Franse boeren slaan door; ze trekken aan een dood paard

Niet alleen de Franse boeren hebben het op het ogenblik moeilijk, ook elders in Europa zijn agrariërs in de problemen. Zie bijvoorbeeld de acties in België. Het zijn wel vooral Franse boeren die op radicale wijze getuigen van hun onvrede en daarbij doorslaan. Door een andere bedrijfstak, transport en logistiek, via wegblokkades het werken te belemmeren. Door landbouwproducten uit andere landen te weren en zo hun collega-boeren te benadelen. Modernere boeren in Spanje, Duitsland, Nederland, die beter presteren.

Begrip voor dit soort acties is schaars, behalve in Frankrijk zelf. Nederland is een van de landen waar de irritatie over de Franse actievoerders met de dag stijgt. Staatssecretaris Sharon Dijksma (Economische Zaken, PvdA) heeft haar Franse collega opgeroepen maatregelen te nemen tegen het plunderen van vrachtwagens met landbouwproducten. LTO Nederland, de belangenorganisatie van agrariërs, heeft een scherp protest ingediend bij de Franse ambassadeur in Den Haag. Dat is overigens een ander geluid dan de Nederlandse Vakbond Varkenshouders laat horen: als de Franse boeren extra steun krijgen van de overheid, dan wij ook. Zo gaat dat.

Een probleem voor de boeren in Europa is dat, nadat de wereldvoedselprijzen jaren stegen, zich nu een daling voordoet. Waarvoor diverse oorzaken zijn aan te wijzen, zoals de boycot door Rusland en de Griekse crisis. Factoren die ook elders in de economie een rol spelen. De Europese Commissie verlengde overigens donderdag de steunmaatregelen die boeren krijgen ter compensatie van de Russische boycot. Specifiek voor de landbouw is de afschaffing, in april van dit jaar, van de melkquota.

De boer die ondernemer is, speelt in op zulke ontwikkelingen. Zo niet in Frankrijk, waar boeren onverdroten voortgaan met zichzelf uit de markt te prijzen, door hun eigen kosten onvoldoende te beheersen, door te weigeren aan schaalvergroting te doen waardoor hun productie onder de maat is. Ze blijven aan een dood paard trekken; juist boeren zouden moeten beseffen hoe zinloos dat is.

Het is alsof ze in Frankrijk niet doorhebben dat het gemeenschappelijke landbouwbeleid in de Europese Unie op de schop is gegaan. Van de Europese begroting ging vroeger 70 procent naar de landbouw – een bedrijfstak die maar 5 procent van de werkgelegenheid voor zijn rekening neemt. Dat is, in het beleid dat nu tot 2020 is afgesproken en uitgestippeld, teruggebracht tot 40 procent. Nog altijd gaat er veel belastinggeld naar de boeren: 373 miljard euro in de periode 2014-2020, gelukkig ook naar de ontwikkeling van het platteland. Jonge boeren krijgen extra steun, naast de gerichte inkomenssteun voor alle boeren, opdat ze hun vak blijven beoefenen. En naast allerlei andere vormen van financiële hulp; zelfs de premies voor verzekeringen tegen slecht weer worden deels gesubsidieerd.

Landbouw is dus nog altijd een economische sector waarin de overheid in hoge mate intervenieert. Het leidde en leidt tot een Europees beleid dat de mondiale verhoudingen verstoort, ten nadele van de concurrentiepositie van boeren in de derde wereld.

Het kan haast niet anders of na 2020 gaat de Europese overheidssteun verder omlaag. Goed landbouwbeleid voorziet in voedselzekerheid waarvoor consumenten een eerlijke prijs betalen die producenten van een fatsoenlijk inkomen voorziet. Afgezien van eisen op het gebied van kwaliteit, veiligheid en duurzaamheid moet dat proces op de markt van vraag en aanbod liefst zoveel mogelijk zijn werking krijgen zonder bemoeienis van bovenaf.