Lang, slank, smalle heupen, grote handen: zwemsensatie

Marrit Steenbergen (15) is het nieuwe Nederlandse supertalent. Dit weekend debuteert de nuchtere Friezin op de WK in Kazan.

Zwemtalent Marrit Steenbergen: „Ik had nooit verwacht dat ik dit jaar zo hard zou zwemmen.”

Ze was de zwemdiva van Bakoe, de nieuwe Ranomi, de kroonprinses van het Nederlandse zwemmen. Geen jeugdzwemster werd de afgelopen jaren zo bejubeld als Marrit Steenbergen (15), na haar indrukwekkende medailleoogst tijdens de Europese Spelen in Bakoe. Hartstikke leuk allemaal, zegt ze, thuis in Oosterwolde. „Maar ik blijf gewoon Marrit.”

Een jonge, nuchtere Friezin met een missie. En een dosis talent zoals zwemtrainers in geen jaren hebben gezien. Lang, slank, smalle heupen en grote handen, met een ideale hoge ligging op het water. „Dat gebeurt vanzelf”, klinkt het bijna verontschuldigend. Maar fijn is het wel, voegt ze eraan toe. Zondag komt ze in actie op de wereldkampioenschappen zwemmen in het Russische Kazan. Het supertalent is opgenomen in de estafetteploeg.

Hollandse school

Steenbergen, op weg naar de vijfde klas van het atheneum, is de jongste leerling van die bijzondere Hollandse school in het vrouwenzwemmen, van Inge de Bruijn tot Ranomi Kromowidjojo, van Marleen Veldhuis tot Femke Heemskerk en Inge Dekker.

Steenbergen, elf dagen geboren na de millenniumwisseling, strooide in haar prille loopbaan een stortvloed aan jeugdrecords uit over de zwemwereld.

Ook de twee grootste Nederlandse talenten van de laatste jaren – Kromowidjojo en Sharon van Rouwendaal – zagen hoe de jonge scholiere de beste tijden uit hun jeugd verpulverde. Om er eens één te noemen: Steenbergen is op de 100 meter vrije slag – het koningsnummer van haar sport – ruim twee seconden sneller dan Kromowidjojo op die leeftijd.

„Dat is best een groot verschil”, erkent Steenbergen, die in Bakoe verraste met 53,97 seconden, dit seizoen de elfde tijd van de wereld. „Maar ik had nooit verwacht dat ik dit jaar zo hard zou zwemmen.” Ter vergelijking: Inge de Bruijn werd in 2000 (Sydney) olympisch kampioen met 53,83.

Pieter van den Hoogenband

Het zat wel in de familie: dankzij haar moeder, zwemlerares in het Drentse Norg, leerde Steenbergen al jong zwemmen – getuige haar drie diploma’s toen ze amper vijf was. Dertien was ze, toen Pieter van den Hoogenband haar twee jaar geleden zag zwemmen tijdens het Europees Jeugd Olympisch Festival in Utrecht. Hij was zwaar onder de indruk: „Eigenlijk moet ze gewoon naar de Olympische Spelen in Rio”, zei hij. De scholiere was zeer gevleid, maar reageerde wat lacherig op de aanmoediging van Van den Hoogenband: het leek haar best leuk, maar ‘Rio 2016’ kwam nog iets te vroeg.

Die aanname veegde ze in Bakoe zelf van tafel. Sterker: ze lijkt gemaakt voor een prominente rol in de estafette (4x100 vrij), die tot aan de Spelen van Londen (2012) zo werd gedomineerd door de Nederlandse Golden Girls.

Ze zat met haar ouders voor de televisie, toen dat gevreesde viertal in Londen met olympisch zilver afscheid nam van een gouden periode. „Ik zag ze op tv en dacht: ze zijn echt heel goed, wat zou het cool zijn als je daar mag staan. En nu sta ik er een beetje tussen. Heel erg raar, heel cool. Nee, bang ben ik zeker niet.”

Bedreiging

Haar prestaties verbeteren dit jaar zo snel dat het zelfs de vraag is of ze volgend jaar in Brazilië niet méér kan betekenen dan alleen maar een schakel in de estafetteploeg. Maar Steenbergen denkt niet dat ze volgend jaar al op de individuele afstanden – vooral de 100 vrij – een bedreiging is voor Heemskerk en Kromowidjojo.

„Of Ranomi moet uitkijken? Zo zie ik dat niet. Ik denk dat zij mij nog wel voorblijft. Ik ben volgend jaar zestien. Als ik voor de estafette naar Rio ga zou het al heel mooi zijn. Daar had ik een paar jaar geleden nooit op gerekend.”

Ze kan haar enorme progressie maar moeilijk verklaren. „Ik denk dat ik heel goed reageer op de trainingen van Frank Bosma, mijn trainer in Drachten. Ik train iets zwaarder dan vorig jaar: zestien uur per week in het water, twee keer krachttraining en nog een paar keer landtraining.”

Haar resultaten gingen de afgelopen weken de wereld over. Met Steenbergen ziet de Australische zwembond in Nederland ineens weer een zeer serieuze bedreiging op de estafette – bondscoach Jacco Verhaeren, destijds de grote man achter de Golden Girls, zal in Kazan op zijn hoede zijn voor het Nederlandse kwartet.

Oosterwolde

Loftuitingen te over, maar Steenbergen weet dat ze pas aan het begin staat van een lange weg. Haar piek ligt pas bij de Spelen van 2020 (Tokio) of nog later, 2024. En ze moet nog veel leren. „Mijn starttechniek moet echt beter. Die is nooit heel goed geweest. Maar ik merk nu dat die niet alleen achterblijft bij de senioren, maar ook bij mijn leeftijdsgenoten.”

Een paar keer per jaar gaat ze naar Eindhoven om met behulp van onderwatercamera’s haar start en keerpunten te analyseren. „Maar ik krijg het nog niet goed onder de knie. We zijn er heel hard mee bezig, maar het heeft even tijd nodig.”

Alles op zijn tijd. Steenbergen raakt niet snel onder de indruk. Ook niet toen ze in Bakoe ineens in de schijnwerpers stond. Het was vooral wennen aan het grote, lichte zwemstadion, de aandacht van de media. „Ik ben gewend om in de anonimiteit te zwemmen. Ik vind het wel leuk, die aandacht, maar het doet me niet zo heel erg veel. In Kazan kan ik vrijuit zwemmen, op de WK verwacht niemand een medaille van mij.”

Daarna ziet ze wel, waar haar sport haar brengt. Een verhuizing naar het zwemmekka in Eindhoven zit er voorlopig niet in. Eerst haar school afmaken in Friesland. „Ik blijf sowieso tot en met Rio in Oosterwolde wonen. Wat ik daarna ga doen zie ik dan wel. Eerst maar proberen Rio te halen.”