Veel hiphop en disco op breed Dekmantel

Dekmantel 2015: inmiddels vier dagen, met een spannende programmering. Foto Rien Zilvold

Als je vrijdagmiddag door het Amsterdamse Bos naar Dekmantel Festival fietste, was je de enige in een kruistocht van sjokkende glitter-Britten. Bijna tachtig procent van de dertigduizend bezoekers kwam dit derde jaar uit het buitenland. Dat is knap, maar ook vervreemdend. Ze komen wel met reden: het programma van het inmiddels vierdaagse festival is met 150 artiesten uitgebreid, spannend en breed.

Naast de geijkte house- en technoverdachten zoals Jeff Mills en Marcel Dettmann, koos de organisatie dit jaar voor een tot nu toe onderbelichte hoek: hiphop. Zo zijn vrijdag in tent annex plantenkas The Lab, Stones Throw-artiesten Madlib en zijn tour-dj J Rocc te horen. Die laat eerst zien wat hij met ‘turntablism’ bedoelt. Hij mixt het gladde Like This and Like That van Snoop Dogg, Bossa Nova van Jay Dee en het ruigere werk van Mobb Deep hypersnel en vlekkeloos aan elkaar. Rapper en producer Madlib, gekleed als superdandy, gaat daarna zelf de diepte in met tracks van J. Dilla en rapt mee met zijn eigen track Papermill. Als soulzanger en vibrafonist Roy Ayers vervolgens zijn Everybody Loves the Sunshine inzet met zijn funkband, is de mix van euforie en ontspanning compleet. Alleen jammer van de pislucht uit de plantenbakken.

Ook origineel: Detroit-pioniers Model 500 doen een liveset in Kraftwerk-opstelling – inclusief vervormde robotstemmen. Er komen orgeltonen voorbij die doen geloven dat het een gospelband in freestylemodus is. Juan Atkins staat vooraan mee te schudden als een dashboard-hondje. Carlos Souffront en Mike Servito maken die eerste dag de meeste indruk. Souffront, al twintig jaar bekend onder de radar in Detroit, draait smerige, stroperige electro en verwijst naar de Haagse school met Subject, een nummer van Unit Moebius. Ook Palms Trax, Volcov en Veronica Vasicka zijn voor de meest doorgewinterde clubbezoeker nog spannende namen. Vasicka, oprichter van het Minimal Wave-label, verrast zondag met stuwende rollende kanonskogelbassen, zweepslagvlagen en hummende mineurzang die lijkt gesampeld uit een mistroostige eightiesband. En dat ruige werk werkt, zo vroeg op de middag.

Er zijn ook experimenten die minder goed uitpakken. Floorplan, Robert Hood, wordt vrijdag vergezeld door zijn dochter. Schattig, maar als ze The Bomb van The Bucketheads instart nadat Hood Street Player, het origineel van Chicago, heeft gekozen, valt dat verkeerd. Het origineel is soulvol en groovy, de cover is blikkerig en vlak.

Er is veel disco, soms iets te, al is iedereen zondagmiddag echt ‘High on love’ als Utrechtenaar Motor City Drum Ensemble het nummer van Drop Out Cutz draait. Naast de overweldigende orkestrale live-set van Shackleton springt houseproducer TomTrago er zaterdag uit met een sterke liveset. Vriend San Poper zingt True Friends vol overgave mee. Hoogtepunt zondag is de Haagse Ference van der Sluijs, I-F en zijn disco met ballen. Hij weet tot twee keer toe een moshpit op ABBA-hits Gimme! Gimme! Gimme! en Lay All Your Love On Me te creëren. Zelfs technokoningin Nina Kraviz danst uitbundig mee.