Na Beijing werd het stil, tot nu

Vrouwen Nederland voor het eerst na mirakel op Spelen 2008 weer in halve finale WK. „Het doel is wereldkampioen worden.”

Maud Megens in duel met Russin Ekaterina Prokofyeva, tijdens de kwartfinale die Nederland met 10-9 zou winnen. Foto Robin van Lonkhuijse/ANP

Maud Megens was twaalf toen ze thuis met haar ouders op de banken sprong; op televisie waren de Nederlandse waterpolovrouwen net olympisch kampioen geworden, in Beijing. Vanaf dat moment wist ze wat haar grote droom was. Gisteren, in een vijandige heksenketel in Kazan, kwam die weer een stapje dichterbij, toen Megens – inmiddels negentien jaar en zelf international – met de Nederlandse ploeg Rusland op eigen bodem versloeg (10-9) in de kwartfinale.

Ze waren uitgefloten door het fanatieke publiek, uitgejouwd. De jonge ploeg boog, maar brak niet onder de enorme spanning. „Dit is waar je het allemaal voor doet, waar je van droomt”, zei Megens na afloop. Even daarvoor had ze de Russinnen met een cruciale onderschepping in de slotseconden definitief het zicht op een medaille ontnomen, waarna de toeschouwers muisstil afdropen.

Het magische sportmoment van de Olympische Spelen van Beijing (2008) is voor een hele generatie Nederlandse waterpolosters de belangrijkste inspiratiebron in hun carrière. Des te opvallender dat het zo lang duurde dat Nederland zich eindelijk weer eens weet te plaatsen voor de halve finales van een mondiaal toernooi. Daarin is Italië morgenavond de tegenstander. De andere halve finale gaat tussen Australië en de VS.

Na Beijing bleef het jarenlang stil rond de kampioensploeg van 2008, die een ongelijke strijd voerde tegen het verwachtingspatroon. Ze konden er geen moment meer aan voldoen. Met de Italiaan Mauro Maugeri kwam er een nieuwe coach, bij zwembond KNZB geroemd als meester-tacticus, maar de communicatie was vaak bedroevend – net als de resultaten.

De olympisch kampioen miste zelfs de kans om de zwaarbevochten titel te verdedigen tijdens de Spelen van Londen (2012) en stelde teleur met vijfde en zevende plaatsen op de WK’s van Rome (2009), Shanghai (2011) en Barcelona (2013). Na dat laatste WK ging het roer om: Maugeri werd bedankt en Arno Havenga – al sinds 2006 nauw bij de groep betrokken – werd doorgeschoven als bondscoach.

De oud-international slaagde erin van een jonge selectie een zeer hechte groep te maken. „Er zit heel veel potentie in deze groep”, zegt Havenga nadat hij de zege op Rusland met oerkreten, gebalde vuisten en omhelzingen heeft gevierd. „De speelsters durven nu te laten zien wat ze kunnen. Ze durfden toen geen fouten te maken. Van mij krijgen ze de ruimte om te spelen, te schieten, fouten te maken. Daardoor gebeurt dat juist minder.”

Havenga bracht de broodnodige ontspanning terug in de ploeg, gaf de speelsters meer vrijheid, meer eigen verantwoordelijkheid, rekende af met de strenge regels en het eentonige trainingsregime waaraan Maugeri zijn ploeg had onderworpen – en hij liet de meiden weer lachen. De sfeer rond de ploeg in Kazan doet denken aan de flow waarin de Beijing-groep destijds terechtkwam, onder de bezielende leiding van Robin van Galen. Havenga was destijds al teammanager.

Ook de speelsters zijn ervan overtuigd dat de Nederlandse waterpologeschiedenis niet hoeft te stoppen bij het mirakel van Beijing. Wie in het hol van de leeuw op een WK gastland Rusland bij fases wegspeelt kan ook wereldkampioen worden. „We spelen al vanuit de jeugd met elkaar”, zegt Megens, met keepster Laura Aarts de jongste van het stel. „We zijn met elkaar naar dit soort wedstrijden toegegroeid. Natuurlijk waren wij ook best gespannen, maar onze jeugdigheid is ook onze kracht. We spelen onbevangen, voelen het niet als beladen.”

De belangrijkste eigenschap van de groep van Havenga is misschien wel het ontbreken van een echte ster, zoals Iefke van Belkum in het verleden. Zij nam na het debacle van Barcelona even plotseling als emotioneel afscheid van de Nederlandse ploeg, uit onvrede met het gebrek aan professionaliteit bij bond en medespeelsters.

Zo’n wereldtopper als Van Belkum heeft de huidige ploeg niet. Maar volgens Megens wordt dat gecompenseerd door de eenheid die de ploeg vormt. „Wij doen alles met elkaar en voor elkaar”, zegt ze. „Iedereen hoort erbij, ook de teamdokter en de fysio. We hebben goede spelers in het water, een volle bank van topniveau, en steeds andere uitblinkers. Iedereen kan een wedstrijd beslissen, je bent niet afhankelijk van één persoon. Ik vind Iefke nog steeds top of the world, maar ik denk dat we als team sterker naar elkaar toe zijn gegroeid. Iederéén moet nu goed spelen om te winnen.”

En de feiten liegen niet: onder Havenga haalde Nederland zilver op het EK in Boedapest, vorig jaar, en deze zomer brons in de World League in Shanghai. De ploeg is volwassener dan de gemiddelde leeftijd van 23 jaar doet vermoeden. Havenga ziet de ontwikkeling met goedkeuring aan. „Ik geloof heel erg in deze groep”, zegt hij. „We hebben na Beijing mindere jaren gehad, nu hebben we een hecht team dat vecht voor de wereldtitel. Een supermooie ontwikkeling. Van Italië hebben we recent nog gewonnen, het doel is wereldkampioen worden.”