Poëtische textielwerken met mensenhaar

Chrystl Rijkeboer, Old sins cast long shadows (2014, mensenhaar, papier-maché, hoogte 1,80 meter) Foto Edwin Roelofs

Een haar in je soep, andermans haar: niets beneemt je sneller de eetlust. Maar lang weelderig haar is juist ook een symbool van seksuele aantrekkingskracht. Het zijn dan ook de kunstwerken van en met mensenhaar die je onder de huid kruipen op de tentoonstelling Under the Skin over textielkunst in het Tilburgse Textielmuseum.

Met lange haren borduurt de Belgische Sara Bomans drie teksten: „Ik wil ...zijn”, „Ik wil hem”, „Ik wil hem zijn”. Waarom griezelen we zo van de sierlijk krullende haren die van de woorden over het papier eronder hangen? Bomans zegt er zelf over dat ze „poëtische beelden schept met een materiaal dat in dezelfde categorie valt als poep”.

Ook de gebreide bivakmutsen van mensenhaar van Chrystl Rijkeboer roepen een haast fysieke reactie op. Deze harige gezichten staan in een groep bij elkaar, op houten palen gespiest, ze staren ons aan en lachen ons uit. Een bivakmuts is bedoeld om een gezicht te verhullen maar dit zijn zelf gezichten, koddig maar ook afstotend.

Bomans en Rijkeboer zijn 2 van de 24 kunstenaars uit diverse landen, het overgrote deel vrouwen, die conservator Caroline Boot bij elkaar heeft gebracht in de tentoonstelling Under the Skin. In de begeleidende publicatie beschrijft ze de bevrijding van de textielkunst uit de besloten kring van ambacht en huisvlijt. Waar ze zich niet aan waagt, is een verklaring van het feit dat het overwegend vrouwelijke kunstenaars zijn die textiel gebruiken. Volgens Boot „staat textiel dicht bij de mens en leent zich dus voor het aan de orde stellen van persoonlijke en maatschappelijke kwesties”. Maar een kunstenaar kan met elk materiaal alles aan de orde stellen. En de materialen zijn ook hier zeer uiteenlopend, van vilt tot veren, was, leer en pantykousen.

Sommige werken hebben wel een onmiskenbare link met het vrouwelijke, zoals The Wound van Berlinde De Bruyckere dat aan schaamlippen doet denken. En de gekleurde panty’s waarmee Madeleine Berkheimer ruimtelijke sculpturen maakt, waarvan er ook een in de hal van het Nieuwe Instituut te zien is, is vanzelfsprekend een ‘vrouwelijk’ materiaal. Maar het enige belangrijke is dat een kunstwerk zeggingskracht heeft, ongeacht het materiaal, en Under the Skin brengt een aantal sterke werken bij elkaar. Bijvoorbeeld de video Extraordinary Gentlemen van modefotograaf Nick Knight en het Nederlands-Britse duo LucyandBart. Het krachtige lichaam van een mannelijke danser wordt eerst versierd, met vlokken badschuim of kleurige verfstralen, en dan weer ontsierd, door hem een huidkleurig pak aan te trekken met daarin bollen als grotesk uitvergrote spieren.

Het oudste werk op de expositie, uit 1975, is een twee meter hoge cocon van glanzende groen-zwarte veren van Rebecca Horn. Het was behalve een statisch object ook een seksueel beladen performance: op een oude video zien we haar af en toe de cocon een beetje openen om een glimp op haar naakte lichaam te bieden. Veertig jaar na dato heeft dat vleugje voyeurisme niets aan kracht ingeboet.