Snel zwemmen met turbocursus

Normaal duurt het maanden, maar het kan ook veel korter. Turbozwemcursussen zijn populair.

Kinderen maken een ereronde door het zwembad van Loosdrecht, na het behalen van hun A-diploma. Foto David van Dam

„Tenen over de rand, kin op de borst en armen voor je.” Terwijl hij gebogen over de zwembadrand staat, krijgt Joep („bijna 10”) wat laatste aanwijzingen. „Billen omhoog”, roept meester Olaf Bakker (23) nog. Dan duikt Joep met een grote sprong het water in. Eenmaal weer boven krijgt hij een high five van de meester. Een week geleden moest hij nog met bandjes en kurk zwemmen. Vandaag gaat Joep voor zijn A- en B-diploma.

Bij zwemschool Walderveenbad in Loosdrecht is vrijdag afzwemdag. De meeste kinderen zijn die week begonnen met zwemles. Ze hebben een turbocursus gevolgd. Een of twee weken lang elke ochtend zwemles van negen uur ’s ochtends tot een uur ’s middags.

De turbozwemcursus is landelijk erg populair. Waar kinderen bij reguliere zwemles bijna een jaar lang elke week ongeveer een half uurtje les krijgen, duurt de turbocursus slechts enkele weken of maanden. Vooral in de zomervakantie is de spoedcursus gewild, vertelt Rob Fokkinga van het Walderveenbad. „Veel ouders vinden dat heel prettig, dan kunnen de kinderen op vakantie veilig het water in.”

Of de kinderen echt veilig zijn betwijfelt de Koninklijke Nederlandse Zwembond (KNVB). Die vindt de spoedcursussen te snel en te vermoeiend voor kinderen. „De zwemtechniek moet in je spieren slijten”, zegt Nicole Hoogwerf, adjunct-directeur van de KNZB. „Dat lukt alleen door het vaak te herhalen en veel uren te maken. En pas na drie reguliere diploma’s is een kind zwemveilig.”

Een ouderwetse gedachte, volgens Fokkinga. De kinderen oefenen juist heel veel techniek en hebben bovendien vaak pauze, zegt hij.

Ook de andere zwemleraren van het Walderveenbad zijn het niet eens met de bezwaren van de zwembond. De kinderen maken hier juist ontzettend veel zwemuren, zeggen ze. Daarbij zijn de groepen klein – zo’n 6 of 7 kinderen – en is er veel individuele aandacht, zegt meester Olaf Bakker. En als een paar kinderen bijvoorbeeld moeite hebben met de rugslag, neemt een collega ze apart om extra te oefenen.

Joeps zus, Pien (8) gaat ook afzwemmen. Ze kon het al wel een beetje, maar haar techniek kon beter. In schoolslag zwemt ze naar de andere kant van het bad. Dan keert ze om en zwemt op haar rug weer terug. „Hielen sluiten jongens”, roept meester Olaf vanaf de kant. „En maak je buik zo dik als een oliebol.”

Voordat de kinderen beginnen met de spoedcursus, volgen ze eerst een introductieles, vertelt Fokkinga. „Daarin kijken we wat ze al kunnen en hoelang ze nodig hebben om goed te leren zwemmen. De eerste les zwemt iedereen met drijfmiddelen als kurken en bandjes. Gaat het goed, dan mag er steeds een extra kurkje af.” Bij het Walderveenbad is een diploma gegarandeerd. Lukt dat niet binnen de spoedcursus, dan blijven de kinderen gewoon wat langer lessen.

„Alle A’tjes met mij mee”, zegt meester Olaf. „We gaan nog even oefenen met onder water.” Hij hangt een zeil met een gat een paar meter van de kant. Daar moeten de kinderen doorheen zwemmen. Iets verder komt er nog een. Wie nog lucht over heeft mag ook door het tweede zeil. Letitia (7) staat vooraan. Als enige zwemt ze meteen door beide gaten. „Ik kan al 7 meter”, zegt ze trots.

Er gaat een bel. Pauze. De kinderen gaan op een lange rij gekleurde stoeltjes zitten. Gehuld in handdoeken en badstoffen drakenponcho’s zoeken ze naar hun lunchtrommels. Joep zit naast zijn broertje Ties van zes. Ze eten likkoekjes en stukjes komkommer. Na de pauze begint het afzwemmen. Joep is best zenuwachting, zegt hij. „A haal ik 100 procent en B weet ik niet.”

Joep, Pien en Letitia trekken een korte broek en T-shirt aan. Bij afzwemmen moet het eerste baantje met kleren. Dan komt het publiek. Vaders, moeders, opa’s en oma’s zwaaien vanaf de kant. Joep zwaait terug.

Met kleren aan springen de kinderen het water in. Eerst een baantje op de buik, dan op de rug. Zonder kleren verder en weer onder water door het gat in het zeil. Een half baantje borst- en rugcrawl en ten slotte watertrappelen. Negen hoofdjes komen nog net boven het water uit.

Dan verbreekt Rob Fokkinga de zenuwen. Alle A-kinderen zijn geslaagd. Trots maken ze een ereronde door het zwembad. Hun diploma’s steken ze hoog in de lucht. De ouders klappen en maken foto’s. Joep gaat even uitrusten. Nu B nog.