De pontons begonnen direct weg te zakken

Het is niet eenvoudig om vanaf het water met twee kranen een brugdeel op te tillen. Maar ongewoon is het ook niet. Hoe kon het zo misgaan?

Met ongeloof bekeek Richard Krabbendam, adviseur op het gebied van zwaar transport, gisteren tientallen keren de videobeelden van het ongeval in Alphen aan den Rijn. „Met twee kranen hijsen ze dat brugdeel zo van bakboord- naar stuurboordkant. Het gevaarte zwenkt veel te snel tussen twee kranen door. ‘Dat gaat niet goed’, wil je roepen. Het gewicht verplaatst zich en toch zwenken ze door.”

De plaatsing van een nieuw brugdeel van de Julianabrug in Alphen aan den Rijn, liep helemaal mis. Twee hijskranen werden omgetrokken door een brugdeel en verwoestten meerdere panden langs de kade. Wat ging er mis?

Volgens Daan Deij, directeur van kraanverhuurbedrijf BKV in Barneveld, zie je de pontons waarop de kranen staan tijdens het ophijsen van het brugdeel al wegzakken. „De kranen zwenken nog even in de gunstige richting van het ponton. En dan gaan ze.”

Het omvangrijke hijsproject op de Oude Rijn had an sich niet tot problemen hoeven leiden, denkt Deij. „Wij hijsen elke dag wel iets met twee kranen. Of met zes. Ook vanaf het water. We plaatsen bruggen en hoogspanningsmasten, en daarbij is het heel normaal om met pontons te werken.”

Maar dan moet je wel het juiste materiaal kiezen, zegt Jan Zwagerman van kraanbedrijf Zwagerman International. „Het gebruikte type hijskraan kan uitsluitend zijn werk doen als de ondergrond waterpas is. En bij deze pontons is dat niet het geval. Gaat de kraan een halve graad scheef, dan wordt hij stuurloos.”

Er is meer mis, zegt Zwagerman. Hij vindt dat een kraan op rupsbanden gebruikt had moeten worden. „Die zijn geschikt om op hellende vlakken te werken.”

De uitvoering van het project werd nog gecompliceerder volgens de experts omdat gebruik werd gemaakt van twee pontons en twee verschillende kranen, volgens Zwagerman een van 500 ton en een van 300 of 400 ton. „Het was vast geen opzet, maar wel totaal onverantwoord .”

Zwagerman vraagt zich af of de opstelling in Alphen aan den Rijn wel gekeurd is, zoals gebruikelijk. „Iedere specialist had gezien dat dit mis zou gaan.” Bedrijven mogen de keuring zelf uitvoeren.

Voor het inhijsen van het nieuwe brugdeel van de Koningin Julianabrug maakte hoofdaannemer Mourik, uit het Zuid-Hollandse Groot-Ammers, gebruik van twee onderaannemers. De mobiele telescoopkranen kwamen van Peinemann, de pontons werden geleverd door Van der Wees Transport Groep. Alle betrokken partijen willen nog geen inhoudelijke mededelingen doen. „Wij zijn uitermate geschokt door het ongeval, ons medeleven gaat uit naar alle getroffen mensen”, laat een woordvoerder van Mourik weten. De directie van Peinemann verklaart „ontdaan” te zijn en zegt dat de betrokken kraanmachinisten al jaren bij het bedrijf werkten.

„Maar zeker ervaren machinisten hadden moeten zien dat dit fout zou gaan”, zegt Zwagerman, die spreekt van „kardinale fouten”. Al in het opstellen van een hijsplan (verplicht bij dit soort complexe projecten) had duidelijk moeten worden dat de uitvoering tot problemen zou leiden, zegt hij. „De machinist had nee moeten zeggen. De hijscoördinator had nee moeten zeggen.”

De Onderzoeksraad voor de Veiligheid stuurde gisteren direct iemand voor verkennend onderzoek naar Alphen. Bij dit onderzoek moeten in ieder geval twee vragen worden beantwoord, aldus Bas Jonkman, hoogleraar Waterbouwkunde aan de TU Delft. „Het kan altijd gebeuren dat zo’n grote massa net iets uit de richting zwaait. Daar moet van tevoren over nagedacht worden. Waren de pontons breed en stabiel genoeg? ”

Daarnaast moet er duidelijkheid komen over de manier waarop de pontons waren gestabiliseerd. Jonkman: „Er zijn technieken waarbij palen worden gebruikt om te zorgen dat alles stabiel blijft. Het is nog onduidelijk of dat hier ook is gebeurd, of dat er alleen boten aan de zijkant zijn gebruikt om de boel stabiel te houden.”