Moralist in een politiek gekkenhuis

Een literaire reis legt de ziel van Midden-Europa bloot. In aflevering 3: het Berlijn van Erich Kästner.

Neukölln, Berlijn Foto martin/Flickr

In een café in de Berlijnse arbeiderswijk Neukölln hangt een links-activistische poster met een tekst die crisis en politiek verenigt: ‘Greece should not pay Germany, Germany should pay Greece!’ Dan volgt een lijst oorlogsmisdaden die het Duitse leger tijdens de bezetting van Griekenland heeft begaan.

De poster is een van de vele uitingen van politiek engagement in de Duitse hoofdstad, die je doen beseffen dat Berlijn nog altijd de frontlinie tussen rechts en links is. En juist daarom moet je Erich Kästners Berlijnse roman Naar de haaien (1931) lezen, ook al is het politieke bewustzijn bij hoofdpersoon Fabian ver te zoeken. Wanneer Fabians beste vriend Labude een nieuwe politieke beweging van jonge intellectuelen zegt te willen opzetten, antwoordt hij niet voor niets: ‘Of men is ontevreden met zijn lot en dan slaat men elkaar de schedel in om de toestand te verbeteren, of, en dat is een zuiver theoretische situatie, men vindt het eigen leven en de toestand van de wereld juist wel best, en dan brengt men zich uit verveling om. Het resultaat is hetzelfde.’

Fabian neemt de wereld waar als een voyeur. Hij staat model voor de neue Sachlichkeit van de jaren ’20 en ’30: hij observeert, maar is apolitiek en apathisch.

Knipoog

De roman wemelt van de vermakelijke parallellen met het heden. Zo zegt Fabian ter verwelkoming van zijn toekomstige geliefde Cornelia dat ‘deze gigantische stad’ nagenoeg ‘gelijk is aan vroeger, voor zover ze uit stenen bestaat’, maar ‘wat de inwoners betreft, lijkt ze allang op een gekkenhuis’.

Hoewel de term ‘gekkenhuis’ zonder knipoog overdreven is, zijn die woorden nog altijd actueel. Want net als in de Weimarrepubliek is Berlijn sinds de Duitse eenwording weer een culturele metropool met een aanzuigende werking op kunstenaars, schrijvers, muzikanten en gelukszoekers met artistieke aspiraties.

Maar ook in andere opzichten biedt Kästners boek overeenkomsten met het heden. Zo sluimeren op de achtergrond van Fabians al dan niet seksuele uitspattingen de economische crisis en een polariserend politiek spectrum, waarbij het democratische midden wordt verzwolgen door de maalstroom van links en rechts.

Als we het hebben over het politieke karakter van de roman, wijst de Berlijnse literatuurwetenschapper Mareen van Marwyck me op de kritiek van cultuurfilosoof Walter Benjamin. Net als andere marxistische denkers uit die periode, zag hij de stroming van de neue Sachlichkeit als een vermomd kapitalisme, dat de weg plaveide voor de nationaal-socialisten. Zowel Kästner als Fabian verweet hij ‘linkse melancholie’. „Fabian is iemand die vooral zijn omgeving gadeslaat, hoewel hij op sommige punten uit die rol stapt”, zegt ze. „Toch is de roman duidelijk een politiek werk.” De onwil om partij te kiezen is ook een politiek statement.

De vorig jaar verschenen heruitgave van Kästners roman verschilt op sommige punten van het werk dat zijn tijdgenoten onder ogen kregen. Destijds vond de uitgever het boek, dat oorspronkelijk Der Gang vor die Hunde heettte, op sommige punten ongeschikt voor publicatie en vroeg Kästner een aantal zaken te schrappen en te wijzigen. De titel werd veranderd in Fabian. Geschichte eines Moralisten. Het verhinderde de nazi’s niet om het boek na de machtsovername in 1933 alsnog als entartete Kunst te verbieden en op de brandstapel te gooien. Behalve de dubbelzinnige ‘linkse melancholie’ bevatte de roman volgens hen obscene en decadente elementen, ‘in strijd met de Duitse volksgeest’.

Obsceniteiten

Wat betreft die door de nazi’s verfoeide ‘obsceniteiten’ zijn Fabians avonturen nog altijd smeuïg en onderhoudend. Precies wat je verwacht van een roman over het Duitsland van de jaren twintig. Die crisistijd in de Weimarrepubliek werd immers niet voor niets ‘dansen op de vulkaan’ genoemd, leven alsof iedere dag je laatste kon zijn. Van Marwyck nuanceert dit beeld: „Expressionistische dichters aan het begin van de Weimarrepubliek zien vooral de stad zelf en de modernisering die er plaatsvindt als oorzaak van dit zedenverval, niet zozeer de crisis.”

En ook nu is Berlijn een stad die daartoe aanzet. Alles kan er, alles mag, en niemand is er verbaasd over.