De Griek wordt gek en moe van de crisis

Wat heeft de crisis gedaan met de psyche van de Griek? Volgens psychiaters komt de onzekerheid hard aan. Want de Griek had al een hang naar emotie en impulsiviteit.

Een Griekse journalist maakt een foto van de Griekse beurskoersen. De Atheense beurs was voor het eerst in vijf weken open. Foto Yiannis Kourtoglou / Reuters

Angstaanvallen. Depressies. Verwarring. Radeloosheid. Zelfmoorden. De nu al bijna zes jaar durende crisis vormt een enorme aanslag op het incasseringsvermogen van de Grieken, en het aantal mensen met mentale problemen is sterk gestegen.

„Mijn werk is de afgelopen jaren duidelijk veranderd”, zegt psychiater Yannis Gkiastas. „De mensen die zichzelf aan het verkennen waren hebben de divan verlaten, want dat werd een luxe die te prijzig werd. Nu zijn het mensen die door de economische en sociale crisis persoonlijke problemen hebben gekregen. Wier zelfbeeld bijvoorbeeld verandert omdat ze geen geld meer hebben.”

Ook zijn collega Lily Peppou wordt dagelijks met de effecten van de crisis geconfronteerd. „Iedereen klaagt over angstaanvallen. Mensen slapen niet, volgen obsessief het nieuws, eten nauwelijks, durven de straat niet op. Iedereen lijdt onder de crisis.”

Het belang van geld zit diep

Peppou brengt met collega’s de tendensen in kaart. Het aantal depressieve mensen is gestegen van 3,3 procent in 2008 tot 12,3 procent in 2013 – ze heeft de cijfers alleen tot 2013, maar merkt in de praktijk dat die stijging door blijft gaan. Het aantal zelfmoorden was relatief laag, maar ligt nu op een Europeser niveau, constateert ze wrang; verschillende studies hebben vastgesteld dat in 2011-2012 het aantal zelfmoorden 35 procent hoger lag dan in de jaren daarvoor.

„Een paar jaar geleden waren het subgroepen die mentale problemen kregen door de economische problemen en de werkloosheid”, zegt Peppou. „Mensen in de grote steden, getrouwde mannen die kostwinner zijn. Nu zie je dat iedereen er last van heeft. Ik denk dat we in 2016 een verslechterend effect zullen zien op de psychische gezondheid van mensen.’’

In een cafeetje niet ver van zijn praktijk vertelt Gkiastas dat hij vooral problemen tegenkomt bij wat oudere mensen, vaak de tweede generatie van de grote groep die na de oorlog is verhuisd van het platteland naar Athene en omgeving – waar nu ongeveer eenderde van alle Grieken woont. „Geld was belangrijk, als compensatie voor de armoede daarvoor. Die tweede generatie heeft veel offers gebracht voor een beter huis, een auto, en is bang die zaken kwijt te raken. De derde generatie, die steeds in welstand heeft geleefd, is minder bang. Die verwijten hun ouders meegaandheid met een corrupt systeem en roepen nu: geld is niet het belangrijkste, niet zo bang zijn.”

Grieken houden wel van revolte

Hij onderstreept dat generalisaties iets willekeurigs hebben. Maar toch, na jaren gewerkt te hebben in Frankrijk, ziet hij wel gemeenschappelijke karakteristieken van de Grieken. Zoals een gebrek aan vertrouwen en daaraan gekoppeld een gebrek aan planning.

„In Frankrijk heb ik voor het eerst gezien hoe mensen en bedrijven investeren in de toekomst. Hier niet, want hier verandert toch altijd alles weer. Voor bedrijven gaat het erom dat je meteen je investering terugverdient, want je weet maar nooit. Voor mensen geldt dat de meesten niet ver vooruitdenken. Neem het referendum, waarbij zo veel mensen besloten nee te stemmen. Grieken houden wel van een revolte, maar bereiden zich niet voor op wat er na zo’n revolutie moet gebeuren. Er is geen plan. Het is altijd tégen de ander. Hoe kun je er nu als land uitkomen als je steeds met jezelf in conflict bent?”

In de onderzoeken die Peppou doet ziet ze hoe het vertrouwen tussen mensen onderling niet zo veel veranderd is door de crisis, maar dat het wantrouwen tegen instellingen als de regering of Europa enorm is gestegen. „De vijand, dat is de regering of de Duitsers. Er is veel paranoia, veel scepsis. Het enige wat we hebben is het toerisme, zeggen veel mensen. Hoe kan het dan dat we van Europa juist daarop de belasting moeten verhogen?”

En ze hebben weinig zelfkritiek

Met hetzelfde voorbehoud als Gkiastas ziet Peppou ook een aantal gemeenschappelijke Griekse trekken. „Als je mij vraagt naar een psychologisch profiel van Griekenland, antwoord ik: het land is niet rijp. We lijken soms wel een groep adolescenten. In Griekenland geven we bijna altijd de schuld aan anderen, in plaats van zelf een oplossing te verzinnen.”

Een andere karakteristiek, volgens Peppou: „We zijn hulpeloos en hopeloos, en dan word je emotioneel. We zijn impulsief. We willen tegenstrijdige dingen – in de eurozone blijven zonder door te gaan met bezuinigen. We hebben weinig zelfkritiek.”

De geestelijke gezondheid van de Grieken is niet geholpen met de opstelling van premier Tsipras, vindt Peppou. „De regering zegt A en doet B en zegt dan dat dit nu eenmaal bij democratie hoort. Al die gemengde signalen, die tegenstrijdige boodschappen, vergroten de angst en de verwarring.”

Hoewel ze andere accenten zetten, zijn Peppou en Gkiastas het in de kern eens. Griekenland is in verwarring, angstig, en kijkt met weinig vertrouwen naar de toekomst. Ook is het land uitgeput door de aanhoudende crises. Peppou: „De afgelopen jaren hadden iets weg van een hond die steeds maar in een rondje loopt, achter zijn eigen staart aan. Er is helemaal niets beter geworden en het ziet er ook niet naar uit dat dat snel gebeurt.”