De Nederlandsche Bank vs Delta Lloyd: louter verliezers

Het schimmenspel in de knalharde controverse tussen verzekeraar Delta Lloyd en de toezichthoudende Nederlandsche Bank is door de rechter beslecht. Er zijn louter verliezers. Delta Lloyd voerde achter gesloten deuren meerdere rechtszaken tegen De Nederlandsche Bank. Zij gingen over een boete plus ontnomen financieel voordeel (samen bijna 23 miljoen euro), over de betrouwbaarheid en deskundigheid van zijn eigen financieel directeur Roozen en over de publicatie van de argumenten voor de boete van De Nederlandsche Bank. Het feit dat de zaak twee dagen lang in besloten zittingen werd gevoerd, maakt een absurde indruk. Openbaarheid is de eerste verliezer. Delta Lloyd is een beursgenoteerde onderneming die, net als de De Nederlandsche Bank, openheid voorop moet stellen. Delta Lloyd moet dat doen tegenover zijn kapitaalverschaffers en zijn klanten, De Nederlandsche Bank tegenover de samenleving.

De volgende verliezers zijn Roozen en voorzitter Frijns van de raad van commissarissen van Delta Lloyd. Zij hebben hun consequenties getrokken uit het vonnis van afgelopen vrijdag en vertrekken. Begrijpelijk en verstandig. Eerder dit jaar vertrok bestuursvoorzitter Hoek. De aanleiding was dezelfde. De Nederlandsche Bank had het vertrouwen opgezegd en stond op het punt dat te formaliseren.

In het vonnis vrijdag bevestigt de rechter dat de top van de verzekeraar misbruik heeft gemaakt van vertrouwelijke informatie van De Nederlandsche Bank, kort voordat de toezichthouder een cruciaal rentetarief zou wijzigen. Dat is een schokkend verwijt, al was dit misbruik niet bedoeld voor persoonlijk gewin en ook al zijn betrokkenen gestraft met het terugvorderen c.q. inhouden van bonussen. De verzekeraar doorstond als een van de weinige grote financiële instellingen de kredietcrisis van 2008 zonder staatssteun. Delta Lloyd had een reputatie hoog te houden. En gooit die te grabbel.

De laatste verliezer is De Nederlandsche Bank zelf. De rechter volgde op hoofdlijnen de redenering van de toezichthouder over het misbruik van vertrouwen, de noodzaak en de hoogte van de boete en het genoten voordeel. Maar de rechter ontkracht op twee op punten het oordeel dat Roozen niet meer geschikt was voor zijn taak. De rechtbank zegt in wezen dat een financiële instelling de ruimte moet hebben om haar eigen beleid te voeren. Ook al is dat misschien meer of minder risicovol dan dat van concurrenten. Dit is een duidelijke afbakening van de macht van de centrale bank die in de financiële sector met groeiend ongenoegen wordt ervaren. De Nederlandsche Bank moet een waakhond met tanden zijn, maar zij moet niet, zoals hier, op de stoel van de ondernemer gaan zitten.