Avond vol grote en kleine ontsporingen

Het gesprek met schrijver Peter Buwalda, dol op hyperbolen, verliep wat stroever dan dat van vorige week met Ahmed Aboutaleb.

Acht van de veertien fragmenten die Peter Buwalda gisteren in Zomergasten liet zien waren van Amerikaanse herkomst of hadden minstens één Amerikaanse hoofdpersoon. Ook zijn roman Bonita Avenue ontleent de titel aan een Amerikaanse straat (in Berkeley), maar speelt er zich slechts voor een klein deel af.

Ik heb de roman met veel plezier gelezen, ook zonder te weten dat alle mannelijke personages vernoemd waren naar een filmrol van Elvis Presley. Het wat stroef verlopende gesprek met Wilfried de Jong begon met het tv-debuut van the King, in 1956. Buwalda kwam, zoals wel vaker in de loop van de avond, superlatieven tekort.

Hier werd in een klap voor het eerst een generatiekloof geslagen. Dit was het begin van de populaire cultuur. Helaas kloppen beide feiten evenmin als de berekening dat het 61 jaar geleden zou zijn geweest. Populaire cultuur bestaat al zolang er volk en elite waren. En de onlangs door de NTR uitgezonden voortreffelijke documentaire Sinatra - All or Nothing at All betoogde juist niet dat in het midden van de jaren 40 Frank Sinatra knipoogde naar de mama’s en de papa’s van de fans, maar dat ouderen niets begrepen van de adoratie voor de crooner door de gillende zogeheten bobbysoxers.

Het enthousiasme van Buwalda en zijn behoefte om te bewonderen leidde de hele avond tot grote en kleine ontsporingen, die soms wel en soms niet door De Jong werden opgemerkt.

Het eerste deel van het programma was gewijd aan helden van de hoofdpersoon, onveranderlijk mannen: Elvis, Karel van het Reve, Obama, biograaf Robert Caro, illusionist David Blaine, komiek Ricky Gervais. Toen actrice Scarlet Johansson en violiste Janine Jansen in beeld kwamen, bleek het uiteindelijk toch vooral te gaan om de mannen van wie ze het werk vertolkten: schrijver Michel Faber en componist Ludwig van Beethoven.

Caro was „de fine fleur, de top, het neusje van de zalm”, Obama’s vertolking van Amazing Grace viel in de categorie „nooit iets charismatischers gezien dan dit!” Jammer hooguit, dat je „door de media” ook in dit geval de vraag stelt hoe spontaan die actie was.

Illusionisme en het ambacht van het schrijven vormden het onderwerp van het middendeel. Ook daarin bleek de vaak door een onweerstaanbare glimlach ondersteunde bezetenheid van de schrijver. Schrijven moet binnenshuis gebeuren, en duldt geen solitair bestaan, want dan ga je toch weer de deur uit om te jagen. Research is het halve werk. Toen Buwalda ineens besloot alles van klassieke muziek te willen weten, kocht hij voor 3.000 euro drieduizend cd’s van een platenwinkel die de deuren sloot. Tot half 5 ’s morgens werden de aankopen naast de Penguin Guide gelegd. Misschien waren de totaal onbekende Stockhausen en Berlioz toch geen miskopen.

De fanatieke constructie van een eigen canon en wereldbeschouwing is vaak ontwapenend. Maar gespierde uitspraken zijn ook gevaarlijk. Zo stelt Buwalda dat we in het westen zonder religie kunnen, omdat we ons horizontaal oriënteren, op kunst en literatuur: „De islamitische landen, daar komt in het algemeen weinig esthetisch’ vandaan, is mijn indruk.”

Zoek de fouten in de redenering, zou je zeggen, maar een echte filosoof komt pas volgende week op bezoek.

Tegen het einde kwam de grootste held te voorschijn, de „zelfgekozen vader” Philip Roth. Die constateerde in 2000 al het uitsterven van de lezer, door de komst van al die schermen.

Buwalda was het eens met die opmerking, en citeerde met grote afkeuring Salman Rushdies suggestie dat tv-series de dikke romans van nu zijn. Dat vond Buwalda onbestaanbaar, zoiets als „karbonade door een rietje”.

Wat hier uit spreekt is het halsstarrig vasthouden aan de gedachte dat een verhaal verteld in woorden altijd superieur is aan een verhaal verteld in beelden. Dat was de reden dat hele generaties geen stripboeken mochten lezen, want dat zou ten koste gaan van de traditionele literatuur.

Buwalda zou natuurlijk ook een paar duizend dvd’s kunnen kopen van een videotheek die ermee kapt en dan zelf ontdekken dat je ook in beeld een tijdsverloop kan manipuleren.

Hij heeft er geen tijd voor, want er moeten nieuwe dikke boeken geschreven worden, te beginnen met een roman over een olieman op Sakhalin en de relatie tot zijn zoon. De werktitel De Ja-knikker „werkt op 27 niveaus”.