Britse uittreding onmogelijk? Hou er toch maar rekening mee

Optimisme en naïviteit gaan vaak samen. Nederland heeft baat bij het VK in de EU. Denk niet dat een Brexit onmogelijk is, schrijft Rem Korteweg.

De Britten blijven in de Europese Unie, toch? Tussen nu en de Europese top in december onderhandelt premier David Cameron in Brussel over het Britse EU-lidmaatschap. Het resultaat wordt volgende zomer voorgelegd in een referendum. Een Brexit heeft grote gevolgen voor Nederland: een liberale bondgenoot verdwijnt; de EU wordt meer protectionistisch en de Duits-Franse invloed groeit. Zowel politiek als economisch verliest de EU aan gewicht. Volgens de peilingen willen de Britten bij de EU blijven. Maar dat geeft valse hoop. Hier zijn vijf redenen waarom een Brexit niet valt uit te sluiten.

Ten eerste, de opiniepeilingen zijn niet betrouwbaar. De parlementsverkiezingen van 7 mei hadden een nek-aan-nek race moeten worden tussen de Conservatieven en Labour. Maar het werd een absolute meerderheid voor David Cameron. Bij het Schotse referendum in september 2014 was ook een nek-aan-nek race voorspeld. Toen bleek een ruime meerderheid tegen Schotse onafhankelijkheid. De opiniepeilingen voor het EU-referendum schommelen tussen een ruime voorsprong voor de ‘in’-campagne en too close to call. Maar nadat ze er eerder zo naast zaten, hoe betrouwbaar zijn de peilingen nog?

Ten tweede, het bedrijfsleven zal geen belangrijke rol spelen in de campagne. Er is veel onduidelijk over de gevolgen van een Brexit voor de Britse handelsrelatie met de EU. Dit leidt tot onzekerheid, schrikt investeerders af en kan bedrijven ertoe zetten zich elders in Europa te vestigen. De stem van het bedrijfsleven kan doorslaggevend zijn in het referendum. Maar toch is de private sector terughoudend. Tijdens de campagne voor het Schotse referendum dreigden Schotse nationalisten met een boycot van supermarktketens die zich nadrukkelijk tegen onafhankelijkheid uitspraken. Sommige bedrijven vrezen nu hetzelfde als zij zich te sterk publiekelijk associëren met de ‘in’-campagne. Downing Street helpt ook niet. Het CBI, de Britse werkgeversorganisatie, heeft zich onlangs uitgesproken tegen Brexit, maar kreeg van de staatssecretaris van Economische Zaken een tik op de vingers omdat zulke uitspraken de onderhandelingspositie van Cameron zouden verzwakken. Sommige bedrijven zullen van zich laten horen, maar ‘big business’ zal geen bepalende rol hebben in de campagne.

Ten derde, de ‘out’-campagne heeft passie en energie. De parlementsverkiezingen hebben de eurosceptische UK Independence Party (UKIP) op scherp gezet. Bijna vier miljoen kiezers hebben op UKIP gestemd – ruim twaalf procent van alle stemmen – maar door het systeem van kiesdistricten is er slechts één UKIP-parlementslid. Dat steekt, en dus heeft de achterban van UKIP alle reden om nu gemotiveerd campagne te voeren voor Brexit.

Bij de ‘in’-campagne ontbreekt een sterke kopman. De ‘out’-campagne kan rekenen op mensen als Nigel Farage, de leider van UKIP, of mogelijk Boris Johnson, de charismatische burgemeester van Londen. Maar bij de ‘in’-campagne is er geen aansprekend boegbeeld. Mensen als zakenman Richard Branson zijn bezoedeld door hun deelname aan de mislukte campagne om de pond in te ruilen voor de euro. Voormalig premier Tony Blair is te controversieel. Zonder aansprekend boegbeeld komt de ‘in’-campagne steriel en afstandelijk over.

Ten vierde, Camerons heronderhandeling met Brussel zal weinig opleveren. Hij zegt dat hij zich na een succesvolle heronderhandeling sterk zal maken voor het Britse EU-lidmaatschap. Nadat hij eerst heeft aangegeven wat er mis is met Brussel, moet hij een draai maken en mensen overtuigen van de waarde van de EU. Of hem dit lukt is de vraag. Camerons heronderhandeling zal niet tot grote hervormingen leiden. Vraagt hij daar wel om – en zijn bijvoorbeeld verdragswijzigingen nodig – dan komt hij met lege handen te staan in Europa. Ook Den Haag trekt hier een rode lijn. Als Camerons wensenlijstje bescheiden is krijgt hij zijn Europese collega’s mee. Maar met minder dan grote veranderingen nemen zijn eurosceptische partijgenoten geen genoegen.

Tot slot, andere Europese crises gooien roet in het eten. De Griekse schuldencrisis maakt de EU niet aantrekkelijker. De opstelling van de Europese Commissie en Berlijn bij de dreigende Grexit vorige maand heeft Londen achterdochtig gemaakt over de koers binnen de EU. De dominante rol van Duitsland schrikt af. Britse vakbonden, traditioneel voorstander van de EU en haar sociaal beleid, worden eurosceptischer. Een deel van het Griekse hulpprogramma wordt ook nog gefinancierd uit een Europees fonds dat volgens Londen niet daarvoor gebruikt mag worden. Het vergroot het wantrouwen tussen Westminster en Brussel op een gevoelig moment. Door de migrantencrisis bij Calais stijgt ook de roep om een eigen migratiebeleid, niet een compromis uit Brussel.

Men verwacht dat het VK wel in de EU zal blijven. Maar optimisme en naïviteit gaan vaak samen. Nederland heeft baat bij het VK in de EU. Denk niet dat een Brexit onmogelijk is.