Het wapen in de spermaoorlog

De mensenpenis steekt met eikel en schacht uit boven die van andere mensapen, wordt wel gezegd: een kwestie van spermacompetitie tussen rivaliserende mannetjes. Maar experts zijn sceptisch.

Foto Arjen Born foto arjen born

‘Vergeleken met de penissen van andere mensapen is de penis van de mens hoogst ongewoon. Hij is veel langer, veel dikker, heeft een vreemd gevormde kop en het penisbotje ontbreekt.” Zo begon bestsellerauteur Desmond Morris het hoofdstuk ‘The Penis’ in The Naked Man (2008), een van zijn meest recente boeken. Zijn collega Jared Diamond had het er ook al over in Why Is Sex Fun? (1997) – de mensenpenis heeft vergeleken met andere apen nét die ‘extra couple of inches’. Kortom, de menselijke pik heeft een iconische status.

Onzin, vindt de Nieuw-Zeelandse primatoloog Alan Dixson: onze penissen zijn helemaal niet langer dan die van andere mensapen. „Er zijn mensen die het gemeten hebben, inclusief ikzelf”, mailt Dixson.

Hij is wereldwijd de productiefste onderzoeker van apenseksualiteit – bekend van de standaardwerken Primate Sexuality (2012) en Sexual Selection and the Origin of Human Mating Systems (2009). Daar staat het, in een nette tabel: de chimpanseepenis meet in erectie 14,4 centimeter. Een mensenstijve haalt gemiddeld 12,3 tot 15 cm. Alleen een stijve gorillapenis is kort: 6,5 centimeter.

Mensenseks is primatenseks. Wie onderzoekt hoe andere apensoorten seks hebben, kijkt met andere ogen naar de menselijke paring. Hoe onze penissen en vagina’s eruit zien; hoe snel, hoe vaak en wanneer er gepaard wordt; de omgang met sperma. Het hangt allemaal af van het ‘paarsysteem’ van de menselijke soort.

Daarover is veel te leren van onze naaste verwanten – maar een simpel verhaal is het niet.

Bij gorilla’s, om te beginnen, domineert één mannetje de harem. Hij hoeft er geen rekening mee te houden dat een concurrent hem is vóór geweest. Bij orang-oetans ligt het subtieler: de wangzakman is wel dominant, maar er liggen altijd indringers op de loer. Bij chimpansees en bonobo’s, ten slotte, paart in de groep iedereen met iedereen. Jane Goodall beschreef ooit hoe zeven mannelijke chimps in acht dagen tijd samen 84 keer met hetzelfde vrouwtje paarden. De spermacompetitie is enorm. De gibbon, het andere uiterste, leeft monogaam. Nul spermacompetitie.

En de mens, tsja. Die is zo’n beetje monogaam. In sommige culturen zijn meerdere echtgenotes de norm – en er is overspel. Op welk paarsysteem is de menselijke seksualiteit afgestemd? Daarover steggelen evolutionaire seksonderzoekers. En het heetste hangijzer is de penis.

In 2003 publiceerde de Amerikaanse biopsycholoog Gordon Gallup over het mannelijk geslachtsdeel een vermakelijk en intrigerend onderzoek in Evolution and Human Behavior. Het ging over de dikke, gerande eikel van de mensenpenis. Is die een wapen in de evolutionaire spermaoorlog? Met die dikke rand zou de penis als een zuiger kunnen dienen, om concurrerend sperma uit de vagina te schuiven.

Gallup en zijn team experimenteerde met levensechte dildo’s, een kunstvagina en maizenapap als sperma. Het werkte: meer dan 80 procent van het maizena-sperma kwam weer naar buiten. „Dat suggereert dat de anatomie van de geslachtsdelen van mensenmannen is gevormd door een geschiedenis van spermacompetitie”, concludeerde hij.

Maar evolutiebioloog Menno Schilthuizen twijfelt. De Leidse hoogleraar geldt sinds zijn boek Darwins peepshow (2014) als penisexpert van apen, maar ook van vliegen, kevers, eenden enzovoort. Hoe uitdagender het seksleven, des te gekker de geslachtsdelen - dat is de vuistregel, legt hij uit. Als man en vrouw niet elkaars one and only zijn, willen ze ieder de uitkomst van hun vrijpartijen beïnvloeden. Hun geslachtsdelen passen zich daarop aan. Dat kan verklaren waarom de manneneikel dienst zou doen als pannenlikker.

„Ik ben wat sceptisch”, oordeelt Schilthuizen toch over Gallup. „De chimpansee doet veel meer aan ‘groepsseks’ en toch is de chimpanseepenis glad, dolkvormig en zonder kraag op de eikel.”

Primatoloog Dixson ziet al helemaal niets in menselijke spermacompetitie. Hij vindt Gallups experiment „onrealistisch”. En hij vervolgt in Primate Sexuality: mensenballen zijn niet groot (35 à 50 gram, tegen 119 gram bij de chimpansee). Mensensperma heeft geen krachtige motor, spermaproductie is laag. Een week lang twee keer per dag klaarkomen – en de gemiddelde man raakt spermatechnisch uitgeput.

Dixson ziet aanwijzingen voor het menselijk paarsysteem eerder in de rest van de mens. De verschillen tussen man en vrouw in borstgroei, lichaamsbeharing, postuur – dat is typisch iets voor een diersoort met een harem. „Past bij een evolutionaire achtergrond met een behoorlijke mate van veelwijverij”, concludeert Dixson. „Ik denk dat polygamie gaandeweg vervangen is door monogamie, als het dominante paarsysteem.”

Maar een geschiedenis vol overspel en spermaoorlog, nee. Primatenpenissen kunnen een stuk gekker, inventariseerde de Nieuw-Zeelander enkele jaren geleden. Veel apen, chimps incluis, hebben verhoornde stekeltjes op hun penis. De vorkstreepmaki heeft twee enorme punten aan weerszijden van de eikel. De piemels van spinapen uit Brazilië hebben de vorm van een paddestoel. De piemel van de mens scoort volgens Dixson laag op ‘peniscomplexiteit’. Ja, we hebben als enige aap geen penisbotje, maar dat maakt de piemel juist eenvoudiger.

Helaas, Desmond Morris en Jared Diamond, die penis is niet most unusual.

Is er dan niks unieks aan de menselijke penis? Jawel. Hij is heel dik. Maar de beste verklaring daarvoor heeft niks met spermacompetitie te maken. Na de verschijning van Diamond’s Why is sex fun schreef de Amerikaanse gynaecoloog Edwin Bowman een bescheiden briefje naar Archives of Sexual Behavior. De mannenpenis is dik, dacht Bowman, omdat de menselijke vagina zo wijd is: daar moet een groothoofdige baby doorheen. En daar had niemand meer iets tegenin te brengen.