Nederlander met een ‘waanzinnig klimtalent’

foto laurens aaij

Bijna was het Martijn Seuren (32) gelukt: als eerste Nederlander alle 82 Alpentoppen boven de 4.000 meter beklimmen. Alleen Les Arêtes de Rochefort en de toppen van de Grandes Jorasses ontbraken nog. En precies daar ging het vorige week woensdag mis. In de vroege ochtend - de zon moest nog opkomen - kwam hij ten val in het Mont Blanc massief. Zijn lichaam werd kort daarna door een hulpdienst geborgen in een gletsjerspleet aan de Italiaanse zijde van de graat. Zijn hoofdlampje brandde nog.

In zijn jeugd speelde Seuren, die actief was bij de scouting, eindeloos buiten met zijn jongere broer en zus. De inspiratie voor het klimmen deed hij op bij een abseildemonstratie van het leger bij een scholierenfestival. In de achtertuin in zijn geboorteplaats Breda leerde hij zichzelf vervolgens klimmen, in een perenboom met een stuk touw van de bouwmarkt.

Pas in 2001 kwam de voor de detailhandel opgeleide Seuren voor het eerst in de Alpen. Daar, in het Zwitserse Kandersteg, vond hij zijn levensdoel, vertelt zijn jongere zus Anne. „In de bergen was hij gelukkig.” Nadat hij in 2009 als tweede Nederlander was toegelaten tot de gerenommeerde Zwitserse berggidsenopleiding, vestigde hij zich in Bern. Zus Anne: „In het vlakke Nederland voelde hij zich steeds minder thuis.”

In Bern ging hij aan de slag bij de onder klimmers vermaarde bergsportwinkel van Bächli. „Ik ben hier de enige die niet al minimaal vijf keer de Eiger Noordwand heeft gedaan,” grapte hij daar zelf over, vertelt zijn Zwitserse collega Benjamin Blaser. Hoorbaar aangeslagen: „Martijn genoot van het klimmen. En nu is hij er niet meer. Dat is nog steeds moeilijk te bevatten.”

Voor de Nederlandse Klim- en Bergsport Vereniging (NKBV) werkte Seuren, ook een begenadigd toerskiër, als alpine-instructeur. Directeur Robin Baks: „Martijn had een waanzinnig klimtalent en veel kennis van de sport. Hij was een zeer ervaren alpinist.” De reden waarom Seuren alweer nieuwe uitdagingen zocht. Bovenaan de wensenlijst: een ‘achtduizender’ beklimmen. Of nog beter: er ook vanaf skiën.

Van de risico’s van zijn sport was de vrijgezelle Seuren zich volledig bewust. In een recent interview met Hoogtelijn, het magazine van de NKBV, deed hij een even profetische als wrange voorspelling. „Eigenlijk ga ik er vanuit dat ik in de bergen om het leven kom.” Hoewel hij hoopte tot op hoge leeftijd te kunnen blijven klimmen, had hij vrede gesloten met die fatale gedachte. „Dan heb ik in elk geval mijn passie gevolgd.”