Belg wil halt aan zielloze blokkendozen langs de kust

Om de bouwwoede aan hun kust te stoppen gaan Belgen de strijd aan met „het kleffe netwerk van vastgoed en politiek”. Hotel du Louvre moet gered worden.

‘Het is hier Palermo aan de Noordzee”, mompelt een man. Hij mengt zich in een felle discussie voor het voormalige Hotel du Louvre in de Vlaamse badplaats Oostende. Tegen de monumentale hotelgevel zijn planken gespijkerd. Bouwbedrijf Desimpel wil het honderd jaar oude erfgoedpand deels slopen en het verbouwen tot appartementencomplex.

„Over mijn lijk”, zegt Lucrece, uitbaatster van een kinderboetiek ernaast. „Ze hebben mij niet voor niets vernoemd naar Lucrezia, een telg uit het beruchte Italiaanse Borgia-geslacht. Dat was een gifmengster, hè. Ik ben klaar voor het gevecht!”

Ze krijgt bijval van Eric Hut, een Nederlander die verderop restaurant ’t Groote Huys runt. „Dat bouwbedrijf heeft de Oostendse politiek gemasseerd. Zo gaat dat hier.”

Lucrece, Hut en burgerplatform Dement („Oostende vergeet zijn verleden!”) voeren al jaren actie tegen de mogelijke sloop van Du Louvre. Ze worden bijgestaan door Wouter De Vriendt, gemeenteraadslid voor de partij Groen. Volgens hem is de kwestie uitgegroeid tot „een symbooldossier in de strijd tegen de bouwwoede aan de Belgische kust.”

Die bouwwoede begon al in 1960, toen de eerste hoogbouw aan de kust verscheen. Ruim een halve eeuw later noemen de Belgen hun 67 kilometer lange kustlijn inmiddels spottend de Atlantikwall, naar de gelijknamige verdedigingslinie die de nazi’s tijdens de Tweede Wereldoorlog langs de West-Europese kust bouwden.

Eindeloze muur

Wie vanaf zee de Belgische kust nadert, ziet een eindeloze muur van appartementencomplexen. Veel ruimte om nog pal aan zee te bouwen is er niet meer. Sommige bedrijven trekken dan ook de grens over, zoals het Vlaamse vastgoedbedrijf Twin Properties dat in badplaatsje Bray-Dunes aan de ongerepte Franse Opaalkust plannen heeft. Maar het bedrijf stuitte meteen op protest van Fransen die zich hebben verenigd in Collectif Bray-Dunes. „Omdat er aan de Vlaamse kust geen plaats meer is willen ze nu híer hun zielloze blokkendozen neerpoten,” aldus het collectief. „Dat gaat niet gebeuren, we laten ons dorp niet in beton gieten.”

Zulk tegengeluid hoorde je in Vlaanderen lange tijd nauwelijks, zegt De Vriendt. Maar nu komen volgens hem actiegroepen als Dement in actie. „Eindelijk mobiliseren burgers zich tegen het kleffe netwerk van vastgoed en politiek.” Elke Belg heeft recht op een plekje aan zee – zo klonk ooit „de sociale boodschap”, zegt De Vriendt. „Maar daarna is het ontspoord.”

Er is maar één manier „om de lelijkheid te vermijden”, zei onlangs schrijver Eric De Kuyper in een Vlaamse tv-documentaire over architectuur aan zee. „Je moet er zelf gaan wonen. Dan besef je niet hoe lelijk het is.” In diezelfde tv-reeks beschreven Belgische experts de „unieke, bizarre” benadering van architectuur en ruimtelijke ordening: „Een lappendeken, aaneengenaaid door een krankzinnige”. Tegelijk met de hoogbouw aan zee ging Brussel op de schop. „Er verschenen wangeboorten, lijkkisten en brallende torens,” volgens schrijver Geert van Istendael over ‘zijn’ Brussel.

De Brusselse architect Leo Van Broeck pleit nu voor een grondige facelift van de kuststrook. Sommige badplaatsen, zoals Knokke, zijn volgens hem verworden tot „palliatieve dorpen” waar de rijkste bejaarden van België wonen. „Men zit er samengepakt in hokken te turen naar de zee, als trouwe honden naar een zieke koe.” Volgens Van Broeck, tevens docent aan de universiteit KU Leuven, moet de rij flats deels worden afgebroken, zodat de gemeentes weer uitzicht krijgen op zee. „Door de huidige muur van flats liggen de zeedijk en het strand de helft van de dag in de schaduw. In plaats van evenwijdig aan, moet er in de toekomst loodrecht op de zeedijk worden gebouwd.”

Van Broeck is niet de enige met plannen. In het onlangs gepubliceerde rapport ‘Metropolitaan Kustlandschap 2100’ – in opdracht van de minister van ruimtelijke ordening – worden verschillende scenario’s geschetst voor „een leefbare, veilige en aantrekkelijke kust”. Makers van de studie roepen op tot „een geïntegreerde en projectmatige aanpak”.

Maar architect Van Broeck ziet het niet snel gebeuren. „Iedereen praat maar wat door elkaar heen, de politiek heeft geen eenduidige visie, en burgemeesters van kustgemeentes doen allemaal hun eigen ding.”

‘Kusthistorieswandeling’

Tien kilometer van Oostende leidt de ‘Kusthistorieswandeling’ naar de architectonische parel aan de Belgische kust: Villa Cogels in Middelkerke. Het strandhuis werd er rond 1900 neergezet, als buitenverblijf van de Antwerpse architect baron Cogels. „Dit is een antivoorbeeld van Monumentenzorg”, meldt een bordje aan de gevel van de villa die wordt ingeklemd door hoogbouw. Nieuwe eigenaren stripten de villa volledig en stapelden bovenop de belle epoque-gevel vier etages van grijs beton.

Wacht het Oostendse Hotel du Louvre een zelfde lot? „Spannend,” zegt actievoerder Eric Hut. „Een provinciaal stedenbouwkundig ambtenaar heeft gelukkig een negatief advies over de sloopvergunning uitgebracht. Nu maar afwachten wat daar mee gebeurt.”

Misschien schudt de commotie rond Du Louvre het stadsbestuur wakker, hoopt Wouter De Vriendt. Zijn partij Groen voert oppositie in Oostende. Maar veel vertrouwen heeft hij er niet in. Op de zeedijk wijst hij naar een braakliggend terrein achter de muur van flatgebouwen. „Daar moet The White komen, een complex van achthonderd appartementen. Stel je voor: evenwijdig aan de oude Atlantikwall droomt men al van een nieuwe.”