Turken zetten aanvallen op Koerdische doelen in Irak door

Turkse gevechtsvliegtuigen landen op een militaire basis. Foto: AP / Emrah Gurel

Turkije heeft opnieuw luchtaanvallen uitgevoerd op kampen van de Koerdische PKK in Noord-Irak, ondanks internationale druk om te stoppen.

Volgens het Turkse staatspersbureau Anadolu zijn er gisteren 65 doelen aangevallen door de Turken, die daarvoor 28 F-16’s hebben ingezet. Donderdag werden er al 100 doelen zoals wapendepots aangevallen door tachtig gevechtsvliegtuigen.

Turkije begon vorige week met de aanvallen op de PKK-doelen. Volgens Anadolu zijn daarbij inmiddels 260 PKK’ers gedood en 400 gewond geraakt. De PKK heeft die aantallen niet bevestigd.

Gevaarlijker dan IS

Volgens Turkije is de PKK een terroristische organisatie en is de aan PKK gelieerde strijdgroep YPG “gevaarlijker dan IS”. De Koerden in Syrië en Irak zijn de afgelopen jaren juist een belangrijke bondgenoot van de VS in de strijd tegen IS.

De Iraakse regering noemde de aanvallen eerder al “een gevaarlijke escalatie en een aanval op de Iraakse soevereiniteit”. In een verklaring riep de Iraakse premier Haider al-Abadi Turkije op verdere escalatie te voorkomen.

De Duitse minister van Buitenlandse Zaken Frank-Walter Steinmeier zegt vandaag tegen Bild dat de Turkse regering “de bruggen die de afgelopen jaren zo zorgvuldig gebouwd zijn naar de Koerden niet moeten afbreken”.

Lees in NRC Handelsblad de analyse van Toon Beemsterboer over de escalatie: Het einde van de Koerdische hoop