Column

Praten met lezers valt niet altijd mee

Als ik moest werken reisde ik in de trein graag eerste klasse. Gisteren ging er een man tegenover me zitten die aftrapte met de mededeling dat hij mijn hoofd kende van de foto in de krant. Ik houd niet zo van praatjes in de trein, maar voor lezers van nrc.next maak ik graag een uitzondering.

Hij bleek ook in de journalistiek te zitten. Daar gaat mijn plezier, dacht ik nog. Hij boog samenzweerderig naar voren en zei te komen van onze planetaire neef Kepler-452b die laatst in het nieuws was. Hij stuurde er elke dag een groot artikel naartoe dat hij dan ondertekende met ‘van onze correspondent op aarde’.

Ik had de afgelopen jaren regelmatig lezers gesproken, dat viel niet altijd mee, maar hij was de eerste die toegaf dat hij van een andere planeet was, wat de vetvlekken op zijn jasje kon verklaren. Misschien dat ze op Kepler-452b nog niet met mes en vork aten, dacht ik.

Er zaten hem allerlei gedachten dwars die hij wilde delen.

Was ik het met hem eens als hij zei dat het incident met de door een Amerikaanse tandarts in Zimbabwe neergeschoten leeuw juist hierom zo erg was omdat het aantoonde dat met geld op aarde alles te koop was?

Rustig uit het raampje staren of werken was er niet meer bij. Er kwamen steeds weer nieuwe kronkels mijn kant op, en ook een halve Mars, die ik vriendelijk weigerde. Ik besefte dat er voor mij niets anders op zat dan bij de volgende stop net te doen alsof ik uitstapte om dan in een andere coupe te gaan zitten.

Toen ik opstond kwamen de eerste verwijten. Wat hem tegenviel was ik dat ik hem niets over het leven op Kepler-452b had gevraagd. Waarom was dat? Mocht hij dat alsjeblieft weten?

Hij ging er harder van praten, de spetters vlogen hem uit de mond.

Ik voelde me in het nauw gedreven en heb toen naar waarheid verteld dat ik zelf ook van Kepler-452b kwam, dat ik ook een correspondent op aarde was.

Ik zag aan zijn gezicht dat het een tegenvaller was dat er meer waren zoals hij.

„Leest u mijn stukken?” vroeg hij.

Ik wilde zeggen dat ze al jaren niet meer geplaatst werden, maar groette hem in plaats daarvan vriendelijk, dat werd op Kepler-452b vast net zo gewaardeerd als hier.

Nut en noodzaak van toegangspoortjes op de stations waren me opeens duidelijk, hoewel je je ook kon afvragen of buitenaards leven zich door zoiets liet stoppen.