Elke tegenslag willen de kolonisten verhalen

Na twee aanslagen staan de kolonisten weer midden in het publieke debat. Maar voor de rechtse regering van Netanyahu vormen de inwoners van illegale nederzettingen een belangrijk deel van de achterban.

Yishai Schlissel wordt overmeesterd nadat hij zes mensen bij de Gay Pride in Jeruzalem heeft aangevallen met een mes. Foto Emil Salman/AFP

Duizenden Israëliërs gingen zaterdagavond in diverse steden de straat op. Boos waren ze, vanwege twee aanslagen kort na elkaar. Donderdag had een ultra-orthodoxe kolonist zes deelnemers aan de gay pride in Jeruzalem neergestoken. Gisteren overleed de zestienjarige Shira Banki aan haar verwondingen. En in de nacht van donderdag op vrijdag was er een brandbom gegooid op een huis in een dorp op de Westelijke Jordaanoever, waarbij de Palestijnse peuter Ali Dawabsheh van anderhalf het leven liet. Ook hier waren de daders waarschijnlijk kolonisten.

Hiermee bevinden de kolonisten – inwoners van illegale nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever en de Golanhoogte – zich ineens weer midden in het publieke debat in Israël. Jarenlang kon hun aantal zich betrekkelijk moeiteloos uitbreiden, tot naar schatting iets meer dan 700.000. De internationale gemeenschap veroordeelt de uitbreiding van nederzettingen steevast, omdat de Joodse kolonisten op Palestijns gebied de gewenste tweestatenoplossing verregaand bemoeilijken. Maar er gebeurt niets.

Illegale woningen

Wie zijn die kolonisten eigenlijk? Wat alle kolonisten gemeen hebben, is dat hun woning illegaal is volgens het internationaal recht. De Vierde Geneefse Conventie, aangenomen in 1949, verbiedt een bezettende mogendheid om delen van haar eigen burgerbevolking over te brengen naar bezet gebied. Israël betwist deze lezing van het internationaal recht.

In enkele opzichten wijken de kolonisten af van de gemiddelde Israëliër. Zo zijn ze gemiddeld veel jonger dan Israëliërs in Israël: 20,1 tegen 29,3 jaar. Dit komt doordat veel kolonisten (ultra)orthodoxe joden zijn, die veel meer kinderen krijgen dan de gemiddelde Israëliër. Politiek is de gemiddelde kolonist rechts. Bij de parlementsverkiezingen in maart van dit jaar werd Het Joodse Huis van de ultrarechtse Naftali Bennett in de meeste nederzettingen de grootste partij.

Niet alle kolonisten zijn ideologisch gedreven. Overheidssubsidies op huizen in nederzettingen trekken ‘gewone’ Israëliërs die op zoek zijn naar een goedkopere woning. Ook veel immigranten, bijvoorbeeld uit de voormalige Sovjet-Unie, zijn na hun komst naar Israël in een nederzetting beland.

Hilltop youth

Onder de meer extremistische kolonisten bevindt zich de zogenoemde hilltop youth. Dit zijn nationalistische jongeren die geregeld buitenposten bij bestaande nederzettingen stichten en geweld plegen tegen Palestijnen. Vorige week werden er twee van hen veroordeeld tot twee jaar cel voor brandstichting in een gemengde Joods-Arabische school in Jeruzalem. Twee anderen werden deze maand aangeklaagd voor het in brand steken van de Broodvermenigvuldigingskerk in Noord-Israël. Net als op het huis van Dawabsheh was er op de muren van de school en van de kerk ideologisch-religieus gedreven graffiti gekalkt.

Van links tot rechts werd de aanval op Dawabsheh in harde termen veroordeeld. Premier Netanyahu sprak van ‘terrorisme’, een term die hij meestal voorbehoudt aan Palestijnse aanslagen. Ook in een ander opzicht stelt Israël de aanslagplegers gelijk aan Palestijnse verdachten: voor het eerst wordt ook voor Joden de praktijk van ‘administratieve detentie’ overwogen. Dit houdt in dat verdachten kunnen worden vastgehouden zonder dat er een aanklacht of proces volgt.

Zondebok

Eén ding zal niet veranderen: de opvattingen van de rechtse regering-Netanyahu over de bezetting. De kolonisten vormen een belangrijk deel van hun achterban. Minister Bennett (Onderwijs, Het Joodse Huis) waarschuwde dit weekend dat de kolonisten als geheel geen zondebok mogen worden nu enkelingen uit hun midden aanslagen hebben gepleegd.

Zijn linkse landgenoten zien dat anders. De rechtse regering, redeneren zij, doet er alles aan om de kolonisten te vriend te houden.

Dit was afgelopen week zichtbaar in de nederzetting Beit El. Het Israëlische hooggerechtshof had de sloop bevolen van twee huizen die zelfs volgens Israëlisch recht illegaal zijn, omdat ze werden gebouwd op Palestijnse privégrond. Enkele honderden overwegend jeugdige kolonisten protesteerden tegen de sloop door onder meer stenen en urine te gooien naar de Israëlische ordetroepen. Een dag later kondigde premier Netanyahu de bouw aan van honderden nieuwe huizen in nederzettingen.

Het type aanval waarbij Ali Dawabsheh omkwam, wordt ook wel price tag attack genoemd. Dit houdt in dat de Palestijnen de ‘prijs’ moeten betalen voor elke tegenslag die de kolonistenbeweging ervaart. In de krant Haaretz zegt een hoge Defensieambtenaar dat het hem niet zou verbazen als er een verband zou bestaan tussen de sloop in Beit El en de aanval op Dawabsheh. Een van de woorden die op de muur was geschreven: ‘Wraak’.