Twee eeuwen oorlog in het Midden-Oosten

Vergeleken met de oorlogen van de jaren tachtig valt het met de chaos in het Midden-Oosten nu bijna mee, schrijft Carolien Roelants.

Op mijn volgepropte boekenplanken op zoek naar een kaart van het Turks-Syrische grensgebied vond ik de kaart ‘Mideast in turmoil’, met als onderkop ‘Twee eeuwen conflict in het Midden-Oosten’. Van de National Geographic, gedateerd september 1980. Bewijst maar weer dat het Midden-Oosten altijd in turmoil is. Toen geen kalifaat natuurlijk, en geen burgeroorlog in Libië, laat staan twee regeringen – „Libiës grillige dictator Moammar Gaddafi preekt de wereldrevolutie”, luidt de tekst bij Libië. Maar in Syrië was ook toen een Assad in gevecht tegen wat hij en de National Geographic „antiregeringsterrorisme” noemden. Verschil met nu: de fundamentalistisch-sunnitische oppositie liet zich twee jaar later wél kisten door het ongelimiteerde regeringsgeweld – denk aan het bombardement van Hama in 1982: zo’n 25.000 doden.

Maar enorm interessant, zo’n oude kaart. De deadline lag kennelijk nét voor het begin van de oorlog tussen Iran en Irak, die de volgende acht jaar honderdduizenden levens zou eisen (ik zie wanhopige auteurs de drukker vergeefs smeken om een laatste aanpassing). In Iran is net de sjah afgezet. „Machtige geestelijken zoals ayatollah Khomeiny [..] linkse groepen en in het Westen opgeleide gematigden strijden om controle over de revolutie.” Volgens mij was het toen allang een gelopen race voor Khomeiny, die de versplinterde oppositie behendig tegen elkaar uitspeelde.

In Libanon is het burgeroorlog, op de kaart omschreven als een vier jaar oud bestand met terugkerend geweld. Heel terecht is de vermelding van de vaak vergeten bezetting van de Grote Moskee in Mekka door een groep radicalen, die de verwildering van de zeden aan het koninklijk hof en elders in Saoedi-Arabië aan de kaak stelden. De groep werd ten koste van honderden levens uit de moskee verdreven. Wie nog over was van de bezetters werd onthoofd. Maar de monarchie, die zich wild was geschrokken, voerde vervolgens hun programma van eisen uit om haar religieuze legitimiteit te herstellen. Denk aan de steun voor de Afghaanse jihad tegen de Sovjetbezetters en de herislamisering van het eigen land. Radicale geestelijken kregen de vrije hand in het onderwijs en produceerden de extremisten die vanaf begin jaren negentig in de wereld toesloegen, met inbegrip van Saoedi-Arabië zelf. Ja, daar hebben we ook het kalifaat aan te danken.

Hoeveel turmoil – hoe te vertalen? ‘Onrust’ is te zwak, ‘chaos’ te sterk – er toen ook was: 1980 was nog vreedzaam vergeleken bij wat er de komende jaren ging komen. De Iraans-Iraakse oorlog noemde ik al, maar vergeet niet de Israëlische invasie van Libanon in 1982, die onder andere leidde tot de moordpartij in de Palestijnse kampen Sabra en Shatila. In 1983 begon de tweede Soedanese burgeroorlog (naar schatting een miljoen doden) en in 1984 lanceerde de Koerdische PKK haar oorlog tegen de Turkse regering. Om maar wat te noemen. Zo bezien valt het nu nog mee.