Dorpsstraat mort over ‘karakterloos’ Stadshart

Zoetermeer kent een historische winkelstraat en een ‘modern’ Stadshart. Samenwerken? Dat gebeurt niet. „Al moet Sinterklaas in september komen, wij hebben hem eerst.”

Het Stadshart? Daar komen de winkeliers uit de Dorpsstraat „het liefst zo min mogelijk”, zeggen ze zelf. Andersom proef je bij de ondernemers uit het Stadshart iets van dedain als het over de Dorpsstraat gaat.

Dit gaat over oud versus nieuw. Over kleine zelfstandigen versus grote ketens. Over gemiste kansen om in moeilijke tijden samen te werken en er als geheel sterker uit te komen. En over een gebrek aan regie.

Het centrum van Zoetermeer bestaat uit twee winkelgebieden. De historische kern – de Dorpsstraat – en, vijftien minuten wandelen verderop het Stadshart: een ‘modern’ winkelcentrum uit de jaren tachtig.

Denk bij de Dorpsstraat aan oude geveltjes, klassieke straatlantaarns en bloembakken vol kleurige geraniums. De straat telt een handvol ketens, zoals Bruna, Kruidvat en Zeeman. Maar voor het overgrote deel is de straat bevolkt door kleine zelfstandigen – een christelijke boekhandel, een outdoorwinkel, een juwelier, een visboer, een chocolaterie en winkels als Sends Mode, waar rekken vol kleding van tien euro aan straat staan.

De geschiedenis van de Dorpsstraat gaat terug tot de dertiende eeuw. „De wortels van Zoetermeer zijn tot op de dag van vandaag bewaard in de historische kern, die als een klein juweel omsloten wordt door alle nieuwbouw”, zo schrijft het Historisch Genootschap Oud Soetermeer op een informatiebord aan het begin van de straat. Hierop wordt vol trots melding gemaakt van het feit dat „maar liefst 78 gebouwen in de Dorpsstraat” tot het historisch erfgoed behoren.

Aan de andere kant van de plas, de Grote Dobbe, ligt het Stadshart. Dat winkelcentrum is in 1985 opgericht en afficheert zich met de leus ‘Stadshart Zoeterméér’. Hier zitten vrijwel alleen maar winkelketens, waaronder H&M, Hema, Esprit, V&D, Livera, MediaMarkt. Sinds eind 2013 zit er een vestiging van de populaire Ierse prijsvechter Primark. Het Stadshart kent een modern deel, waar Primark zit, en een ouder deel, richting de overdekte Passage, die kampt met veel leegstand.

Twee Sinterklaasintochten

Zowel het Stadshart als de Dorpsstraat kent een winkeliersvereniging, maar van samenwerking is geen sprake. Bij het Stadshart is in november een voorzitterswissel geweest, maar de nieuwe voorzitter heeft nog altijd geen koffie gedronken met zijn collega verderop. Ondanks alle goede bedoelingen.

Johan van Doorn, bedrijfsleider van V&D in Zoetermeer en voorzitter van het Stadshart, zei in maart dat hij voorstander is van meer samenwerking. „We hebben allebei onze eigen Sinterklaasintocht. Dat is toch zonde! Ons doel is uiteindelijk hetzelfde: tevreden klanten en geld verdienen.”

Twee weken later zou hij „Lon” – Lon Oosterbroek, zijn evenknie in de Dorpsstraat – treffen. Maar ruim drie maanden later zegt diezelfde Lon, eigenaar van Vis van Lon, dat het er nog steeds niet van is gekomen. Hij wijt dat aan „drukke agenda’s”.

Ook Oosterbroek wil meer samenwerken, zegt hij desgevraagd. Maar als het dan over de Sinterklaasintocht gaat, zegt hij: „Al moet ’ie in september komen, wij hebben hem eerst.”

Bij de winkeliers in de Dorpsstraat steken ze hun wrevel niet onder stoelen of banken. Jo van Dorp, eigenaar van christelijke boekhandel De Goede Herder, noemt het Stadshart „zielig”, vanwege de leegstand. „Ik kom er niet vaak”, zegt hij. „Soms moet ik er zijn en dan loop ik erdoorheen.”

Ondergrondse tunnel

Ook Michael Hauser (25), eigenaar van House of Blue Jeans, een herenkledingzaak, mijdt het Stadshart. „Het is zo karakterloos. Je bent daar gewoon een nummer.” Laatst moest hij naar MediaMarkt voor een simpele internetkabel – wist die verkoper niet eens het verschil met een crossover-kabel.

Bij Primark gaat Hauser onder geen beding naar binnen. „Het is daar een beestenboel. Graaien wat je graaien kan. Die winkel maakt zo veel kapot. De parkeergarages, waar je twee uur gratis kunt parkeren, staan vol met mensen die alleen naar Primark gaan. Klanten die naar andere winkels willen, kunnen hun auto niet kwijt en moeten uitwijken naar andere steden.”

Ook over het gemeentebestuur bestaat onmin. „Als je ziet dat Primark op de verkeersborden staat aangegeven, dan vind ik dat de overheid te ver gaat”, zegt Van Dorp. „Dat is bijna een kwestie van oneigenlijke mededinging. Het Stadshart wordt gewoon voorgetrokken.” Dat gevoel delen veel winkeliers in de Dorpsstraat. Het lijkt wel of ze zij altijd harder moeten knokken om iets voor elkaar te krijgen dan het Stadshart.

Eigenlijk dateert de irritatie al van decennia terug, vertelt visboer Lon Oosterbroek, geboren en getogen in de Dorpsstraat. „Toen hebben ze (het gemeentebestuur, red) de belangrijkste verkeersader naar de Dorpsstraat afgesneden. Nu is er geen goede aansluiting.” Consumenten kunnen vanuit het Stadshart niet even naar de Dorpsstraat en vice versa.

Hier heeft Oosterbroek iets op bedacht, vertelt hij. „Een geniaal plan”, zegt hij zelf. „Een ondergrondse tunnel! Zo, huppakee, van de Markt onder de plas door.”

De tunnel moet uitkomen in een nog te bouwen, ondergrondse parkeergarage aan het Nicolaasplein. „Het is geen doorgaande weg, dus je hebt geen sluipverkeer.” Boven de parkeergarage zouden appartementen moeten komen, die dan mét parkeerplaats kunnen worden aangeboden. „Het is een hersenspinsel”, geeft Oosterbroek toe. „Maar zeg nou zelf, niemand gaat toch van de MediaMarkt (het begin van het Stadshart, red) naar het einde van de Dorpsstraat lopen?”

De gemeente heeft plannen voor een brug, had wethouder Marc Rosier (Stedelijke Ontwikkeling, VVD) eerder al verteld. „Als je bij de Markt loopt en je loopt langs het water, zie je een bosje. Het Pastoorsbos. Daar komt een brug. Dan hoef je niet meer links- of rechtsom de plas over, dan kun je door het midden.”

Het project heet Culturele As. In de folder gaat het over een „bruisend hart met cultuur en een aantrekkelijke wandelverbinding”.

Oosterbroek, verontwaardigd: „Die brug hebben we al gedoopt: de Brug van Nergens naar Niets. Het is goedbedoeld, hoor, maar er moet bos voor worden vernietigd en er kunnen alleen fietsers en wandelaars over.”

Hij blijft erbij: zijn parkeergarage is een veel beter plan.