Geen gratuite verontschuldigingen, wel betekenisvolle schuldbelijdenis

Nederland was zelf toch ook slachtoffer van de nazi’s? Waarom dan excuses, vraagt Reinout Labberton zich af.

illustraties Ruben L. Oppenheimer

Rabbijn Abraham Cooper en Manfred Gerstenfeld vroegen in de NRC (31/7) om excuses van Nederland voor het lot van de Joden in de Tweede Wereldoorlog. Uiteraard kan Nederland dat doen om van het gezeur van af te zijn, maar of excuses een goede zaak zijn betwijfel ik ten zeerste.

Een interessante parallel is te trekken met 2007. Toen bood de toenmalige burgemeester van Antwerpen, Patrick Janssens, zijn excuses aan voor de Antwerpse Jodenvervolging in de Tweede Wereldoorlog. Het is bekend dat de Antwerpse politie heeft meegeholpen aan razzia’s. Desalniettemin kwamen deze excuses hem op kritiek te staan door toenmalig gemeenteraadslid Bart De Wever, die ze afdeed als ‘gratuit’ en ‘misplaatst’.

Niet iedereen had begrip voor De Wevers aanmerking. Het getuigt immers van een rechtlijnige koppigheid om goedbedoelde en goed ontvangen excuses af te vallen. Toch waren er goede argumenten om niet tot excuses over te gaan. De Wever stelde namelijk dat zulke excuses de schuld bij de verkeerde leggen en speculatief zijn. Ook verweet hij Janssens dat het niet bepaald van moed getuigt om zestig jaar na dato nog excuses te maken.

Het belangrijkste is dat de schuld voor de Jodenvervolging bij het naziregime lag en niet bij Antwerpen, net zo min als het bij de Nederlandse staat kan liggen. Excuses van Nederland zullen daarom excuses zijn van een land dat zelf ook slachtoffer is van de Tweede Wereldoorlog. Uiteraard verdient het een excuus dat de Nederlandse staat destijds Joodse vluchtelingen voor hun eigen opvangbarakken liet betalen, maar voor de wet werden Joden niet gediscrimineerd.

Ten tweede geldt dat excuses voor collaboratie speculatief zijn. De oorlog zorgde ervoor dat mensen ‘verkeerde keuzes’ maakten uit zelfbehoud of uit trouw aan het gezag. Toch bood het op hun post blijven en meewerken van Nederlanders ook de mogelijkheid om het Duitse oorlogsapparaat te frustreren.

Excuses van een heel land doen geen recht aan de Nederlanders die in het verzet hebben gezeten. Voorts bestaat dit land grotendeels uit mensen die de oorlog niet meegemaakt hebben en daardoor onmogelijk schuld kunnen hebben aan de Jodenvervolging. Het is goed dat Cooper en Gerstenfeld erop wijzen dat collaboratie niet verzwegen mag blijven, maar daar hoeven geen betekenisloze excuses uit voort te vloeien, omdat er geen verantwoordelijken meer zijn.

Ten derde zijn, naarmate de motieven groter en abstracter worden, de excuses sterker politiek gemotiveerd. Waar een wapenfabriek excuses voor dwangarbeid kan aanbieden omdat de toenmalige misdadigheid en het profijt van die dwangarbeid helder zijn, vertroebelt de betekenis als een hele stad of een land zijn excuses aan een hele gemeenschap aanbiedt. Zulke excuses zijn hoogst politiek getint.

Bij een postercampagne van de NS over Jodentransporten bleek dat de SNCF, de Franse nationale spoorwegmaatschappij, aanbestedingen in de VS misliep omdat zij zich nooit geëxcuseerd heeft voor haar rol in de Tweede Wereldoorlog. Hier zijn de excuses een aflaat van of een pressiemiddel van Joodse lobbyisten. Overigens: de NS mag dan wel Jodentransporten hebben gereden, het feit dat de NS in Nederlandse handen was, werd als gunstiger gezien voor de Nederlandse belangen dan wanneer de Reichsbahn het zou overnemen.

Ten vijfde vernauwt het hameren op excuses de herinnering als ware de Tweede Wereldoorlog grotendeels om de vernietiging van de joden te doen. Dat er doelbewuste genocide werd gepleegd, mag nooit gebagatelliseerd worden maar het is één aspect van een wereldwijd duistere periode.

Als laatste voedt de focus op excuses voor het Joodse leed anti-Israëlische sentimenten. Excuses voor de toen gemaakte misdaden zullen immers vergeleken worden met eventuele huidige misdaden tegen Palestijnen. Aannemelijk is dat ook latere generaties Joden getekend zijn door de Tweede Wereldoorlog, en de Joden hier hebben niks te maken met de Israëlische politiek. Toch zullen veel buitenstaanders die onterechte vergelijkingen maken tussen misdaden van het naziregime en collaborateurs enerzijds, en misdaden in het Israëlisch-Palestijnse conflict anderzijds, waardoor de roep om excuses voor hen als hypocriet overkomt.

Met excuses voor de Nederlandse Jodenvervolging kan een geweten niet worden schoongemaakt. Het zal hoogstens de belanghebbenden sussen. Er zijn er bijvoorbeeld twee in New York die zich overgeslagen voelen na de excuses die de Nederlandse staat anderen wel heeft aangeboden. Deze twee stellen terecht dat de collaboratie in Nederland niet gebagatelliseerd mag worden, maar om bovengenoemde argumenten lijkt me erkenning voor collaboratie passender dan excuses. Als excuses niet geconcretiseerd kunnen worden, zullen deze politieke zetten blijven in plaats van een betekenisvolle schuldbelijdenis. Dit toont het Antwerpse voorbeeld aan.

Waardevoller dan gratuite en misplaatste excuses is om te blijven gedenken, herinneringen levend te houden en zelfs de donkerste geschiedenis te blijven bestuderen.

Publicist te Utrecht