‘Coalitie doodde honderden burgers in Syrië en Irak’

Bij luchtaanvallen door de internationale coalitie op de Islamitische Staat en andere extremisten in Irak en Syrië zijn tussen 459 en 591 burgerslachtoffers geteld. Dat staat in een gisteren gepubliceerd rapport van de onafhankelijke internationale studiegroep Airwars na zes maanden onderzoek. Ook zouden tussen 48 en 80 militairen van bondgenoten op de grond om het leven zijn gekomen.

Airwars, opgericht door journalisten om het verloop van de luchtoorlog tegen IS te volgen, heeft meer dan 120 „zorgwekkende incidenten” geïdentificeerd. Daarentegen heeft de door de de Verenigde Staten geleide coalitie, waaraan ook Nederland deelneemt, zelf 40 van dergelijke incidenten geïdentificeerd en tien uitgezocht, sinds de aanvallen in augustus 2014 begonnen. Daarbij zijn volgens de coalitie twee doden gevallen. Tot dusverre zijn 5.800 aanvallen uitgevoerd.

Volgens de coalitie zijn haar bombardementen „de meest precieze en gedisciplineerde in de historie van luchtoorlogen”, aldus Chris Woods, directeur van Airwars. Maar: „De feiten geven een heel ander beeld.”

Airwars heeft duizend meldingen over burgerdoden bestudeerd. Sommige daarvan worden betwist. Soms waren meldingen vals. Airwars publiceert de bijzonderheden online.(NRC)