Het wonderstofje in rode wijn werkt beter bij een lage dosis

Resveratrol, de stof in rode wijn waaraan veel positieve gezondheidseffecten worden toegeschreven, werkt in lage doseringen waarschijnlijk beter dan in hoge. Deze opmerkelijke conclusie trekken onderzoekers van de universiteit van Leicester in het wetenschappelijke tijdschrift Science Translational Medicine.

Deze bevinding zou kunnen verklaren waarom veel onderzoek naar de effecten van deze stof bij allerlei aandoeningen nooit tot duidelijke resultaten leidde. De daarin geteste doses waren domweg te hoog.

Resveratrol geldt voor velen als wondermiddel. Het is een stof die sommige planten produceren in reactie op aanvallen door schimmels of bacteriën.

Bijna 80 jaar geleden ontdekt in een geneeskrachtig plantje in Japan, werd het een hype toen in de jaren 70 bleek dat het ook in druiven voorkomt. Het zou verklaren waarom matige consumptie van rode wijn goed is hart en bloedvaten. Al snel werden er ook beschermende eigenschappen tegen allerlei andere kwalen aan toegeschreven. Het zou zelfs veroudering tegengaan. Onderzoek dat dit moest bevestigen, bood echter geen uitsluitsel. Niettemin zijn capsules resveratrol bij elke drogist te koop.

Volgens de Britse onderzoekers ontstonden deze tegenvallende uitkomsten door een paar redeneerfouten. Als resveratrol al effect heeft, dan komt dat niet door (enkele) innames van hoge doses, maar door jarenlange consumptie van lage. Ook ontdekten ze dat de stof zich vooral in de darm ophoopt en sporadisch elders in het lichaam.