Liefdesappel

Zo af en toe wordt mij gevraagd wat ik het mooiste Nederlandse woord vind. Meestal geef ik een politiek correct antwoord. Dat het Nederlands zoveel mooie en lelijke woorden heeft, maar dat lelijk en mooi in dit verband relatieve begrippen zijn.

Dat we die kwalificaties zelden los kunnen zien van de betekenis van een woord, dat associaties een grote rol spelen, enzovoorts, enzovoorts.

Maar ondertussen heb ik, net als veel mensen, m’n favorieten. Zo houd ik veel van het woord liefdesappel.

Waarom is dat een van mijn favoriete woorden? Om drie redenen. In de eerste plaats vanwege het eerste deel van de samenstelling: liefde.

Het is een open deur, maar daarom niet minder waar: liefde is het belangrijkste ingrediënt voor levensgeluk. Niet alle samenstellingen met liefde zijn even mooi (Van Dale vermeldt bijvoorbeeld ook liefdebeurt, liefdebetrekking en clubliefde), maar zelfs díé kunnen ermee door.

De tweede reden waarom ik liefdesappel zo’n mooi woord vind, is persoonlijker: ik ben dol op appels. Al het grootste deel van m’n leven eet ik een paar appels per dag, er zijn maar weinig appels die ik niet lekker vind, ik vind appels mooie vruchten, als kind at ik niets liever dan appelmoes – en zo heb ik nog allerlei andere positieve associaties.

Tot slot vind ik liefdesappel zo’n mooi woord vanwege de betekenis. Anders dan je zou verwachten is de liefdesappel helemaal geen appel; het woord betekent ‘tomaat’. Liefdesappel is dus een woord dat je op het verkeerde been zet, dat door z’n betekenis van kleur en vorm verandert. Op slag zijn liefdesappels rood, de kleur die met liefde wordt geassocieerd.

Zojuist ontdek ik nog een reden om het woord liefdesappel te beminnen: de herkomst ervan. Hoe is men er ooit toe gekomen om de tomaat liefdesappel te noemen?

Door een misverstand. In het Italiaans werd de tomaat in de 17de en 18de eeuw pomo dei Mori genoemd, ‘appel van de Moren’.

Italië exporteerde tomaten naar Frankrijk, waar de naam pomo dei Mori niet werd begrepen en daardoor werd verbasterd tot pomme d’amour. Een naam die op zijn beurt in het Nederlands werd vertaald als liefdesappel.

Voor de goede orde: dit is hoe de geschiedenis van het woord liefdesappel in de Grote Van Dale en diverse andere naslagwerken wordt verklaard. Die verklaring is aannemelijk, zij het dat de geschiedenis van de tomaat ingewikkelder is dan hierboven wordt geschetst. Zo komt de tomaat van oorsprong uit Mexico en werd de vrucht door de Spanjaarden in Europa geïntroduceerd.

Sommigen houden het erop dat aan de tomaat lustopwekkende eigenschappen werden toegeschreven, vandaar pomo d’amore. Aanvankelijk was de tomaat klein en geel, maar door kruisen en selecteren werd de vrucht rood. Vanaf 1850 is de tomaat een veelgebruikte groente in de Europese keuken.

Zeker is dat het woord liefdesappel inmiddels verouderd is. Het is in 1855 voor het eerst aangetroffen en raakte aan het begin van de 20ste eeuw in onbruik. Voor mij is dat geen belemmering om het te koesteren. En om het, waar mogelijk, te gebruiken.