Niets was belangrijker dan je roeping 

Ellen Heijmerikx (52) schreef twee boeken over haar jeugd in een religieuze sekte. Haar derde roman gaat over overleven in een politieke dictatuur. „Toen ik de Noorse Broeders verliet, zag ik dat als een mislukking.”

Foto: Andreas Terlaak

Bruid van Jezus

„Ik ben geboren en opgegroeid in het geloof van de Noorse Broeders, een groep die de Bijbel van kaft tot kaft letterlijk neemt. Ergens staat dat vrouwen hun haar niet mogen knippen – mijn moeders haar kwam zo’n beetje tot haar enkels. Mijn zussen en ik droegen lange rokken want het is God een gruwel als de man vrouwenkleren draagt, en andersom. Wij leerden: de broederschap is de bruid van Jezus. De buitenwereld was verkeerd, slecht, de vijand. Alle andere geloven, ook die van de christelijke kerken, waren de antichrist. Bij godsdienstlessen op school deed ik mijn vingers in mijn oren.”

Kostbaar

„Als meisje werd mij ingeprent dat je jezelf ‘rein moest bewaren’. Een meisje dat zichzelf rein bewaarde was ‘kostbaar’. Toen ik van dichtbij meisjes meemaakte die misbruikt werden, of een miskraam kregen, dacht ik: wat erg, die zijn niet meer zo kostbaar. Nu pas denk ik aan al die details, nu ik dat soort dingen ook weer zie in fundamentalistische religies. Die ingeprente superioriteit maakt dat je je gevoel kunt uitschakelen. Als wij hoorden over een vliegramp met 200 doden raakte het ons niet echt, dat waren toch geen Noorse Broeders. Je gelooft werkelijk dat de ander minder waard is. Zo kun je er ook toe komen mensen te onthoofden.”

Gastarbeiders

„Pepe en Juanita werkten net als mijn vader bij Hoogovens. Hun dochter was een vriendin van mij. Ze was niet van het geloof. Het was de bedoeling dat ik haar zou bekeren, maar daar was ik helemaal niet mee bezig. Ik kwam heel graag bij haar thuis. Als ze wist dat ik kwam maakte Juanita arroz con leche, melkrijst met kaneel en citroen. Er waren altijd mensen over de vloer. Ze waren altijd aan het voordragen, zingen. Ik kwam erachter dat ze dat in Spanje voor de kost hadden gedaan. Juanita was geboren in een rondreizend theatergezelschap, ze had in Spanje zelfs nooit een huis gehad. Door de komst van de tv was die broodwinning ingestort en zo waren ze gastarbeiders geworden. Mijn derde boek En nooit was iets gelogen is gebaseerd op hun levensverhaal.”

Roodgeverfde wangetjes

„Ze hadden het hier naar hun zin. Ze kwamen uit een dictatuur, hier konden ze vrijuit spreken. Franco ging dood en het eerste dat ze deden was een groot feest geven. Hoogovens was een goede baas. Pepe werkte in de plaatwalserij, Juanita eerst in de schoonmaak, maar toen ze merkten hoe snel ze Nederlands leerde, kon ze vertaalwerk doen op de dokterspost. In hun vrije tijd gingen ze toneelspelen voor de andere Spaanse gastarbeiders. Stukken van Garcia Lorca, kluchten. Dorpstoneel dat er nu niet meer is: met roodgeverfde wangetjes, overdreven gebaartjes.”

Pastoor

„Na hun pensioen gingen ze terug naar Spanje. Pepe werd ziek, hij zei: als je een boek wilt schrijven over mijn leven moet het nu. Ik heb hem een paar keer opgezocht en de gesprekken opgenomen. Hij vertelde dingen die hij nooit eerder had verteld, zelfs niet aan zijn vrouw, zoals hoe hij in een klooster was misbruikt. Hij kon niet stoppen met praten. Na zijn dood heb ik een reis gemaakt naar Asturië, de boerenstreek waar hij was opgegroeid. Daar sympathiseerden ze in de Spaanse Burgeroorlog met de communisten. Toen Franco overwon, met steun van de Katholieke Kerk, werden de rooien volledig in de pan gehakt. Mensen namen me mee naar een massagraf waar dan een broer, een opa en een neef in lagen. Ze hebben verschrikkelijk geleden onder de dictatuur. Theatermakers moesten hun teksten vooraf aan de pastoor laten lezen en er zaten altijd falangisten in de zaal, of Guardia Civil. Dan nog maakten ze er hun eigen verhaal van. Zo hebben ze overleefd.”

Bloemist

„Ik denk dat ik een creatief kind was, maar daar was geen aandacht voor. Toen ik na heel lang sparen een fototoestel had gekocht bleek ik best goede foto’s te maken, zodat ik in onze kring bruiloften mocht fotograferen. En ik speelde religieuze liederen op mijn cello. Anderen speelden piano, viool, er werd ook weleens geruild. Het moest wel op een amateuristisch niveau blijven, anders werd het belangrijker dan je roeping. Dat ik kon schrijven wist ik niet. Ik werd bloemist, dat ben ik nog steeds. In 2000 kreeg ik een nierziekte waardoor ik veel moest rusten en besloot ik te gaan schrijven over vroeger. Ik ben een schrijfopleiding ben gaan doen bij Scriptplus, later toegevoegd aan de Hogeschool Amsterdam. Dat leidde in 2009 tot mijn debuutroman Blinde Wereld.

Openbaringen

„Mijn moeder is misschien ook wel een schrijfster. Ze schreef altijd stukjes voor De Weg, het maandblad van de Noorse Broeders, bijvoorbeeld over hoe een zuster onderdanig moest zijn als ze moeite had met haar man. Tot ze niet meer geplaatst werden omdat ze een vrouw was. Toen de computer kwam volgde ze een cursus zodat ze haar eigen website kon beginnen. Ze is nu 92 en ze schrijft daar nog steeds haar ‘openbaringen’ op. Ik heb geen contact meer met haar, het ging me te ver toen ze ook mijn zoontje ging bekeren. Tot op de dag van vandaag stuurt ze me religieuze mails. Ze is gelukkig met haar taak, ondanks het leed dat ze ervan heeft – dat ze drie van haar vier kinderen niet meer ziet. Dat is ook de kracht van religie. Ik gun haar dat geluk.”

Vergeven en vergeten

„Het vertrek bij de Noorse Broeders gaat bij iedereen anders. Een neef van mij is weggestuurd omdat hij homo was. Een andere neef is het huis uitgezet omdat hij een transistor op zijn kamer had. Mijn broer kon er niet meer tegen, net als ik. Je ziet dingen waarmee je je niet meer kunt verenigen. Een meisje was misbruikt en dat kwam uit. Degene die haar misbruikt had moest haar om vergeving vragen, zij moest ‘vergeven en vergeten’. Zo’n meisje verliest werkelijk alle eigenwaarde. Ze wordt iemand die alle kleuren van de kameleon kan aannemen, die wordt geschopt en daar bijna dankjewel voor zegt. Ik maakte dat meerdere malen mee en kon dat niet meer aan. Mensen zeggen weleens: wat moedig dat je eruit bent gestapt, maar op dat moment zag ik het als een mislukking. Het was geen kracht, het was onmacht.”

Koninkrijk

„Toen mijn broer het geloof uit ging dacht hij: ik ga het zelf doen, op eigen houtje, en ik ga rijk worden. Hij heeft een tentenfirma opgebouwd, voor heel veel geld verkocht en een groot huis gebouwd in Belize. Hij is alleen en leeft behoorlijk teruggetrokken, maar zoals hij het wil, niemand zal hem meer overheersen. Hij heeft zijn eigen koninkrijk gemaakt. We hebben intensief contact. Ik was de jongste en mijn ouders waren zo druk met het geloof dat ze geen tijd voor mij hadden. Mijn broer was mijn vader en moeder tegelijk. Toen ik eruit stapte waren Pepe en Juanita ook een belangrijke steun. Zij hielden gewoon van mij, gelovig of niet. Onvoorwaardelijker dan mijn ouders. Zonder dat ik ergens aan hoefde te voldoen.”

Houten bankjes

„Ik zie mijn ouders als lieve mensen die slachtoffer zijn geworden van de indoctrinatie van een religieuze dictatuur, met een charismatische leider, die inmiddels een enorm vermogen heeft vergaard. Vroeger was het nog een oprechtere religie dan nu. Je zat samen op houten bankjes in het bos in Noorwegen en er werd armoede en eenvoud gepredikt. Dat vond ik eigenlijk heel mooi.”