Alles glanst en glittert in het pretpark van Swarovski

Foto Walter Oczlon

In Wattens, een klein Oostenrijks dorpje even buiten Innsbruck, staat een ruim zeven hectaren groot park met paviljoens, restaurants, klimgebouwen, grotten, waterspuwende monsters, doolhoven, geheimzinnige Wunderkammers en kristallen kunstobjecten. Alles glittert er. Het is het pretpark van Swarovski.

Kristallwelten, zoals het park dat sinds 1995 open is heet, is in mei heropend na een lange verbouwing en houdt het midden tussen de Efteling en een biënnale. Met 650.000 bezoekers per jaar is het, na kasteel Schönbrunn in Wenen, Oostenrijks grootste toeristenattractie. Misschien straks wel de allergrootste, want na een grondige vernieuwing die zes maanden duurde en bijna 40 miljoen euro kostte, mikt men vanaf nu op ruim 850.000 bezoekers.

Oerkracht van glans en glitter

Je kan er dolen door de duistere Wunderkammers, wegdromen onder de Crystal Cloud, de trappen van de kristallen Playtower (van architectenbureau Snøhetta) beklimmen, en niet te vergeten dwalen door de eindeloos grote Swarovski-shop - waar je door alle bochten je richtingsgevoel compleet verliest, wat ongetwijfeld de bedoeling is.

Wie in het park de geheel uit kristallen opgebouwde kathedraalachtige ronde hal binnentreedt (Brian Eno componeerde speciaal voor deze ruimte het muziekstuk 55 Million Crystals), kan niet anders dan overdonderd worden. Hier geldt de oerkracht van glans en glitter, die de mens als van nature aantrekt en fascineert. Je verstand zegt nee, maar je gevoel geeft zich over.

Lopend door de ondergrondse gewelven waarin de zogenaamde Wunderkammers zich bevinden, een aaneenschakeling van allemaal donkere ruimtes waarin steeds een ander overweldigend kunstwerk staat, valt je mond open. In een daarvan staat het wonderlandschap van Studio Job, een maquette van wereldse iconen: van de Big Ben tot kasteel Neuschwanstein, van president Obama’s helikopter tot Napoleon te paard.

Er rijdt een treintje door het landschap. De muren eromheen zijn beschilderd met citaten uit liederen van de vijftiende-eeuwse Zuid-Nederlands/Oostenrijkse componist Isaac Heinrich (Mein Freund allein in aller Welt). Kitscherig kinderspeelgoed of niet, laat het maar aan Studio Job over er een dramatische diepgang aan te geven, zoals een waar kunstenaar betaamt.

Van burgerlijke truttigheid tot kristallen designtak

Swarovski, dat dit jaar 120 jaar bestaat, stond tot eind jaren ’90 bekend om schattige kristallen beestjes, burgerlijke truttigheid. Het kristalbedrijf houdt het midden tussen kunst en kitsch. Tussen echt en nep. Al lijken de glimmende steentjes natuurkristallen, ze zijn 100% fabrieksmatig gemaakt, een chemisch product van water, zand en lood. Ze schitteren als diamant, maar zijn dat niet.

In 1999 bracht Nadja Swarovski, vijfde generatie, verandering in het imago. Onder de naam Crystal Palace nodigde ze jonge designers uit kroonluchters en eigentijdse sieraden te ontwerpen. Ze sponsorde de toen opkomende modeontwerper Alexander McQueen door hem gratis te voorzien van kristallen en stoffen gemaakt van microkristallen (een soort soepele maliënkolders).

Een filmpje van een kroonluchter met Swarovski-kristallen ontworpen door zanger Lenny Kravtiz:

Het werd een eclatant succes. De media-aandacht was overweldigend. De kroonluchters werden aangekocht door het New Yorkse MoMa en het Londense Design Museum. Ze hingen in het paleis van Versailles. De sieraden vlogen de winkels uit. De grootste namen uit de kunst-, design- en architectuurwereld wilden meedoen, van Zaha Hadid tot Frank Gehry, van Tord Boontje tot Philippe Starck. Nu, vijftien jaar later, behelst deze kristallen designtak bijna tachtig procent van de jaarlijkse omzet.