‘Zwart geld blijft toch zijn weg vinden’

In de jacht op zwartspaarders sluiten overheden deals met anonieme tipgevers. Eén van hen is de Duitser Lutz Otte die voor een Zwitserse bank werkte. Hij gaf ook namen aan de Nederlandse fiscus.

Lutz Otte: „Als de Nederlanders wat minder lang getreuzeld hadden, hadden ze alle namen van me gehad.” Foto Anatol Kotte

De man die hem het geld kwam brengen was erg nerveus, herinnert Lutz Otte zich. Niet eerder had een informant een beloning in cash geëist. Maar Otte had erop gestaan.

De vijftiger, met een ietwat zwaar postuur, steekt zijn armen naar voren en geeft ongeveer een halve meter aan. Zo groot was de weekendtas met 1,1 miljoen euro erin. „Ik had nog nooit zoveel papiergeld bij elkaar gezien. Ook al heb ik mijn leven lang in computersystemen met grote bedragen gewerkt.”

De voormalig ICT’er, destijds werkzaam bij de Zwitserse bank Julius Bär, had een deal gesloten met de Duitse fiscus, waar nooit iemand van zou weten. Althans, dat was het plan. „Zelfs mijn vrouw had geen idee. Ik dacht, als dit lukt, hoef ik de rest van mijn leven niet meer te werken”, vertelt de Duitser terwijl hij uitkijkt over een meer nabij het Noord-Duitse vorstenstadje Schwerin waar hij sinds zijn vrijlating woont.

Het is anders gelopen, zegt hij nuchter. „Ik ben een risico aangegaan en moet nu leven met de situatie zoals hij is.”

Otte is in alles een pragmatisch man. Hij leverde de Duitse Belastingdienst geheime Zwitserse bankgegevens van 2.700 landgenoten, samen goed voor 2,4 miljard euro aan spaartegoeden, omdat hij er geld mee kon verdienen. Spijt heeft hij hoogstens van het feit dat hij betrapt werd. „Ik had slimmer moeten zijn, eerder mijn koffers moeten pakken, weg uit Zwitserland.”

Zoals Otte zijn er meer. Ze hebben toegang tot cruciale informatie voor de aanpak van belastingfraudeurs. En dat is geld waard. Ook voor de Nederlandse Belastingdienst. „Het is gewoon handel.” Maar zo gewoon was de transactie niet. Net als in Nederland doet de Duitse fiscus geheimzinnig over haar tipgevers. Formele regels zijn er niet, sommige juristen spreken van heling omdat het om de aankoop van gestolen waar zou gaan.

Schimmige transactie

De transactie vond plaats als in een actiefilm. In de winter van 2012 overhandigde een gepensioneerd belastinginspecteur Otte het geld in een weekendtas op een hotelkamer in Berlijn. De oud-ambtenaar kreeg het hele bedrag eerst op zijn eigen rekening gestort. „Hij was een oude bekende van me”, zegt Otte. „We golfden samen. Vijftien procent van de opbrengst hield hij zelf. Voor alle moeite.”

De twee kregen de smaak te pakken en in het voorjaar van 2012 zochten ze contact met de Nederlandse Belastingdienst. „Ik had bankgegevens van Grieken, Spanjaarden, Italianen, Fransozen, maar de tussenpersoon zei: laten we met de Hollanders beginnen, die staan wel open voor zoiets. Hij had daar goede contacten lopen.” Dit keer ging het om de namen van 700 Nederlanders en een kleine 800 miljoen euro aan vermogen.

Prijskaartje? Een half miljoen. „We hadden de prijs wat opgeschroefd want hij wilde meer provisie. Die had natuurlijk spijt dat hij er de eerste keer zo karig vanaf was gekomen.”

Otte lacht even om zijn eigen sluwheid.

Tot een deal kwam het niet. Maar veertig namen die het duo als proefmonster aan de Nederlandse fiscus gaf, zijn wel ingezet tegen zwartspaarders, vermoedt Otte. „Als ze wat minder lang getreuzeld hadden, hadden ze alle namen gehad.”

Schwarzgeld

Otte werd in 2012 opgepakt door de Zwitserse politie. Zijn werkgever, de bank Julius Bär, had lucht gekregen van het lek. Hij heeft anderhalf jaar achter de tralies gezeten wegens bedrijfsspionage en schending van het Zwitserse bankgeheim.

Een klokkenluider wil hij zichzelf niet noemen, want die hebben ‘hogere motieven’. Maar in de cel kwam hij wel tot inzichten. Onlangs verscheen Schwarzgeld, een sterk autobiografische roman.

„Pas als je er zelf niet meer van profiteert ga je het systeem in twijfel trekken.” De menselijke hebzucht fascineert hem. „Je kunt regels maken zoveel je wilt maar de mens zal altijd blijven proberen zichzelf te verrijken.” Toch denkt hij niet dat geld gelukkig maakt. „Geld ontspant, geld biedt rust, maar geluk? Nee. Al dacht ik daar twintig jaar geleden nog heel anders over.”

De belastingontduiking blijft

Otte heeft nu alle tijd voor dit soort overpeinzingen. Geen werkgever wil zijn vingers nog aan hem branden. Met een vale spijkerbroek, verwassen T-shirt en ruime trui doet hij ook niet echt zijn best meer om goed voor de dag te komen. Het contrast met zijn vorige leven is groot. „Vroeger verdiende ik 120.000 Zwitserse Frank per jaar (113.000 euro, red). Ik had auto’s, banktegoeden, een huis in Zwitserland.”

Die bezittingen zijn inmiddels in beslag genomen. Hij moet nu rondkomen van 1.000 euro netto per maand, samen met zijn vrouw. „De beste oplossing voor wie geen belasting wil betalen? Niets verdienen! Helemaal legaal.” Hij lacht hard om zijn eigen grap.

De samenwerking met de Belastingdienst is voor Otte persoonlijk een harde les geweest. „Het gaat ze uiteindelijk alleen om de data, niet om wat er daarna met de leverancier gebeurt”, constateert hij droogjes.

De kiem voor die samenwerking werd al gelegd in 2007, nog voordat de wereld werd meegesleurd in de grootste financiële crisis sinds de jaren 30. „Mijn latere tussenpersoon, toen nog actief als belastinginspecteur, vroeg tijdens het golfen of ik niet bij gegevens van klanten kon komen.”

Otte zelf werkte toen nog bij UBS, de grootste bank van Zwitserland. „Maar dat was allemaal hartstikke goed beveiligd. Als ICT’er kwam je daar echt niet bij.”

Pas later bij Julius Bär was het mogelijk om aan data te komen. „Daar werkten ze nog met computersystemen uit de jaren 80. Om aanpassingen te testen kregen we klantgegevens aangeleverd. Niets werd geanonimiseerd, hoewel dat makkelijk had gekund. Zeker driehonderd ICT-medewerkers hadden toegang tot die informatie.”

Het thema belastingontduiking kwam met de crisis van 2008 bovenaan de politieke agenda te staan. Banken moesten worden gered met belastinggeld en politici beloofden harder op te treden tegen financiële instellingen en hun klanten die probeerden belasting te ontlopen.

Toch gelooft Otte niet dat er sindsdien in de praktijk heel veel veranderd is. „Het opheffen van het Zwitsers bankgeheim? Dat is natuurlijk een farce. De banken hebben genoeg tijd gehad om zich opnieuw te positioneren. Die hebben vestigingen op de Bahama’s, in Singapore, op de Engelse Kanaaleilanden.”

Geld is geen product dat zich door fysieke barrières laat tegenhouden, meent de Duitse oud-informant. „Met één muisklik heb je het van A naar B verstuurd. Zeker met de belangrijkste klanten, bij wie veel geld voorhanden is en met wie men verder wil, is dat allang gebeurd.”