Column

Twee Griekse visjes en een doosje aardbeien

Op de Griekse camping in We Zijn Er Bijna!.

Dat zou wel eens een spannende confrontatie kunnen worden, tussen 43 Nederlandse toeristen, hun ideeën over ‘de Grieken’ en de werkelijkheid in dat land in mei en juni van dit jaar.

De realityshow We Zijn Er Bijna! (Omroep MAX) had bij eerdere groepsreizen naar Oekraïne, Marokko en Sardinië nooit erg lang stilgestaan bij het dagelijkse leven in de bezochte landen, maar nu zou je de ongebruikelijke situatie toch moeilijk kunnen ontlopen.

Mispoes! Dat blijkt dus wel degelijk mogelijk te zijn, in de tot nu toe vertoonde afleveringen. De interactie tussen de karavaan van campers en caravans en de autochtone bevolking van de Peloponnesus blijft immers beperkt tot het optreden van een folkloristische dansgroep en een incidenteel bezoek aan een markt door een initiatiefrijke enkeling. Die schaft daar dan twee visjes en een doosje aardbeien aan, waarover in een soort Engels nauwelijks onderhandeld wordt. Het is natuurlijk te veel wat er betaald moet worden, zo luidt het oordeel van de koper, maar ach, laat maar, het is vakantie.

De meeste deelnemers aan de groepsreis, praktisch zonder uitzondering oudere stellen met genoeg tijd en geld, hebben de bloemkool en vissticks, en zelfs beschuit met muisjes voor de verwachte geboorte van een kleinkind, van huis meegenomen. Er wordt voor de sfeer wel eens een restaurant bezocht, maar dat soort experimenten moet je natuurlijk niet te vaak doen.

Zelfs de gidsen die de in land, volk en geschiedenis geïnteresseerde minderheid bijpraten over naakte atleten en de macht van het boze oog, zijn in Griekenland woonachtige landgenoten.

Het is een van de problemen van de goed bekeken serie: gaat het nu om de antropologie van vreemde culturen of de sociologie van het groepstoerisme? Zeker nu presentatrice Martine van Os eerder een voice-over is geworden dan een permanent aanwezige aanjager van de interculturele dialoog, gaat het echt voornamelijk om het vieren van verjaardagen en de rol van het jeu de boules in verschillende varianten voor het groepsproces. Griekenland is vooral aanwezig als kleurrijk decor, goed voor de obligate lage shots van een stoet van voertuigen met een saillante berm op de voorgrond.

Dat asfalt op breed aangelegde, lege wegen zorgt toch nog voor een kleine politieke voetnoot. Een van de toeristen merkt op dat alleen de auto’s ontbreken op deze luxe wegen. Dat zal dus wel met Europees geld gebouwd zijn allemaal.

„Onze centen”, hoe vaak hebben we die woorden niet gehoord afgelopen zomer in relatie tot Griekenland. Van Os, die in de volgende aflevering in Athene weer aanschuift, vroeg zich in de preview af of die centen nog wel uit de pinautomaat zouden komen.

Deze toeristen, voor meer dan de helft lid van een zangkoor, zijn veel te aardig om zulke woorden te gebruiken. Deze Nederlanders gaan ten minste op reis. Ze hebben waarschijnlijk niet eens vooroordelen over de Grieken, daar staat hun hoofd in het geheel niet naar. Maar Omoep MAX laat wel een kans lopen om de kijker iets wijzer te maken, over de cruciale rol van het toerisme in een wankelende economie.