Met genoeg geld kun je alles afschieten

Duizenden Nederlanders gaan jaarlijks de grens over om te jagen op everzwijn, olifant of leeuw. Zolang je er een vergunning voor hebt, is jagen gewoon legaal.

foto peter glenday by cc

De Zuid-Afrikareis die Jachthuis Leimuiden aanbiedt, slaat de Tafelberg en wijnstad Stellenbosch over. Hij kost ook beduidend meer dan een gemiddeld bezoek aan de Regenboognatie. Maar voor de 17.390 euro krijg je wel wat: een luxe tent onder een baobabboom, volpension én olifanten van „legendarische” kwaliteit. „Als je een echt goede Afrikaanse olifant wilt dan is dit je beste kans”, zo wordt de veertiendaagse olifantenjachttrip in de Engelstalige webbrochure aangeprezen.

Wat Walter Palmer deed, de Amerikaanse tandarts die de Afrikaanse leeuw Cecil in Zimbabwe doodde, is misschien bijzonder in de zin dat hij een bekend dier, zonder vergunning doodschoot. Maar van vergelijkbare jachtfoto’s met gedode leeuwen, olifanten, springbokken en herten wemelt het online. Tienduizenden mensen boeken jaarlijks een jachtvakantie.

Van de 27.000 actieve Nederlandse jagers gaan er per jaar ongeveer 6.000 over de grens op jacht, schat directeur Laurens Hoedemaker van de Jagersvereniging op basis van het aantal aangevraagde buitenlandse jachtverzekeringen. Zo’n 500 daarvan zoeken het buiten Europa.

Een deel pacht eigen jachtgrond in het buitenland. De rest kan in Nederland terecht bij de ongeveer tien in jachtvakanties gespecialiseerde reisbureaus. Die verkopen reizen in alle soorten en maten. Vier dagen herten jagen in Polen kan bij Nijweide Jachtreizen al voor 1.590 euro, inclusief „afschot van een hert en een wild zwijn”.

De Big Five, het summum onder trofeejagers, is bijna onbetaalbaar. Een olifant, neushoorn, leeuw, buffel en luipaard – het ‘Pakket Big Five’ van Highland Jachtreizen kost volgens eigenaar Michiel Staartjes 100.000 euro. „Dat is zo duur vanwege alle vergunningen.”

Een domme actie

Staartjes heeft dan ook geen goed woord over voor het doden van Cecil. „Ik heb geen moeite met het schieten van een leeuw of olifant, maar dit was een domme actie omdat er geen vergunning voor was.” De publieke opinie maakt het onderscheid niet, maar die vergunning is waar het om draait in jachtland, zegt ook Igor Timmermans. Hij is organisator van de beurs Jacht & Buitenleven en uitgever van een glossy voor grofwildjagers Waidmannsheil, vernoemd naar de jagersgroet voor aanvang van de jacht. „Toen koning Carlos van Spanje in 2012 in het nieuws kwam met een doodgeschoten olifant stond iedereen op zijn kop terwijl dat volkomen legaal was.”

Igor Timmermans legt uit dat net als op zijn eigen jachtveld van 365 hectare in West-Brabant, wereldwijd vrijwel overal met door biologen ontwikkelde modellen de ideale populatie van dieren wordt bepaald. Of dat nu de reeën op zijn jachtveld zijn of de leeuwen in Afrika. „Het overschot in veel landen wordt vervolgens via jachtreisbureaus op de markt gebracht.” Zo ging het ook met de olifant van koning Carlos.

De landen verdienen er een aardige som geld mee. Volgens Timmermans wordt zo’n 75 tot 80 procent van de beschermingscampagnes voor dieren betaald met geld dat via de jachtvergunningen wordt verdiend. Daarnaast zorgt de jacht en de waarde die de beesten daardoor hebben dat ze niet door stropers en de lokale bevolking worden geschoten.

Dat positieve beeld van de jacht mag ook wel wat meer in Nederland doordringen, vindt reisorganisator Staartjes. „Wij moeten weer leren om meer mens te zijn. Kijk naar Duitsland, Polen en Tsjechië. Daar kun je gewoon 24 uur per dag, zeven dagen per week varkens en herten schieten en wordt niet raar gekeken als je met een beest op je rug langs de weg loopt.”