Column

Antillianen bedoelen het niet altijd slecht

Sidney Mutueel (49) is hoofdinspecteur van politie. Een innemende man, die jonger oogt dan zijn leeftijd. Hij verzorgt „diversiteitstrainingen” aan de Politieacademie in Apeldoorn. „Als ik in de trein zit in mijn uniform komen mensen graag naast mij zitten”, zegt Mutueel.

Maar als hij in zijn „dikke vierpijps Skoda” door Rotterdam rijdt, buiten diensttijd, ontstaat een andere dynamiek. Dan wordt hij staande gehouden door collega’s: meneer, staat die auto op úw naam? De toon is niet altijd vriendelijk. Wat zegt hij tegen zijn kinderen op de achterbank?

Het leven van een gekleurde politieman – Mutueel werd op Curaçao geboren en woont sinds zijn twintigste in Nederland – gaat niet over rozen. Maar zijn afkomst heeft ook voordelen. Hij kan zich goed verplaatsen in de Antilliaanse probleemjongeren in het Rotterdamse Hoogvliet, waar hij na aankomst op Schiphol werd gedropt. „We verschillen weinig, ik heb iets meer mazzel gehad.”

Mutueel groeide op in een arbeidersgezin in Banda Abou. Hij weet hoe het is om van níets iets te maken. De harde hand van zijn vader voelt hij nog op zijn lijf. „Jarenlang raakte ik geblokkeerd door negativisme en slachtofferschap. Die reflexen zie ik terug bij de jongens op straat.”

Hoe hij zich aan zo’n moeilijk milieu heeft ontworsteld? Mutueel grinnikt. „In Nederland kwam ik in contact met hoogopgeleide vrouwen. Met hen kon ik mij meten. ‘Hou op met dat slachtofferschap’, zeiden ze. ‘Formuleer je mening en verdedig die’.”

Tijdens trainingen aan de Politieacademie vertelt hij zijn levensverhaal. Hij legt uit dat die luidruchtige Antillianen het niet altijd slecht bedoelen. Ze grijpen snel naar hun wapen als hun eergevoel wordt aangetast. Om situaties in het maatschappelijk verkeer goed in te kunnen inschatten, moeten zijn collega’s van die cultuurverschillen op de hoogte zijn.

Ik breng Mutueel in herinnering dat de Arubaan Mitch Henriques vorige maand naar zijn geslachtsdeel greep toen hij riep: „Ik heb ook een gun!” Hadden zijn collega’s dat machogebaar niet in een context moeten plaatsen in plaats van Henriquez tegen de grond te werken? „De Rijksrecherche doet een onderzoek”, zegt Mutueel, zijn woorden zorgvuldig wegend. „Ik loop daar niet op vooruit. Maar één ding weet ik zeker: als een burger roept dat-ie een wapen heeft, staat een agent op scherp. Daar worden we op getraind.”

Met racisme heeft het volgens hem niets te maken. „Ik weet uit ervaring dat Antillianen veel gillen over wapens: ‘Ik schiet je dooood!’ Maar de context verandert als er een agent tegenover hen staat. Stel dat Henriquez wél een wapen bij zich had gedragen, en mijn collega’s niets hadden ondernomen, dan was de kritiek niet van de lucht geweest.”

In crisissituaties moeten agenten hun cultuurrelativistische lessen volgens Mutueel in de ijskast zetten. Ze kunnen hun schoenen gewoon aanhouden als een verdachte het huis van een moslim invlucht. „Maar als diezelfde moslim mij onder normale omstandigheden vraagt ze uit te trekken, dan doe ik dat. Ik verplaats mij in andermans normen en waarden, zo lang het geen afbreuk doet aan mijn werk.”

Ook politiemensen maken fouten, zegt Mutueel. „De kunst is te erkennen dát je fout zat en excuses maakt. Ook dat hoort bij dit werk.”