Excuses voor Jodenvervolging zijn nu van weinig betekenis

De Nederlandse bevolking heeft de ondergang van haar Joodse medeburgers in de Tweede Wereldoorlog „niet kunnen voorkomen”. Degenen die zich, „dikwijls met gevaar voor eigen leven” er wel tegen verzetten, waren „uitzonderingen”. We moeten ons „met verbijstering en verslagenheid” afvragen hoe het kon gebeuren dat zoveel Joodse Nederlanders naar concentratiekampen werden afgevoerd en daar vermoord.

Twintig jaar geleden stak het toenmalige staatshoofd, koningin Beatrix, dit beoog af in de Knesset, het parlement van Israël. En nog altijd geeft dit het officiële standpunt weer van de Nederlandse regering. Premier Rutte liet dit eerder dit jaar opnieuw weten, toen hem daarover vragen werden gesteld vanuit de Tweede Kamer. De parlementariërs Bontes en Van Klaveren wezen erop dat de Nederlandse regering, ten tijde van de oorlog naar Londen uitgeweken, niets deed met meldingen uit het ambtelijk apparaat dat er in 1943 al meer dan 100.000 Joodse Nederlanders waren vermoord. Werd het geen tijd dat de regering excuses aanbood voor „haar passieve rol” tijdens de Jodenvervolging?

De roep om excuses is opnieuw actueel door een opinieartikel dat vorige week in The Wall Street Journal en NRC Handelsblad verscheen. Abraham Cooper, vicepresident van het Simon Wiesenthal Center en Manfred Gerstenfeld, verbonden aan het Jerusalem Center for Public Affairs, noemden het daarin steeds „raadselachtiger” dat de Nederlandse regering blijft weigeren om excuus aan te bieden aan de Nederlandse Joden en hun families.

De beantwoording van Rutte op dit soort vragen kenmerkt zich helaas door beknoptheid, om niet te zeggen korzeligheid. Maar dat neemt niet weg dat de essentie klopt: de regering is niet verantwoordelijk voor misdragingen, laat staan de passieve of laffe houding, van burgers en bedrijven ten tijde van 40-45. Zelf was zij, vanuit Londen, niet of nauwelijks bij machte substantieel bij te dragen aan het verzet tegen de terreur van de nazi’s. Dat is het verschil met excuses die de staat wel aanbood aan bijvoorbeeld de nabestaanden van de slachtoffers in Rawagedeh, Indonesië, waar Nederlandse militairen in dienst van de regering oorlogsmisdrijven begingen.

De discussie over de waarde van late, weinig oprecht klinkende excuses kan beter niet afleiden van de actualiteit. Die is bijvoorbeeld dat nu, nota bene in Berlijn, de deelnemers aan de Maccabi Spelen extra beveiligd moeten worden. De 2.300 Joodse sporters zijn doelwit van grove beledigingen op internet. Ze krijgen het advies, zo meldde correspondent Wierd Duk in het NIW, om niet zichtbaar als ‘Joodse groep’ door sommige wijken te wandelen. Dát blijkbaar onuitroeibare antisemitisme is de treurige realiteit, anno 2015.