Te laat en overigens ook niet gewenst

Maak liever snel werk van dat Shoahmuseum...

Twee buitenlanders in Amerika en Israël, Abraham Cooper (geboren in New York in 1950) en Manfred Gerstenfeld (geboren in Wenen in 1937) vinden dat de Nederlandse regering excuses moet aanbieden voor het lot van de Nederlandse Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Wie zit daar nu (nog) op te wachten? Ik herinner me de toespraak van toenmalig koningin Beatrix voor de Knesset in 1995 nog levendig. Ik was diep ontroerd.

Waar we wel op zitten te wachten is het van de grond komen van het Nationaal Shoahmuseum en -Centrum, de Hollandsche Schouwburg aan de Plantage Middenlaan in Amsterdam. Daar kan alles uit de doeken worden gedaan wat voor, in en vooral na de Tweede Wereldoorlog de Nederlandse Joden is aangedaan.

De Nederlandse Spoorwegen, leden van het politiekorps die onderduikers tegen betaling verraadden, het Rode Kruis dat weigerde pakketten te sturen naar Joden in concentratiekampen; de boetes voor niet betaalde belastingen, de aanmaningen om instortende huizen op te knappen – kortom de tegenwerking bij terugkeer indien van terugkeer sprake was; de aanpassingsproblemen en trauma’s. Dat verhaal zou toonbaar verteld moeten worden. Daar zijn uitgewerkte plannen voor en daar is geld voor nodig. Laat de overheid daar iets aan doen. Dat de regering daar kennelijk moeite mee heeft, blijkt uit het feit dat voormalig staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in het kabinet-Rutte I, Halbe Zijlstra,bepaalde dat de Hollandsche Schouwburg (voormalig deportatiecentrum) toegang moet gaan heffen voor haar bezoekers.

Het is onethisch om mensen die de Hollandsche Schouwburg als begraafplaats van hun vermoorde familieleden beschouwen, toegang te laten betalen. In plaats van loze excuses zou het mooi zijn als de regering helpt bij het realiseren van de plannen ter herdenking.

Daar mogen het Rode Kruis, de NS, de politie en vele anderen ook aan meedoen. Misschien moet Amerika ook haar excuses aanbieden voor het sluiten van haar grenzen voor de Joden destijds?

Een ‘drie jaar ondergedoken Joodse kleuter’

...Dat de staat moet betalen

Goed bedoelende mensen en organisaties blijven excuses eisen voor fouten uit het – soms verre – verleden. Een paar maanden geleden vond de (hoofd)redactie van Trouw dat de Protestantse Kerk in Nederland bij de viering van 500 jaar Reformatie de Joden excuses zou moeten aanbieden voor de ‘Jodenhaat’ van reformator Maarten Luther (Trouw 20/6), en nu bedenken twee Joodse voormannen in de VS dat de huidige Nederlandse regering alsnog excuses moet aanbieden voor het wegkijken van de Jodenvervolging in de Tweede Wereldoorlog door de Nederlandse regering in Londense ballingschap tijdens de oorlog.

De excuuseisers krijgen in Trouw en in de NRC voldoende weerwoord, wat er op neer komt dat zulke excuses vrijblijvend zijn en niets oplossen.

Dat neemt niet weg dat de Nederlandse regering tijdens en wellicht ook na de oorlog moreel te kort is geschoten en dat het iedere Nederlandse regering daarna zou hebben gepast om te proberen daarvan iets goed te maken.

Die mogelijkheid heeft de huidige regering omdat dit jaar het plan is gelanceerd voor een Shoahmuseum in de Hollandsche Schouwburg in Amsterdam, waar de Joden werden verzameld voordat ze naar de Duitse vernietigingskampen werden gevoerd. In de berichtgeving over de plannen voor dit museum blijkt dat de financiering ervan nog niet rond is. Als de regering de verbouwing en de inrichting van het museum financiert en de exploitatie garandeert, is dat voor de geschiedenis van de Joden in Nederland meer waard dan welke excuses van welke regering ook.

Henk Slechte Historicus

‘Vergeef ons’ is beter

Excuses maken door mensen is moeilijk. Excuses maken door landen is nog veel moeilijker.

Daarom ben ik er een groot voorstander van dat mensen of landen ‘vergeef mij/ons’ zeggen.

De praktijk is helaas nog steeds heel anders. Zo hebben Abraham Cooper (Simon Wiesenthal Center Los Angeles) en Manfred Gerstenfeld (Jerusalem Center for Public Affairs) vorige week via (oorspronkelijk) een artikel in de Wall Street Journal excuses van premier Mark Rutte gevraagd voor de vele afgevoerde Nederlandse Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Een bewerkte versie stond vrijdag in deze krant.

Jammer dat ze dat deden, want Rutte gaat hun verzoek niet honoreren. Wanneer ze hem hadden opgeroepen om ‘vergeef ons’ te zeggen, zou naar mijn mening juist vanuit de Nederlandse samenleving meer druk op de regering zijn ontstaan om dat daadwerkelijk ook te doen. En dat had de intenties van Cooper en Gerstenfeld ook dichterbij gebracht. Nu staan ze met lege handen.

Jan Tolsma