Vanavond lukt het, hoopt Amer

De Franse politie mobiliseerde deze week 120 extra agenten bij Calais. Maar vluchtelingen die via de Kanaaltunnel willen oversteken, blijven in de meerderheid. Toch winnen ze desondanks allerminst.

Sinds januari probeerden 37.000 vluchtelingen via de Eurotunnel naar Groot-Brittannië te komen. Foto: AFP/ Philippe Huguen

Net als de Soedanese dorpsgenoten Amer en Ali een nieuwe poging willen wagen om in de buurt van de Kanaaltunnel richting Engeland te komen, rinkelt een telefoon. De 22-jarige Amer kijkt bezorgd naar het schermpje. „Mijn moeder”, fluistert hij.

Aan de rand van de A16 bij Calais, op een rustige plaats in een bos vol migranten staat hij haar te woord. „Ze wilde weten wanneer ik geld ga sturen”, zegt hij als hij even later terugkomt bij het vuurtje waar Ali zich warm houdt. „Ik heb haar verteld dat alles goed gaat en dat ze binnenkort de eerste overschrijving kan verwachten.”

Een tocht met gevaren

Als de schemer valt trekken sinds enige weken dagelijks vele honderden vluchtelingen van het opvangcentrum in het havengebied van Calais, op twee uur lopen, naar het rangeerterrein van de Eurotunnel. Drie nachten eerder zouden steeds rond 1.500 tot 2.000 pogingen zijn gedaan om in de treintunnel te komen, aldus de Franse autoriteiten. Het hekwerk bij de haven is sinds kort te hoog om nog kans te maken om als verstekeling op een vrachtwagen te komen.

„Hier is het makkelijker”, zegt Ali (43), die al zijn kleren heeft aangetrokken om geen tas te hoeven sjouwen. In Soedan was hij een rijk man, zegt hij. Voor de reis naar Europa verkocht hij de helft van zijn honderd koeien. Nu slaapt hij overdag in een stinkend bos en probeert hij ’s nachts op een trein te springen. „Maar niemand in Soedan mag dat weten”, haast hij zich te zeggen.

De twee hebben sinds ze drie weken geleden via Libië en Italië in Frankrijk arriveerden naar eigen zeggen „tientallen” keren geprobeerd de tunnel in te komen. Ze kwamen afgelopen weekeinde een keer dichtbij de tunnelbuis, die bijna een kilometer verderop ligt. „Toen zag de beveiliging ons en werden we buiten de hekken gezet.” Amer blijft toch optimistisch. „Vanavond gaat het lukken.”

Maar de tocht is niet zonder gevaren. Gisternacht kwam een Soedanees om het leven toen hij volgens de politie op een trein probeerde te klimmen terwijl daar net een vrachtwagen vanaf reed. Het was de negende dode bij de tunnel sinds begin juni. Enkele mensen die vorige maand te voet de buis ingingen zouden zijn gegrepen door langsrazende treinen.

In Parijs kwam deze week een Egyptenaar door elektrocutie om het leven toen hij probeerde via het dak de Eurostar-trein naar Londen in te komen. Ook hij had geen papieren.

De toegenomen druk heeft tot verhitte verwijten geleid tussen de Franse minister van Binnenlandse Zaken Bernard Cazeneuve en het bedrijf dat de Eurotunnel exploiteert. Cazeneuve heeft het bedrijf gevraagd „zijn verantwoordelijkheid te nemen”.

Terwijl Eurotunnel vorige week van de Franse regering een vergoeding eiste van 9,7 miljoen euro voor misgelopen inkomsten, verweet de minister het bedrijf gisteren het aantal bewakers sinds 2002 met tweederde te hebben verminderd. Eurotunnel reageerde gepikeerd dat het sinds januari al 37.000 mensen tegenhield en dat de situatie „overstijgt wat een concessiehouder redelijkerwijs kan doen”.

„Er is geen beginnen aan”, zegt Christian Salomé die voor hulporganisatie Auberge des Migrants sinds midden jaren negentig de vluchtelingen in Calais bijstaat. Vanaf een brug boven de spoorlijnen wijst hij op de groepjes die in de duisternis van alle kanten richting het 650 hectare grote Eurotunnel-terrein optrekken. ME-busjes staan strategisch opgesteld, maar grijpen nog niet in. „Het is een al twintig jaar voortgaand kat-en-muis-spel”, zegt Salomé.

Mama mag niets weten

Om daadkracht te tonen, stuurde Cazeneuve 120 extra gendarmes naar Calais, bovenop de 300 die nu al de omheining van de haven en het tunnelterrein bewaken. „Maar de vluchtelingen weten dat ze in de meerderheid zijn”, zegt Salomé glimlachend. Rond de drieduizend migranten, vooral uit Eritrea, Soedan en Syrië zouden zich nu in Calais op de oversteek voorbereiden.

Als Amer en Ali in het duister langs het spoor lopen, op zoek naar een zwakke plek in het hekwerk, klinkt opnieuw de vrolijke ringtone van Amer. Deze keer is het zijn broer. Die zit in Egypte, klaar om met een smokkelbootje de Middellandse Zee over te steken. „Ik heb hem verteld dat hij niet heel veel haast moet maken omdat het hier koud is”, zegt Amer na het gesprek. „En dat moeder niets mag weten over de werkelijke omstandigheden.” De druk uit het dorp is groot. „Dit mag niet mislukken.”