Bad of open water, fenomeen in allebei

Na haar medailles in het open water zwom Sharon van Rouwendaal naar zilver op de 400 meter vrije slag. Uniek.

Sharon van Rouwendaal (rechts) tijdens haar zilveren race op de 400 meter vrije slag. „Die laatste vijftig meter stamp ik op pijn door.” Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Haar Franse coach had haar opgedragen te zwemmen als een pute, de grootste bitch van het hele zwembad, zoals Sharon van Rouwendaal het naderhand nog netjes vertaalde. Iets meer dan vier minuten later haalde het 21-jarige trainingsbeest in het tijdelijke zwemstadion van de Kazan Arena misschien wel de mooiste medaille uit haar carrière, zilver op de 400 meter vrije slag op de WK.

Philippe Lucas, haar excentrieke zwemgoeroe in Narbonne, heeft zo zijn eigen manieren om zijn zwemmers aan te sporen – bij Van Rouwendaal weet hij in elk geval de juiste snaar te raken. Goud was nooit reëel: daarvoor is het gat met de Amerikaanse Katie Ledecky, van wie wordt gezegd dat ze is geboren op een andere planeet met water, veel te groot.

Maar Van Rouwendaals prestatie is uniek: ze zwom met armen die haar vorige week al twintig kilometer door de Kazanka-rivier hadden voortgetrokken, met twee keer zilver en een vierde plaats als resultaten. Vandaag staat de 1.500 alweer op de rol. Een volgende medaille lonkt.

Schrikbewind

Het loont, constateert ze nuchter: al die trainingsuren onder het schrikbewind van Lucas, die eindeloze gruwelsetjes, de ontelbare kilometers in Narbonne. Mentaal is ze niet kapot te krijgen. Ook niet als alles pijn doet, de laatste baantjes, als ze wordt belaagd door zwemsters uit Australië en Groot-Brittannië. Dan moet de ‘bitch’ in haar ontwaken. „Aan het einde heeft iedereen pijn”, lacht ze na afloop. „Daar moet je je doorheen. Ik denk dan: ik ga dit niet opgeven, ik laat me niet voorbij zwemmen. Die laatste vijftig meter stamp ik op pijn door.”

In open water of in het zwembad, Van Rouwendaal schakelt moeiteloos om van de donkere Kazanka-rivier naar het rimpelloze water van het 50-meterbad. Toen ze gisteravond het bad indook voor haar 400-meterfinale stonden de startnummers van het open water nog op haar rug. Andere zwemmers die zo uitblinken in beide disciplines – op één toernooi - kent de zwemwereld niet. „Ik heb een beetje last van mijn benen”, zegt ze na haar ochtendserie. „Maar het valt wel mee. Ik herstel veel sneller dan vorig jaar. Die overgang naar het zwembad gaat vanzelf. Nu kan ik laten zien voor volgend jaar, als ik nog fitter ben, dat ik ook gevaarlijk ben op de 400 meter. Ik wil ze alleen maar bang maken.”

Het was nota bene pas haar tweede WK-finale, gisteravond in de hoofdstad van Tatarstan: vier jaar geleden zwom ze er voor het eerst een, de 200 meter rugslag (brons). Haar toenmalige coach Jacco Verhaeren zag meer een rugslagzwemster in haar. Van Rouwendaal is blij dat ze niet naar hem heeft geluisterd: ze is niet alleen in het bezit van de Nederlandse records op de 200 meter rug- en vlinderslag, maar ook op de 400, 800 en 1.500 en 5.000 meter vrije slag.

Zilver op een WK, het is nog geen goud. Bijna vier seconden was het verschil met het Amerikaanse wonderkind Ledecky. „Maar zij is wel heel goed. Een klasse apart.”

Toch voelt Van Rouwendaal zich heerlijk. „Dit is top: een olympische afstand, de afstand die ik zo leuk vind. Ik voel ik me zo goed nu. Het open water is veel zwaarder, dat verdient ook meer respect. Maar hier kijken meer mensen naar dan naar open water. Als klein meisje wil je het zwembad in.”

Ook zilver ‘Golden Girls’

Van Rouwendaal was niet de enige die gisteravond liet zien hoe mooi zilver kan zijn, al is het per definitie de kleur van de eerste verliezer. De Nederlandse zwemploeg haalde met vijf tweede plaatsen al een hele zilvervloot binnen in Kazan. Maar ook bij de estafettevrouwen – nog niet zo lang geleden bekend als de Golden Girls – getuigde de vreugde om de tweede plaats gisteren op de 4x100 vrije slag geenszins van een zesjescultuur. Het Australische kwartet van bondscoach Jacco Verhaeren is voorlopig nog een maatje te groot, maar de gebalde vuisten Ranomi Kromowidjojo en Femke Heemskerk wekten de indruk dat de jacht is heropend. In 2008 waren zij zelf olympisch kampioen met Marleen Veldhuis en Inge Dekker, sinds 2012 domineren de Aussies. Heemskerk: „Maar dit is heel bijzonder. We laten sterke landen als Amerika en Zweden achter ons, met een jonge ploeg.”

Wat heet: de Friese scholiere Marrit Steenbergen is pas 15 jaar, en debuteerde in een volgepakte Kazan Arena met een medaille. „Supergaaf”, vond ze zelf. „Supergoed”, zei Kromowidjojo over het supertalent uit Oosterwolde. „Marrit gaat alleen nog maar harder zwemmen. In Rio, volgend jaar, kunnen we allemaal nog harder.”