Ironman, een geestelijke kwelling

Zwemmen, fietsen, rennen en dan overgeven bij de eerste Nederlandse Ironman in Maastricht.

De eerste Ironman in Nederland: 3,8 kilometer zwemmen door de Maas

Bas Diederen trekt zich even terug, achter de schermen bij de finish in Maastricht. Hij moet overgeven. Dat doet 3,8 kilometer zwemmen, 180 kilometer fietsen en 42,2 kilometer hardlopen en een overvloed aan voedsel en cola met een lichaam. De triatleet zakt na zijn winnende race languit op de grond, waar hij wordt bedolven door zijn vrouw en drie kinderen. Even later klimt Diederen met moeite op de hoogste trede van het podium, de zeurende knieën negerend.

Bij het stadhuis in Maastricht staat een zwetende, carnavaleske massa om lokale held Diederen uit de Limburgse plaats Echt de finish over te schreeuwen. Zijn lichaam is tot het uiterste gepijnigd na de monstertocht over de klassieke triatlonafstand door het glooiende Limburgse landschap.

Werkdag op kantoor

De eerste Nederlandse editie van de Ironman heeft Limburg gisteren veroverd, tienduizenden toeschouwers stonden langs het parcours. Bij de vrouwen wint ook een Nederlandse: the queen of triathlon, de 36-jarige routinier Yvonne van Vlerken.

8 uur en 27 minuten heeft topfavoriet Diederen nodig voor zijn kunststukje in de zomerzon – als een werkdag op kantoor. Het is zijn eerste overwinning in de Ironman, de bekendste triatloncompetitie met 42 wedstrijden wereldwijd. Het moet gezegd, de bezetting was ondermaats in Limburg, veel toppers ontbraken.

Maar dat doet weinig af aan de prestatie van Diederen (35), die tegen de wereldtop aan schuurt. ‘Boem Boem Bas’ – de bijnaam die de omroeper hem geeft vanwege zijn krachtige postuur – kent een hachelijk zware dag door problemen met zijn tijdritfiets: hij kan na 50 kilometer alleen nog in een van de zwaarste versnellingen fietsen (voor kenners: 55x13), als gevolg van een losgeschoten kabeltje bij de derailleur.

Probeer dan nog maar eens een berg op te komen. Hij krijgt zijn benen amper rond door het zware verzet. Slingerend over de weg sleurt hij zich twee keer de Cauberg op, met een stijgingspercentage van 6,5 procent. „Verschrikkelijk”, zegt hij na afloop. „Met veel vloeken en tieren ben ik erdoor gekomen.”

Het tekent de Ironman, een Elfstedentochtachtige uitputtingsslag. Materiaalpech of lekke band? Zelf oplossen. Hobbytriatleten die iets na middernacht buiten de tijdslimiet van zeventien uur richting het einde strompelen? Geen genade, geen finishmedaille, ze worden van het parcours verwijderd.

Het is dit soort dramatiek die de Ironman iets magisch geeft. Treffend is het beeld van een kale, Duitse vijftiger vol tatoeages die na een harde val moet opgeven, waarop hij zijn peperdure carbonfiets tegen de grond smijt en in tranen uitbarst bij zijn vriendin. „Er lopen relaties op de klippen omdat mensen hiervoor gaan trainen”, knikt oud-bondscoach Eric van der Linden.

Triatleten liggen als zombies rond het stadhuis na de race. De triatlon is een mentaal spelletje, jezelf voor de gek houden, zegt Diederen. Keer op keer moet je kleine doelen voor jezelf stellen, slechts 200 meter vooruit denken, ministapjes op weg naar de eindstreep. Elke vordering zien als een overwinning. „Je moet tijdens het zwemmen niet denken: straks moet ik ook nog een marathon lopen, dan ga je kapot.”

Halverwege de marathon – die langs het huis van André Rieu gaat – krijgt de 1 meter 85 lange krachtbom kramp, als gevolg van de extra inspanningen bij het fietsen. „Het lopen schoot niet op.” Stoppen? Geen optie, nooit. „Mensen die zeggen dat ze niet meer kunnen, geloof ik niet. Als je nog de kracht hebt om te praten, kun je zoveel meer”, zei hij zaterdag in een interview in Limburgs Dagblad. „Het menselijk lichaam kan ongelooflijk veel aan. Dat is vooral een geestelijke kwestie.”

De dag in Maastricht begint in een sprookjesachtig decor, met de historische bruggen, de opkomende zon en de warmdraaiende sporters. De stad ontwaakt nog als twee duikers om half zeven ’s ochtends rondcirkelen in de Maas, om obstakels op de zwemroute te verwijderen. Ze trekken een omafiets, bevangen met algen, naar de kant. Een half uur later klinkt een knal, weg zijn de mannen, met de borstcrawl tegen de stroom in. Gevolgd door een zwerm duiven, die over de Maas schiet.

De natuur in de weg

Ontbijtende toeristen aan de kade lijken zich niet te realiseren in welk spektakel ze zijn beland. Langs de waterkant lopen liefhebbers mee op met het zwemgeweld. Even later mengt zich in het water uit het niets een otter tussen de triatleten. En er kabbelt een groepje zwanen tussen de sporters, ze worden weggejaagd door een claxonerende boot. Het hoort er allemaal bij, in de rauwe triatlonstrijd, knokkend tegen de grillen van de natuur en de beperkingen van het lichaam.

Wat doet Diederen op de avond na zo’n slijtageslag? Zijn vrouw Monique Diederen („hij is introvert als persoon, maar extravert in zijn sport”) schiet in de lach. „Een vette hap en een pilsje.”