Kunstenfestivals in financiële problemen ondanks nieuw publiek

Kunstenfestivals kampen met financiële problemen sinds de cultuurbezuinigingen vanaf 2013. Door minister Bussemaker en de Raad voor Cultuur worden de festivals veelvuldig geprezen, omdat zij een nieuw publiek voor cultuur weten te interesseren en ruimte geven aan het experiment.

In 2012 bracht toenmalig staatssecretaris Zijlstra het aantal festivals dat rechtstreeks door het ministerie van OCW wordt gesubsidieerd, terug van vijftien naar vier. Het subsidiebedrag werd vrijwel gehalveerd tot 5,8 miljoen euro. De overige festivals moesten aankloppen bij overheidsfondsen, die zelf ook flink gekort zijn.

Bussemaker wil nu 2,6 miljoen euro extra uittrekken voor de kunstenfestivals. Die zijn overigens, zo zegt Femke Eerland, directeur van theaterfestival Noorderzon, „in gaten gesprongen die door de bezuinigingen in het kunstenlandschap zijn geslagen”.

Uit een rondgang van deze krant blijkt dat de festivals fors interen, ondanks reorganisaties en schralere programmering. Zonder steun van private fondsen als VSBfonds en Fonds 21 kunnen ze niet overleven.

Vooral festivals voor podiumkunsten hebben het moeilijk. Het budget van het Fonds Podiumkunsten werd met 40 procent gekort tot 2,1 miljoen euro. Achttien podiumfestivals verloren hun subsidie, twaalf blijvers kregen subsidiekortingen tot 70 procent. Meer dan de helft daarvan boekte vorig jaar een negatief resultaat.