Hij schoot een jaar geleden Michael Brown dood in Ferguson

Een jaar nadat Darren Wilson als agent de zwarte tiener Michael Brown doodschoot in Ferguson, heeft The New Yorker een uitgebreid portret van hem gemaakt. Het is een interessant inkijkje in zijn verleden en in hoe zijn leven er nu uitziet.

Voormalig politieagent Darren Wilson uit Ferguson. Hij was de man die Michael Brown vorig jaar doodschoot, wat leidde tot grote rellen in de voorstad van St. Louis. Foto Reuters/St. Louis County Prosecutor's Office

Hij krijgt nog steeds steunbrieven, vooral van politieagenten, soms van kinderen. Hij beantwoordt ze allemaal. Bij de politie komt Darren Wilson, die vorig jaar als agent de zwarte tiener Michael Brown doodschoot in Ferguson na een geëscaleerde confrontatie, niet aan het werk, want dat vinden ze een te groot risico. Mocht hij zijn oude baan terug kunnen krijgen, zou zijn vrouw Barb, zelf inmiddels ex-agent, hem verbieden die terug te nemen. Een dagje zou Wilson het nog graag willen doen, al was het maar om te laten zien dat hij niet “verslagen” is.

The New Yorker publiceerde deze week een uitgebreid profiel van Wilson, waarvoor hij ook meerdere keren gesproken werd, bijna een jaar na het incident dat het prominentste voorbeeld werd van volgens critici buitensporig politiegeweld van blanke agenten tegen zwarte mensen.

Wilson heeft nog steeds geen spijt voor hoe hij die bewuste dag in augustus handelde, ook dat is niet veranderd. Hij praat tegenover de New Yorker ook maar weinig over Brown. Of hij wel echt een slechte jongen was, wordt hem gevraagd. “Ik ken hem alleen van de 45 seconden waarin hij mij probeerde te vermoorden. Dus ik weet het niet.” Over het bewuste incident zegt hij zelfs niets. Wilson is bang dat eventuele opmerkingen daarover door de familie van Brown “gespind” worden. Zij wil een civiele rechtszaak tegen Wilson aanspannen.

Institutioneel racisme? Nee

Wilson heeft de hoofdrol in het stuk, waarin ook zorgvuldig en uitvoerig zijn verleden wordt geschetst en wordt gesproken met enkele sleutelfiguren, zoals zijn oude mentor, maar een grote rol is ook weggelegd voor Ferguson zelf. Allemaal met als doel erachter te komen wat nu precies het echte probleem is. Ook al komt de lezer er niet per se achter wat er nu precies misging die dag vorig jaar, er staan in ieder geval enkele opvallende uitspraken van Wilson in over het grotere rassenprobleem in de voorstad, onder meer bij het politiekorps. Want dat is er, oordeelde het ministerie van Justitie eerder dit jaar in een vernietigend rapport. Bij de politie was de afgelopen jaren sprake van systematisch en diepgeworteld racisme.

Dat doet Wilson van de hand, ook al heeft hij het rapport niet gelezen, omdat hij niet “wil blijven hangen in het verleden”.

Wilson told me that Ferguson’s force had a few bigoted members, but he denied that racism was institutional. The Justice Department’s numbers were “skewed,” he said. “You can make those numbers fit whatever agenda you want.”

Verder, op de suggestie dat het grootste probleem in Ferguson het gebrek aan het werk is, reageert hij door te zeggen dat er “overal weinig werk is”, maar dat er in Ferguson ook een “gebrek aan initiatief” is om te gaan werken. De zwarte jeugd is bovendien “verstrikt in een andere cultuur” en krijgt niet altijd de goede normen en waarden mee van hun ouders.

Wilson probeert intussen zo goed mogelijk door te gaan met zijn leven. Hij zegt, desgevraagd, bijvoorbeeld nog wel gewoon buiten de deur te eten. Maar wel in specifieke restaurants. “We proberen ergens heen te gaan – hoe zeg ik dit correct? – met gelijkgestemde individuen. Je weet wel, waar het geen mix is.”

Lees het hele stuk ‘The Cop’ van Jake Halpern bij The New Yorker.