Column

Appels en fans

Hooligans, opgelet. Toen scheidsrechter Bas Nijhuis gisteravond in de Arena met zijn eerste fluittoon bij de wedstrijd FC Groningen-PSV het voetbalseizoen 2015-2016 voor geopend verklaarde, was dat ook het signaal voor burgemeesters en andere gezagsdragers om jullie scherper in de gaten te houden. En vooral: zwaarder te gaan straffen.

En, luister, nette supporters, de „miljoenen welwillende fans”, zoals politici jullie noemen: misschien wordt het wat makkelijker om een wedstrijd te bezoeken. Als de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, de 34-jarige Klaas Dijkhoff (VVD) erin slaagt een aangenomen motie van een toenmalig Tweede Kamerlid, de 34-jarige Klaas Dijkhoff (VVD), in daden om te zetten.

Eerst het zuur. De zogeheten Voetbalwet tegen vandalisme is aangescherpt, officieel sinds 1 juli. Dat kan geen kwaad, want op op allerlei plekken waar je dat niet verwacht, verboden burgemeesters afgelopen maand oefenpotjes. Uit vrees voor de woeste hordes. In Varsselder, in Koudekerke, in Hattem. Of er mocht niemand komen kijken, in Nijkerk bijvoorbeeld.

Allemaal de schuld van hooligans.

Burgemeesters hebben nu de bevoegdheid om hen nog harder aan te pakken. Om hun eerder de toegang tot stadions te ontzeggen en ze ook uit de buurt daarvan te weren. In de eigen gemeente, maar ook elders en voor langere tijd. De rechter kan een meldplicht digitaal laten uitvoeren. Zo moeten de „rotte appels”, de „notoire relschoppers” – dixit KNVB – worden geweerd.

Als dat lukt, dan komt ook het zoet. Dan moet de onschuldige voetbalfan beter worden behandeld. Tenminste, dat zei Klaas Dijkhoff in de motie die hij samen met Kamerlid Tjeerd van Dekken (PvdA) eerder dit jaar indiende. Je moet kunnen „genieten zonder clubkaartverplichtingen en verplichte combiregelingen”. Op zaterdagmiddag of zondagochtend spontaan kunnen besluiten naar een wedstrijd te gaan zonder de voorbereidingshandelingen die nu nodig zijn. Die motie komt goed uit, want ook de KNVB wil af van die hoge hekken, dat gefouilleer, dat „gedoe”, zoals directeur Gijs de Jong het uitdrukte. Zodat de „normale supporter” gastvrij kan worden ontvangen.

Utopische wens? Of de regering hierover maar in overleg wilde treden, vroeg Dijkhoff in die motie, en vóór 1 augustus verslag wilde doen. Maar toen hij, inmiddels staatssecretaris, afgelopen vrijdag, 31 juli, zijn post opende om te kijken of hij zichzelf al had beantwoord, vond hij niets.

Ja, zo komen we er niet.

Nu kan hij de schuld geven aan zijn minister, Ard van der Steur, want die gaat er eigenlijk over. Dat is dan wel iemand die van voetbal de ballen verstand heeft. Tenminste, dat heeft hij zelf tegen de Eerste Kamer gezegd, in andere woorden.

Dus Dijkhoff, kom op, pak je hockeystick, ga een deur verder, en zeg tegen die minister van je dat hij opschiet. En anders sla je er maar op.