Op grote schaal verdachte bloedwaarden in atletiek

Volgens Sunday Times en ARD zijn 800 atleten verdacht.

Achthonderd internationale profatleten hadden in de periode tussen 2001 en 2012 verdachte bloedwaarden. Onder hen zouden zich olympische medaillewinnaars bevinden. Dat onthulden de Duitse nieuwszender ARD en de Britse krant The Sunday Times afgelopen weekend.

Zij baseren zich op 12.359 uitgelekte bloedtests van ruim 5.000 atleten. De informatie werd gelekt en zou afkomstig zijn van een bron binnen de wereldatletiekfederatie (IAAF). Het gaat om de grootste gelekte bloeddatabase uit de sportgeschiedenis.

Bij elf procent van de bloedtests bij Nederlandse atleten zouden verdachte waarden zijn geconstateerd.

De wereldantidopingorganisatie (Wada) laat weten geschokt te zijn en het materiaal te gaan onderzoeken. De voorzitter van de IAAF, Lamine Diack, verdedigde vanochtend het anti-dopingbeleid van de atletiekfederatie. „Er zijn beschuldigingen, geen bewijs”, zei hij tegen persbureau Reuters. „Wij gaan er serieus naar kijken, maar om te stellen dat we in de atletiek tussen 2001 en 2012 niet serieus getest hebben, is lachwekkend.” Diack suggereerde gisteren dat de beschuldigingen juist nu zijn gedaan om de WK atletiek (22-30 augustus in Beijing) en de verkiezing van zijn opvolger (Sebastian Coe versus Sergei Boebka) in een kwaad daglicht te stellen.

Op een anoniem bezorgde memorystick trof de ARD de data aan van waarden van bloedmonsters zoals die worden afgenomen bij dopingcontroles. Russische atleten komen verreweg het vaakst voor in de database, gevolgd door atleten uit Kenia – voornamelijk langeafstandslopers.

De ARD-documentaire laat met verborgen camera’s zien hoe makkelijk het in Kenia is om bij lokale dokters aan dope te komen. De zender kreeg eenvoudig toegang tot schimmige kantoortjes en achterkamertjes die vol staan met vriezers. In de vriezers liggen epo en andere bloeddoping opgeslagen. Het injecteren van de dope komt ook uitgebreid in beeld.

De Duitse zender riep voor zijn onderzoek de hulp in van The Sunday Times, alsook die van twee vooraanstaande antidopingexperts uit Australië, Robin Parisotto en Michael Ashenden. De deskundigen zijn na uitgebreide analyse duidelijk: één op de zeven atleten in de database heeft ooit afwijkende bloedwaarden gehad, omgerekend zo’n 800 atleten. Met afwijkend wordt hier bedoeld: waarden die 99 procent van de atleten niet zouden hebben bereikt als ze het bij de toegestane methoden hadden gehouden, zeggen de experts. Dat geldt voor mannen en vrouwen.

En het blijkt volgens hen niet om zomaar atleten te gaan: één op de drie atletiekmedailles op WK’s en Spelen zijn gewonnen door atleten die verdachte bloedwaarden lieten zien. Onder hen winnaars van 55 gouden medailles.

Bij de meest recente Olympische Spelen, die van Londen in 2012, zouden tien atleten onder verdachte omstandigheden medailles hebben gewonnen. Namen werden uit privacyoverwegingen niet bekendgemaakt, maar wel zou duidelijk zijn geworden dat de data van de snelste sprinter ter wereld, die van de Jamaicaan Usain Bolt, niet van het normale afwijken.