Iraanse blogger: voor dit internet ging ik niet zes jaar de gevangenis in

Illustratie: Aart-Jan Venema

De Iraanse blogger Hossein Derakhshan zat zes jaar in de Iraanse gevangenis, vanwege dat rijke, afwisselende internet, waarvan hij veel hield. Maar dat internet bestaat niet meer, ontdekte hij na zijn vrijlating. “Het huidige web is slechts entertainment.”

door Hossein Derakhshan


Zeven maanden geleden ging ik zitten aan een tafeltje in de keuken van mijn appartement uit de jaren zestig, op de bovenste verdieping van een gebouw in een levendige centraal gelegen buurt van Teheran, en deed ik iets wat ik al duizenden malen eerder had gedaan. Ik opende mijn laptop en postte iets op mijn nieuwe blog. Maar dat was voor het eerst sinds zes jaar, en het scheelde weinig of mijn hart werd gebroken.

Een paar weken eerder was mijn straf abrupt kwijtgescholden en was ik vrijgelaten uit de Evin-gevangenis in het noorden van Teheran. Ik had verwacht dat ik het grootste deel van mijn leven in de cellen daarvan had moeten doorbrengen: in november 2008 was ik tot bijna twintig jaar opsluiting veroordeeld, grotendeels vanwege dingen die ik op mijn blog had geschreven.

Maar toen het moment daar was, kwam het toch nog onverwacht. Ik had in de keuken een sigaret gerookt met een van mijn medegevangenen, en kwam terug in de kamer die ik met tien andere mannen deelde. We waren een kop thee aan het drinken toen de stem van de omroeper – een andere gevangene – door alle kamers en gangen schalde. Met zijn vlakke stem zei hij in het Perzisch:

“Mijn dierbare medegevangenen, het geluk is opnieuw met één van ons. Hossein Derakhshan kan vanaf dit moment gaan en staan waar hij wil.”

Een heel ander Teheran

Die avond was het de eerste keer dat ik die deuren achter me kon sluiten als vrij man. Alles voelde nieuw aan: het koele najaarsbriesje, het verkeerslawaai van een nabijgelegen brug, de geuren en kleuren van de stad waar ik het grootste deel van mijn leven had doorgebracht.

Om mij heen zag ik een heel ander Teheran dan ik gewend was. Een grote hoeveelheid nieuwe, schaamteloos luxueuze woningen was in de plaats gekomen van de charmante kleine huisjes die ik kende. Nieuwe wegen, nieuwe snelwegen, grote aantallen opdringerige SUV’s. Grote reclameborden met advertenties voor Zwitserse horloges en Koreaanse flatscreen-tv’s. Vrouwen in kleurrijke sjaals en mantels, mannen met geverfd haar en baarden, en honderden charmante cafeetjes met hippe westerse muziek en vrouwelijk personeel. Het was het soort verandering dat zich sluipenderwijs voordoet; het soort waar je alleen echt notie van neemt als het normale leven een tijdlang van je weggenomen is.

Twee weken later begon ik weer te schrijven. Een paar vrienden vonden het goed dat ik een blog begon als onderdeel van hun kunsttijdschrift. Ik noemde die blog Ketabkhan, wat ‘boekenlezer’ betekent in het Perzisch.
Zes jaar was een lange tijd om in de gevangenis te zitten, maar online is zes jaar een heel tijdperk. Het schrijven voor internet was niet veranderd, maar het lezen – of althans, het gelezen worden – was dramatisch veranderd. Mij was verteld hoe belangrijk sociale netwerken waren geworden in de tijd dat ik weg was, dus ik wist één ding zeker: als ik mensen ertoe wilde verleiden mijn stukken te lezen, moest ik gebruik maken van de sociale media.

Zes jaar in de gevangenis al lang, maar online is het een heel tijdperk

Ik probeerde dus een link naar een van mijn verhalen op Facebook te posten, maar het bleek dat Facebook weinig interesse had. Uiteindelijk zag het eruit als een saaie rubrieksadvertentie. Geen beschrijving. Geen beeld. Niets. Ik kreeg drie ‘likes’, dat was het.

Op dat moment besefte ik dat er zaken waren veranderd. Ik was er niet op voorbereid op dit nieuwe speelveld te moeten spelen – al mijn eerdere investeringen en inspanningen waren voor niets geweest. Ik was er kapot van.

Blogs vormden mijn leven

Toen ik in 2008 werd gearresteerd, waren blogs goud en bloggers rocksterren. Op dat moment, en ondanks het feit dat de overheid de toegang tot mijn blog van binnen uit Iran blokkeerde, had ik iedere dag een publiek van zo’n 20.000 mensen. Iedereen waarnaar ik linkte kreeg plotseling te maken met een enorme toename van het verkeer: ik kon iedereen naar believen groot maken of slachten.

Mensen hadden de gewoonte mijn berichten zorgvuldig te lezen en veel relevant commentaar achter te laten. Zelfs veel personen die het helemaal niet met mij eens waren, kwamen nog om mijn blog te lezen. Andere blogs linkten naar de mijne om te bespreken wat ik zei. Ik voelde me als een koning te rijk.

De iPhone was destijds iets meer dan een jaar oud, maar smartphones werden nog steeds voornamelijk gebruikt om mee te bellen en korte boodschappen te versturen, e-mailtjes te lezen en te verzenden en op het web te surfen. Er waren geen echte apps, zeker niet zoals we die vandaag de dag zien. Er was nog geen Instagram, geen SnapChat, geen Viber en geen WhatsApp.

In plaats daarvan had je het web, en op het web waren er blogs: de beste plek voor het vinden van andere meningen, nieuwsberichten en analyses. Zij vormden mijn leven.

De Blogging-revolutie

Het begon allemaal met 9/11. Ik was in Toronto, en mijn vader was zojuist uit Teheran aangekomen voor een bezoek. We zaten te ontbijten toen het tweede vliegtuig het World Trade Center binnenvloog. Ik was verbaasd en verward, en op zoek naar meningen en verklaringen stuitte ik op blogs. Nadat ik er een paar had gelezen, dacht ik: dit is het, ik moet er ook een beginnen, en alle Iraniërs aansporen hetzelfde te doen. Dus met behulp van Notepad op een Windows-computer begon ik te experimenteren. Al snel schreef ik op hoder.com, gebruikmakend van de Blogger-software, voordat Google die opkocht.

Op 5 november 2001 publiceerde ik een gids waarin ik stap voor stap beschreef hoe je een blog kon opzetten. Dat leidde tot iets wat later een ‘blogging-revolutie’ ging heten: al snel zorgden honderdduizenden Iraniërs ervoor dat het land een van de vijf naties met de meeste blogs ter wereld werd, en ik was er trots op een rol te hebben gespeeld in deze ongekende democratisering van het schrijven.

Op mijn 25e noemden ze mij ‘the blogfather’, zozeer was ik door blogs gegrepen

In die tijd hield ik een lijst bij van alle blogs die in het Perzisch verschenen, en een tijd lang was ik de eerste persoon waarmee iedere nieuwe blogger in Iran contact opnam, om op die lijst te komen. Dat is de reden dat ze mij op mijn vijfentwintigste ‘the blogfather’ noemden – een rare bijnaam, maar wel een bewijs van hoezeer ik erdoor gegrepen was.

Iedere morgen opende ik in mijn kleine appartement in het centrum van Toronto mijn computer om me over die nieuwe blogs te ontfermen en ze te helpen een publiek te vinden. Het waren heel verschillende mensen – van verbannen auteurs en journalisten, vrouwelijke dagboekschrijvers en technologie-experts tot plaatselijke journalisten, politici, geestelijken en oorlogsveteranen – en ik spoorde altijd nog weer meer mensen aan een blog te beginnen. Ik nodigde ook religieuze mannen en vrouwen uit die vóór de Islamitische Republiek waren, en mensen die in Iran zelf woonden, om mee te doen en te gaan schrijven.

De reikwijdte van wat destijds beschikbaar was verbaasde ons allen. Het was deels de reden dat ik het bloggen zo serieus aanbeval. Ik had Iran eind 2000 verlaten om te ervaren hoe het was om in het Westen te leven, en was bang dat ik alle snel opkomende ontwikkelingen thuis zou missen. Maar het lezen van Iraanse blogs in Toronto kwam het dichtst in de buurt van de ervaring van het zitten in een gedeelde taxi in Teheran en het luisteren naar de gesprekken tussen de spraakzame chauffeur en willekeurige passagiers.

De hyperlink

Er is een verhaal in de Koran waaraan ik tijdens mijn eerste acht maanden van eenzame opsluiting veel heb moeten denken. Daarin vindt een groep vervolgde Christenen een schuilplaats in een grot. Zij, en een hond die ze bij zich hebben, zinken weg in een diepe slaap. Ze worden wakker in de veronderstelling dat ze een hazenslaapje hebben gedaan, maar in feite is het driehonderd jaar later. In één versie van het verhaal gaat een van hen er op uit om voedsel te kopen – en ik kan me voorstellen hoe hongerig ze na driehonderd jaar moeten zijn geweest – om tot de ontdekking te komen dat zijn geld niet meer in omloop is en een museumstuk is geworden. Dat is het moment waarop hij beseft hoe lang ze eigenlijk hebben geslapen.

Zes jaar geleden was de hyperlink mijn geld. Gebaseerd op het idee van de hypertekst bood de hyperlink een mate van diversiteit en decentralisatie die de echte wereld ontbeerde. De hyperlink stond model voor de open, onderling verbonden geest van het world wide web – een idee dat zijn oorsprong vond bij de bedenker van het web, Tim Berners-Lee. De hyperlink was een manier om centralisatie – en alle daarmee samenhangende verbanden, lijnen en hiërarchieën - in de ban te doen en te vervangen door iets wat meer gedistribueerd was, een systeem van netwerken.

Blogs gaven vorm aan deze geest van decentralisatie: het waren vensters naar levens waar je zelden veel over wist, bruggen die verschillende levens met elkaar verbonden en daardoor lieten veranderen. Blogs waren café’s waar mensen verschillende ideeën uitwisselden over alle mogelijke onderwerpen waar je in geïnteresseerd zou kunnen zijn. Het waren de taxi’s van Teheran in het kwadraat.

Maar sinds ik uit de gevangenis ben ontslagen besef ik hoezeer de hyperlink zijn waarde is verloren en al bijna een relikwie geworden is.

Blogs waren de taxi’s van Teheran in het kwadraat

Vrijwel ieder sociaal netwerk behandelt een link nu net zo als ieder ander object – zoals een foto of een stuk tekst – in plaats van dat het die link ziet als een manier om een tekst rijker te maken. Je wordt aangespoord om één enkele hyperlink te posten en het te onderwerpen aan een quasi-democratisch proces van het toekennen van ‘likes’, plusjes en hartjes: het toevoegen van meerdere links aan een stuk tekst is doorgaans niet toegestaan. Hyperlinks worden daardoor geobjectiveerd, geïsoleerd en van hun macht ontdaan.

Tegelijkertijd hebben sociale netwerken de neiging tekst en afbeeldingen die er rechtstreeks op worden gepost met veel meer respect te behandelen dan tekst en afbeeldingen die afkomstig zijn van externe webpagina’s. Een bevriende fotograaf legde aan me uit hoe de foto’s die hij rechtstreeks uploadt naar Facebook een groot aantal ‘likes’ krijgen, wat betekent dat ze vaker op de newsfeeds van andere mensen verschijnen. Als hij aan de andere kant een link naar dezelfde foto ergens buiten Facebook post – bijvoorbeeld op zijn nu stoffig geworden blog – zijn de beelden veel minder zichtbaar voor Facebook zelf, waardoor ze minder ‘likes’ krijgen. Het is een zichzelf versterkende cyclus.

Instagram is het ergst

Sommige netwerken, zoals Twitter, behandelen hyperlinks iets beter, maar er zijn er ook die zich nog veel meer paranoïde gedragen. Instagram – dat in handen is van Facebook – staat zijn publiek bijvoorbeeld helemaal niet toe ergens anders heen te gaan. Je kunt een webadres naast je foto’s plaatsen, maar het verwijst nergens heen. Veel mensen beginnen hun dagelijkse online-routine in deze doodlopende stegen van de sociale media, en eindigen daar dikwijls ook. Velen beseffen niet eens meer dat ze de infrastructuur van internet gebruiken als ze een Instagram-foto ‘liken’ of een commentaar achterlaten op een Facebook-video van een vriend. Het is toch gewoon een app?

Maar hyperlinks vormen niet alleen maar het geraamte van het web: ze zijn tevens de ogen, en een pad naar de ziel van dat web. Een ‘blinde’ webpagina, zonder hyperlinks, kan niet naar een andere webpagina ‘kijken’ – en dat heeft ernstige gevolgen voor de machtsdynamiek op het web.

Alle theoretici hebben dat kijken min of meer in verband gebracht met macht, en meestal in negatieve zin: de kijker ‘ontkleedt’ de bekekene en maakt van hem of haar een machteloos object, ontdaan van iedere intelligentie en elk handelingsvermogen. Maar in de wereld van de webpagina’s functioneert het kijken op een andere manier: het maakt iets juist sterker. Als een machtige website – bijvoorbeeld Google of Facebook – naar een andere webpagina kijkt of linkt, verbindt hij die niet alleen – hij brengt die pagina tot leven en geeft hem bestaansrecht. Metaforisch gezien kan je webpagina niet leven zonder die sterk makende blik. Het doet er niet toe hoe veel links je op een webpagina plaatst, als niemand ernaar kijkt, is hij feitelijk zowel dood als blind, en daarom niet in staat om macht over te dragen aan een externe webpagina.

Anderzijds zijn de machtigste webpagina’s de pagina’s waar vele ogen naar kijken. Net als beroemdheden die een soort macht ontlenen aan de miljoenen menselijke ogen die op een bepaald moment naar ze kijken, kunnen webpagina’s hun macht ‘vangen’ en distribueren via hyperlinks.

Maar apps als Instagram zijn blind — of vrijwel blind. Hun blik gaat nergens heen behalve inwaarts. Ze weigeren ook maar iets van hun enorme macht aan anderen over te dragen, waardoor die een stille dood sterven. Het gevolg is dat webpagina’s die zich buiten de sociale media bevinden wegkwijnen.

De Stroom

Maar ook voordat ik naar de gevangenis ging werd de macht van de hyperlink al aan banden gelegd. Zijn grootste vijand was een filosofie waarin twee van de meest dominante en overgewaardeerde waarden van onze tijd werden gecombineerd: die van de nieuwigheid en de populariteit, weerspiegeld in de dominantie van jonge beroemdheden in de echte wereld. Deze filosofie heet ‘De Stroom’.

De Stroom domineert nu de manier waarop mensen informatie op het web ontvangen. Er zijn minder gebruikers die rechtstreeks bepaalde webpagina’s checken; in plaats daarvan worden ze getrakteerd op een nooit aflatende informatiestroom, die voor ze is geselecteerd door complexe – en geheime – algoritmen.

De Stroom betekent dat je niet meer zo veel websites hoeft te openen. Je hebt geen talloze tabs meer nodig. Je hebt feitelijk niet eens een webbrowser nodig. Je kunt gewoon Twitter of Facebook openen op je smartphone en er diep induiken. De berg is naar jou toe gekomen. Algoritmen hebben al alles voor jou verzameld. Op basis van wat jij of jouw vrienden eerder gelezen of gezien hebben, voorspellen ze wat je graag zou willen zien. Het voelt prima om geen tijd te verliezen met het vinden van interessante dingen op veel verschillende websites.
Maar raken we hier niet iets kwijt? Wat verliezen we in ruil voor die efficiency?

In veel apps houden de stemmen die we uitbrengen – de ‘likes’, de plusjes, de sterretjes en de hartjes – dikwijls meer verband met schattige avatars en een of andere beroemdheidsstatus, dan met de inhoud van wat wordt gepost. Een heel briljante bijdrage van een niet heel bekend iemand weet zo niet tot De Stroom door te dringen, terwijl de stompzinnige zieleroerselen van een of andere beroemdheid onmiddellijk het hele internet over gaan.

Populariteit is niet slecht, maar heeft zo zijn gevaren

En de algoritmen die achter de Stroom schuilgaan stellen nieuwigheid en populariteit niet alleen gelijk aan belangrijkheid, ze laten ons meestal vooral nóg meer zien van wat we al hebben geliked. Deze diensten scannen zorgvuldig ons gedrag en vullen onze newsfeeds op delicate wijze met postings, foto’s en video’s waarvan ze denken dat we die waarschijnlijk het liefst zullen zien.

Populariteit is op zichzelf niet slecht, maar heeft zo zijn gevaren. In een vrijemarkteconomie zijn verkeerd geprijsde goederen van lage kwaliteit gedoemd te mislukken. Niemand raakt er overstuur van als een stil café in Brooklyn met slechte koffie en een onbeleefde bediening de deuren moet sluiten. Maar meningen zijn niet hetzelfde als materiële goederen of diensten. Ze verdwijnen niet zomaar als ze impopulair of zelfs slecht zijn. De geschiedenis wijst uit dat de meeste grote ideeën (en ook heel veel slechte) lange tijd redelijk impopulair zijn geweest, maar dat deze marginale status ze alleen maar heeft versterkt. Minderheidsopinies radicaliseren als ze niet tot uitdrukking kunnen worden gebracht en geen erkenning kunnen vinden.

Vandaag de dag is de Stroom de dominante vorm waarop informatie binnen de digitale media is georganiseerd. De Stroom maakt deel uit van ieder sociaal netwerk en van iedere mobiele applicatie. Sinds ik mijn vrijheid heb herkregen, zie ik de Stroom overal waar ik mijn blik heen wend. Ik denk dat het niet lang zal duren voordat we zullen zien dat nieuwswebsites hun hele inhoud op dezelfde principes zullen baseren. Het belang van de Stroom vandaag de dag zorgt er niet alleen voor dat grote delen van het internet kwaliteit schuwen – het is niets anders dan verraad aan de diversiteit die het world wide web aanvankelijk in het vooruitzicht stelde.

Minder verscheidenheid

Ik twijfel er niet aan dat de verscheidenheid aan thema’s en opinies vandaag de dag minder is dan in het verleden. Nieuwe, afwijkende en uitdagende ideeën worden door de hedendaagse sociale netwerken onderdrukt, omdat hun ‘ranking’-strategieën de voorkeur geven aan dat wat populair en doorsnee is. (Ik heb eerlijk gezegd dan ook geen idee waarom Apple nog menselijke redacteuren inhuurt voor zijn nieuws-app.) Maar de verscheidenheid wordt ook op andere manieren ingeperkt, en met andere doeleinden voor ogen.

Een deel hiervan is van visuele aard. Ja, het is waar dat al mijn postings op Twitter en Facebook wel iets weg hebben van een persoonlijke blog: ze staan achter elkaar in omgekeerd-chronologische volgorde, op een specifieke webpagina, met rechtstreekse webadressen voor iedere posting. Maar ik heb weinig zeggenschap over de vormgeving ervan; die kan ik niet personaliseren. Mijn pagina moet een uniform uiterlijk volgen, waarvoor de ontwerpers van het sociale netwerk hebben gekozen.

De centralisatie van informatie baart mij ook zorgen, omdat dit het makkelijker maakt om dingen te laten verdwijnen. Na mijn arrestatie sloot mijn hosting-dienst mijn account, omdat ik de maandelijkse vergoeding niet meer kon betalen. Maar ik had tenminste een backup gemaakt van al mijn postings, in een database op mijn eigen webserver. (De meeste bloggingplatforms stonden je meestal toe je postings en archieven naar je eigen webruimte over te brengen, terwijl de meeste platforms je dat nu niet laten doen.) En zelfs als ik dat niet had gedaan, was er misschien een kopie bewaard gebleven in het internet-archief.

Maar wat gebeurt er als mijn account op Facebook of Twitter om de een of andere reden wordt afgesloten? Die diensten zullen zelf misschien niet zo heel snel worden verdwijnen, maar het is niet al te moeilijk je een dag voor te stellen waarop Amerikaanse diensten de accounts van iedereen uit Iran sluiten, als gevolg van het huidige sanctieregime. Als dat zou gebeuren, zou ik mijn postings bij sommige diensten misschien nog kunnen downloaden, en de backup naar een ander platform kunnen exporteren.

Maar hoe zit het met het unieke webadres voor mijn sociale netwerkprofiel? Zou ik dat nog terug kunnen claimen, nadat iemand anders er bezit van heeft genomen? Domeinnamen wisselen ook van eigenaar, maar het managen van dat proces is makkelijker en duidelijker – vooral omdat er een financiële relatie bestaat tussen jou en de verkoper, die ervoor zorgt dat domeinnamen minder kwetsbaar zijn voor plotselinge en ondoorzichtige beslissingen.

Zwak tegenover bedrijven

Maar het engste gevolg van de centralisatie van informatie in het tijdperk van de sociale netwerken is van een andere aard: we worden er allemaal veel zwakker door tegenover overheden en bedrijven.

Er wordt steeds meer surveillance toegepast op de levens van gewone burgers, en naarmate de tijd verstrijkt wordt dat alleen maar erger. De enige manier om je aan dit enorme surveillance-apparaat te onttrekken zou wel eens het slapen in een grot kunnen zijn, ook al lukt je dat geen driehonderd jaar.

Staten die samenwerken met Facebook en Twitter weten meer over hun burgers dan Iran

Bekeken worden is iets waar we allemaal aan moeten wennen en mee moeten leren leven, en helaas heeft dat niets te maken met het land waarin we wonen. Ironisch genoeg weten staten die samenwerken met Facebook en Twitter veel meer over hun burgers dan staten als Iran die een stevige greep op het internet hebben, maar geen wettelijke toegang tot sociale mediabedrijven.

Wat nóg beangstigender is dan louter in de gaten te worden gehouden, is gecontroleerd worden. Als Facebook ons na 150 likes beter kent dan onze ouders, en na 300 likes beter dan onze echtgenoten, blijkt de wereld redelijk voorspelbaar, zowel voor overheden als voor bedrijven. En voorspelbaarheid betekent controle.

Minder tekst

Iraniërs uit de middenklasse zijn net als de meeste mensen ter wereld geobsedeerd door nieuwe trends. Het nut of de kwaliteit der dingen komt doorgaans op de tweede plaats, na hun populariteit. Het schrijven van blogs was aan het begin van deze eeuw nog cool en trendy, maar rond 2008 kwam Facebook op, en daarna Twitter. Sinds 2014 is de nieuwste hype Instagram, en niemand weet wat hierna komt. Maar hoe meer ik over deze veranderingen nadenk, des te meer ik besef dat al mijn zorgen misschien gericht zijn aan het verkeerde adres. Misschien maak ik me zorgen over de verkeerde zaken. Misschien gaat het eigenlijk niet zozeer om de dood van de hyperlink of om de centralisatie van informatie.

Misschien is het wel de tekst zelf die aan het verdwijnen is. Want de eerste bezoekers van het web brachten hun tijd online vooral door met het lezen van webmagazines. Daarna kwamen de blogs, toen Facebook, en vervolgens Twitter. Nu besteden de meeste mensen hun tijd vooral aan het kijken naar Facebook-video’s, Instagram of SnapChat. Er is steeds minder tekst te lezen op de sociale netwerken, en er zijn steeds meer video’s en afbeeldingen om naar te kijken. Zijn we getuige van een neergang van het lezen op het web, ten gunste van het kijken en luisteren?

Is deze trend het gevolg van de veranderende gewoonten van mensen, of volgen mensen louter de nieuwe wetten van de sociale netwerken? Ik weet het niet – dat moeten onderzoekers maar uitvinden – maar het voelt alsof een oude cultuurstrijd nieuw leven wordt ingeblazen. Het web is immers begonnen als een imitatie van boeken, en het werd jarenlang gedomineerd door tekst – hypertekst. Zoekmachines hechtten daar grote waarde aan, en hele bedrijven – hele monopolies – waren daarop gebaseerd. Maar nu het aantal scanners, digitale foto’s en videocamera’s exponentieel is gegroeid, lijkt dit te veranderen. Zoekmachines beginnen met geavanceerde beeldherkenningsalgoritmen te werken; het meeste reclamegeld stroomt daar ook heen.

Maar De Stroom, mobiele applicaties en bewegende beelden staan allemaal symbool voor een overstap van het boeken-internet naar het televisie-internet. We lijken van een niet-lineaire communicatiemodus van netwerken en links naar een lineaire te zijn overgegaan, met alle centralisatie en hiërarchieën vandien.
Toen het web werd uitgevonden, was het niet bedacht als een soort televisie. Maar of je dat nu leuk vindt of niet, het krijgt nu snel steeds meer televisie-achtige trekjes: lineair, passief, geprogrammeerd en introspectief.

Als ik inlog op Facebook start ik mijn persoonlijke televisiezender. Al wat ik hoef te doen is scrollen: er komen nieuwe profielfoto’s van vrienden voorbij, naast korte opiniestukjes over actuele onderwerpen, links naar nieuwe verhalen met korte intro’s, reclame, en natuurlijk video’s die vanzelf beginnen te spelen. Ik klik zo nu en dan op een ‘like’- of ‘share’-knop, lees de commentaren van anderen of laat er zelf een achter, of open een artikel. Maar ik blijf binnen het domein van Facebook, en Facebook blijft mij aanbieden wat ik leuk zou kunnen vinden. Dit is niet het web dat ik kende toen ik naar de gevangenis ging. Dit is niet de toekomst van het web. Deze toekomst is televisie.

Het web voelt als niets meer dan entertainment. Niet meer als iets voor in de gevangenis te belanden

Soms denk ik dat ik te streng word nu ik ouder word. Misschien is dit allemaal een natuurlijke technologische ontwikkeling. Maar ik kan mijn ogen niet sluiten voor wat er aan het gebeuren is: er is sprake van een verlies aan intellectuele kracht en diversiteit, en van een teloorgang van de grote mogelijkheden die het web zou kunnen hebben in deze getroebleerde tijd. In het verleden was het web machtig en serieus genoeg om me in de gevangenis te doen belanden. Vandaag de dag voelt het als weinig meer dan entertainment. Zozeer dat zelfs Iran een aantal nieuwe verschijnselen – zoals Instagram – niet eens serieus genoeg neemt om ze te blokkeren.

Ik mis het dat mensen de tijd namen om blootgesteld te worden aan verschillende meningen, en de moeite namen om meer te lezen dan slechts één paragraaf of 140 tekens. Ik mis de dagen dat ik iets op mijn eigen blog kon schrijven, en iets binnen mijn eigen domein kon publiceren, zonder eenzelfde hoeveelheid tijd te moeten besteden aan het propageren van deze schrijfsels op talloze sociale netwerken; ik mis de tijd dat niemand iets gaf om ‘likes’ en ‘shares’.

Dat is het web dat ik me van vóór de gevangenis herinner. Dat is het web dat we moeten redden.

Vertaling: Menno Grootveld