Column

In de jachtkamer

Youp van ’t Hek

Mijn tandarts is nerveus. Bloednerveus mag je wel zeggen. Verwilderd beent hij heen en weer tussen zijn spreekkamer en de receptie die zich in een hoek van de wachtkamer bevindt. Of de hoeren er al zijn? Ik begrijp van de giebelende assistentes dat hij gaat experimenteren met een nieuw soort verdoving. Overgewaaid uit Londen. Naast de stoel komen twee hoeren half over je heen liggen en van hun blote tieten mag je onbeperkt coke snuiven. En je krijgt geen papieren slabbetje om, maar een oranje bh. De tandarts draagt er zelf ook een. Uit solidariteit. Het is trouwens ook zijn outfit voor de Gay Pride. Hij vraagt of ik dit jaar meedoe aan de Amsterdamse nichtenparade. Ik zeg dat ik als orthodoxe jood ga.

Ik hou van mijn tandarts, een avontuurlijke man. Hij is anders. Het verdoven mag je wel zijn specialiteit noemen. Daar experimenteert hij graag mee. Toen ik tien jaar geleden voor het eerst bij hem kwam had hij nog zo’n gewoon spuitje, maar dat vond hij al gauw te junkerig.

Sinds een succesvolle safari in Namibië, waar prins Bernhard en de toenmalige Spaanse koning Juan Carlos ook aan meededen, verdooft hij alleen nog maar met pijl en boog. Vindt hij zelf aardser. Patiënten die dit te primitief vinden kunnen kiezen tussen twee alternatieven: de verdovingskalasjnikov of een kleine dosis slangengif. Met de verdovingskalasjnikov schiet hij vanuit een hoek van de spreekkamer een patroon in een van je wangen. De tandarts is dan gekleed in camouflagekleuren. De assistente draagt een tropenhelm.

Bij het slangengif gaat het anders. Dat zit verstopt in de bek van een plastic speelgoedslang, die hij gewoon bij Bart Smit gekocht heeft. Het gif is wel persoonlijk gemolken door Freek Vonk. Met zijn blote handen en gevaar voor eigen leven. Anders doet Freek het niet.

Maar mijn tandarts biedt meer. Ben je toe aan een kroon of een stifttand dan krijg je een door hem zelf geschoten stukje ivoor. Dat ligt in de zogenaamde slagtandenkast. Elke keer als de assistente die kast openmaakt roept de tandarts jolig: „Hallo Jumbo!” Daar moet hij zelf altijd heel hard om lachen.

Zijn wachtkamer is een soort jungle met grote foto’s waarop je de tandarts als dierenvriend bezig ziet. Op de ene foto vult hij een kies van een gnoe en op een andere trekt hij samen met twee inboorlingen een verstandskies van een neushoorn. Zijn paradeplaatje is echter de foto waarop je ziet hoe hij de tanden van een luipaard wit. Daar is nogal wat discussie over. Veel patiënten vinden het witten van dierentanden te ver gaan, maar mijn tandarts vraagt zich dan verbolgen af waarom dit alleen weggelegd zou zijn voor grachtengordelteefjes. Zo vindt hij ook dat vrouwtjesgorilla’s recht hebben op borstimplantaten als ze zich daardoor meer vrouw voelen.

Ik zit in die wachtkamer en kijk op mijn telefoon naar een innige omhelzing van Poetin en Blatter. Poetin meent dat Sepp een Nobelprijs moet krijgen. Ik merk dat dit me ontroert. De tranen branden in mijn ogen. Ondertussen lees ik dat Platini, de man met een zoon in Qatar, zich kandidaat heeft gesteld voor het voorzitterschap van de FIFA. Wie had dat nou verwacht? Ook leuk voor die zoon in Qatar. Kan papa vaak langskomen. Zo blij dat het er vanaf nu daar eerlijk aan toe gaat!

Een meneer vraagt of ik mijn telefoon wat zachter wil zetten. Hij kan zich niet concentreren op zijn werk. Hij geeft via internet seksuele voorlichting aan dertienjarigen, die hij uit de tent probeert te lokken.

Dan komen de hoeren binnen. Ik wil de ene Sabia en de andere Sylvie noemen, maar denk dat ik daar gezeik mee krijg. Dus ik hou mijn mond. Zij vertellen dat de nieuwe Engelse manier van verdoven een enorm succes is. Ze staan in Calais in de rij.

Dan belt mijn vrouw. De pinautomaat gedraagt zich Grieks. Er komt niks meer uit. Ik moet aan het werk. Geld verdienen.

De tandarts zegt dat ik aan de beurt ben. Ik leg uit dat ik naar huis ga om een nieuw Koningslied in elkaar te flansen. Effe een half miljoen graaien. Ik neurie me naar huis. De dag die ik wist dat zou komen is eindelijk hier.