verwarring. Tsipras doet alsof er een magische oplossing is. Maar ik merk bij mijn patiënten dat wie de crisis niet ontkent maar zich aanpast, er veel beter uit komt.”

Gkiastas vindt wel dat Grieken vaak iets narcistisch hebben, maar kan niet zo veel met Peppous uitspraak dat de Grieken niet rijp zijn. „Wat betekent dat? Wanneer is een volk wel rijp? Als het altijd heel strikt de regels volgt en dat rechtvaardigheid noemt? Het beste gevoel voor rechtvaardigheid gaat boven de regels uit, daarbij oordeel je naar een situatie.”

Maar ook hij constateert een enorme verwarring, die vaak leidt tot scepsis. In zijn ogen is Europa daar medeschuldig aan. „Europa heeft een heleboel geld naar ons laten stromen. Het is zomaar binnengekomen. Als je gratis geld krijgt van de bank, stel je geen vragen. En nu krijgen we te horen dat het moet worden terugbetaald. Dat heeft iets ongerijmds.”

Hoewel ze hier en daar andere accenten zetten, zijn Peppou en Gkiastas het eens over de kern van hun analyses. Griekenland is in verwarring, angstig, en kijkt met weinig vertrouwen naar de toekomst. En ook moe, of liever uitgeput door de aanhoudende crises, de steeds weer nieuwe problemen. „De afgelopen jaren hebben iets gehad van een hond die steeds maar in een rondje loopt, achter zijn eigen staart aan. Er is helemaal niets beter geworden en het ziet er ook niet naar uit dat dat snel gebeurt.